Socialisatie en identiteit (Maatschappijwetenschappen havo), les 3: Terugblik quiz

VORMING · SOCIALISATIE

Quiz

Terugblik: Socialisatie en identiteit

1 / 15
suivant
Slide 1: Slide
newEditorMaatschappijwetenschappenMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

Cette leçon contient 15 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 30 min
Signaler cette leçon

Introduction

Terugblik met een quiz van twaalf vragen over socialisatie en identiteit.

Éléments de cette leçon

VORMING · SOCIALISATIE

Quiz

Terugblik: Socialisatie en identiteit

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Oscar del Pozo / Europese Commissie, Audiovisual Service / Wikimedia Commons, CC BY 4.0

Wat is socialisatie?

A

Overdracht en verwerving van de cultuur van een groep

B

Het aanpassen van wetten aan nieuwe normen

C

Het oprichten van een groep met gelijke interesses

D

Het leren van een beroep in een opleiding

Goed: dat is de omschrijving uit de syllabus. De derde optie is slechts een deel, opleiding, van het proces.

Wat is enculturatie?

A

Een andere cultuur aanleren dan je eigen

B

Je eigen cultuur bewust achter je laten

C

De cultuur verwerven waarin je geboren wordt

D

Een nieuwe subcultuur beginnen met leeftijdgenoten

Goed: enculturatie. De eerste afleider is acculturatie. De andere twee zijn geen vormen van socialisatie uit de syllabus.

Vul in: functies van socialisatie

Socialisatie zorgt voor continuering van een cultuur, maar door eigen keuzes van nieuwe generaties ook voor verandering van die cultuur.

continuering
verandering
acculturatie
controle

Beide functies staan in de syllabus. Veelgemaakte fout: denken dat socialisatie een cultuur alleen in stand houdt.

Welk voorbeeld is cultureel kapitaal?

A

Een groot spaartegoed op de bank

B

Kennis en smaak die bij een hoge sociale positie horen

C

Een uitgebreid netwerk van invloedrijke vrienden

D

Het gevoel dat je lid bent van een groep

Goed: kennis, houdingen, opvattingen en smaak. De tweede optie is economisch kapitaal, de derde sociaal kapitaal, de vierde heeft te maken met identificatie.

Wat is het verschil tussen cultuuroverdracht en cultuurverwerving?

Goed antwoord: cultuuroverdracht is vanuit de samenleving gezien het doorgeven van de cultuur aan nieuwe leden; cultuurverwerving is vanuit het individu gezien het zich eigen maken van die cultuur. Verwachte fout: beide als hetzelfde beschrijven.

Wat vinden de meeste wetenschappers over nature en nurture?

A

Alleen opvoeding bepaalt wie je wordt

B

Alleen erfelijke aanleg bepaalt wie je wordt

C

Nature bepaalt gedrag en nurture alleen je smaak

D

Ze werken samen, de discussie is achterhaald

Syllabus 4.1: complexe interactie tussen erfelijke aanleg, biologie, directe omgevingsfactoren en culturele factoren. De tweede en derde optie zijn de bekende eenzijdige standpunten.

Wat zijn stereotypen?

A

Regels over gedrag die in een wet staan

B

Eigenschappen die je van je ouders erft

C

Het beeld dat je van jezelf hebt

D

Aangeleerde beelden en generalisaties over groepen

Goed: stereotypen en vooroordelen zijn cultureel aangeleerde beelden en generalisaties. De vierde optie is identiteit.

Welke identiteit is een zij-beeld van een groep door buitenstaanders?

A

Persoonlijke identiteit

B

Collectieve identiteit

C

Sociale identiteit

D

Politieke identiteit

Goed: collectieve identiteit; voor havo gaat het om de externe variant. Sociale identiteit is het beeld van jezelf als lid van groepen.

Vul in: school als socialisator

De school is een socialisator. Via cultuuroverdracht geeft de samenleving zo haar normen en waarden door aan kinderen.

socialisator
cultuuroverdracht
acculturatie
identificatie

Een socialisator is wie of wat socialiseert; cultuuroverdracht is de kant van de samenleving. Veelgemaakte fout: acculturatie invullen, terwijl het hier om de eigen samenleving gaat.

Kinderen van hooggeschoolden leren gemiddeld langer door. Welk begrip past?

A

Acculturatie

B

Gedragsregulatie

C

Milieuafhankelijke socialisatie

D

Externe collectieve identiteit

Goed: het verloop van socialisatie hangt af van het milieu; opleidingsverschillen worden deels sociaal overgeërfd.

Noem een voorbeeld van acculturatie bij een volwassene.

Goed antwoord: iemand die zich in Nederland vestigt en de gebruiken leert, of een volwassene die een geheel nieuwe levensbeschouwing overneemt. Verwachte fout: een voorbeeld van enculturatie, zoals een kind dat de gebruiken van zijn eigen familie leert.

Hoe verschuift het accent van identiteit in moderne samenlevingen?

A

Van sociale naar persoonlijke identiteit

B

Van persoonlijke naar sociale identiteit

C

Van collectieve naar sociale identiteit

D

Van sociale naar collectieve identiteit

Syllabus 4.3: in moderne samenlevingen verschuift het accent steeds meer van sociale naar persoonlijke identiteit. Ieder individu moet zijn eigen wil, voorkeur en persoonlijkheid ontdekken.

Hoe zeker voel je je over socialisatie en identiteit?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

VORMING · SOCIALISATIE

Goed gedaan!

Socialisatie gaf je cultuur mee, kapitaal maakt verschil en je identiteit ontstaat tussen jouw beeld en dat van de groepen om je heen.

Cet élément n'a pas d'instructions