Uitscheiding en homeostase (Biologie vwo), les 2: Examentraining

ORGANISME · UITSCHEIDING

Examentraining

Uitscheiding en homeostase: zo pak je examenvragen aan

1 / 17
suivant
Slide 1: Slide
newEditorBiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

Cette leçon contient 17 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 45 min
Signaler cette leçon

Introduction

Examentraining met vier vraagtypen en acht vragen: een schema van de niereenheid lezen, een tabel lezen en berekenen, een regeling afleiden uit een beschrijving en regelkringen in schema's lezen. Handig om eerst de uitleg te doen.

Éléments de cette leçon

ORGANISME · UITSCHEIDING

Examentraining

Uitscheiding en homeostase: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Denis Barthel / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

ORGANISME · UITSCHEIDING

Wat ga je kunnen?

Ik kan een schema en een tabel van de nier lezen, een regeling afleiden uit een beschrijving en een regelkring in een schema herkennen.

Cet élément n'a pas d'instructions

ORGANISME · UITSCHEIDING

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees: wat is gegeven: een schema, een tabel, een beschrijving of een berekening?

  • 2. Zoek: de kolommen, letters, eenheden en pijlen: wat stijgt of daalt, wat remt of stimuleert?

  • 3. Redeneer: volg de keten receptor, regelcentrum, effector en bepaal of het effect de afwijking tegenwerkt.

  • 4. Schrijf: een kort antwoord met het begrip en de reden, met eenheid als je rekent.

Cet élément n'a pas d'instructions

Schema van een niereenheid met bloedvaten en nierbuisje

ORGANISME · UITSCHEIDING

Vraagtype 1: een schema van de niereenheid lezen

  • Zoek eerst het kapsel van Bowman met de glomerulus erin: dat ligt in de nierschors.

  • Volg dan het nierbuisje en zoek de haarvaten die eromheen liggen.

  • Koppel elke letter aan een begrip en let op de dikte van de vaten.

Image credit: Eigen schema, LessonUp

Welke letter geeft de glomerulus aan?

A

Letter A

B

Letter C

C

Letter D

D

Letter B

A is het toevoerende vat, B de glomerulus, C het kapsel van Bowman, D het nierbuisje en E de haarvaten rond het nierbuisje. Verwachte fout: C kiezen omdat het kapsel de glomerulus omsluit. Image credit: Eigen schema, LessonUp

Waardoor is de druk in de glomerulus hoog?

A

De glomerulus ligt in het niermerg

B

Het afvoerende vat is nauwer dan het toevoerende vat

C

Het nierbuisje zuigt vloeistof aan

D

Het kapsel van Bowman is dichtgeknepen

Een nauw afvoerend vat remt de uitstroom af, dus de druk in de glomerulus blijft hoog. Verwachte fout: een van de andere opties kiezen zonder naar de bouw van de vaten te kijken.

ORGANISME · UITSCHEIDING

Vraagtype 2: een tabel lezen en berekenen

  • Lees de kolommen: bloedplasma, voorurine en urine. Vergelijk steeds twee kolommen.

  • Plasma naast voorurine laat de ultrafiltratie zien; voorurine naast urine de terugresorptie.

  • Bij rekenen schrijf je de berekening op, met eenheid.

Cet élément n'a pas d'instructions

Waarom is de ureumconcentratie in urine veel hoger dan in voorurine?

A

Veel water gaat terug, ureum veel minder

B

De lever voegt ureum toe aan de urine

C

Het nierbuisje maakt extra ureum aan

D

Ureum is te groot voor de ultrafiltratie

Voorurine en plasma hebben allebei 0,3 g per L ureum, dus ureum gaat door de ultrafiltratie. In het nierbuisje gaat veel water terug naar het bloed en ureum grotendeels niet, dus de concentratie in de urine stijgt. Verwachte fout: denken dat ureum pas in het nierbuisje wordt toegevoegd. Image credit: Eigen tabel, LessonUp

Voorurine 180 L, urine 2 L. Hoeveel L terug?

180 minus 2 is 178 liter vloeistof die wordt teruggeresorbeerd. Verwachte fout: 2 liter noemen, de hoeveelheid urine.

ORGANISME · UITSCHEIDING

Vraagtype 3: een regeling afleiden uit een beschrijving

  • Stel eerst vast wat verandert en wat de receptor meet.

  • Volg de keten receptor, regelcentrum, effector en effect.

  • Controleer of het effect de afwijking tegenwerkt of versterkt.

Cet élément n'a pas d'instructions

Iemand zweet veel en drinkt niets. Wat gebeurt er met osmotische waarde en ADH?

A

Osmotische waarde stijgt, minder ADH

B

Osmotische waarde daalt, meer ADH

C

Osmotische waarde stijgt, meer ADH

D

Osmotische waarde daalt, minder ADH

Zweten kost water, dus de osmotische waarde van het bloed stijgt. Dat leidt tot meer ADH, meer terugresorptie van water en weinig urine. Verwachte fout: de stijging van de osmotische waarde koppelen aan minder ADH.

Je komt buiten in de kou. Welke reactie hoort bij temperatuurregulatie?

A

Bloedvaten in de huid verwijden en je gaat rillen

B

Bloedvaten in de huid vernauwen en je gaat rillen

C

Bloedvaten in de huid vernauwen en je gaat zweten

D

Bloedvaten in de huid verwijden en je gaat zweten

In de kou beperken vernauwde bloedvaten de warmteafgifte en levert rillen extra warmte. Verwachte fout: de verwijding van de bloedvaten of het zweten bij kou kiezen.

ORGANISME · UITSCHEIDING

Vraagtype 4: regelkringen in schema's lezen

  • Een pijl met + betekent: stimuleert. Een pijl met de min betekent: remt.

  • Een kring met een oneven aantal remmende pijlen werkt negatief; anders versterkt de kring zichzelf.

  • Volg de pijlen rond en vraag je af wat er met de eerste waarde gebeurt.

Cet élément n'a pas d'instructions

Welk schema laat negatieve terugkoppeling zien?

A

Alleen schema P

B

Beide schema's

C

Geen van beide schema's

D

Alleen schema Q

In P stimuleren X en Y elkaar: meer X geeft meer Y en dat geeft weer meer X, dus positieve terugkoppeling. In Q stimuleert X de stof Y en remt Y de stof X: negatieve terugkoppeling. Verwachte fout: P kiezen omdat de pijlen daar allebei hetzelfde zijn. Image credit: Eigen schema, LessonUp

Bij inspanning stijgt de pCO2 in het bloed. Wat is het gevolg van de regeling?

A

Ademfrequentie daalt, pCO2 stijgt verder

B

Ademfrequentie stijgt, pCO2 stijgt verder

C

Ademfrequentie daalt, pCO2 daalt weer

D

Ademfrequentie stijgt, pCO2 daalt weer

Chemische receptoren meten de hogere pCO2, de hersenen laten sneller ademen en de longen scheiden meer koolstofdioxide uit: de pCO2 daalt weer. Verwachte fout: een optie kiezen waarin het effect de afwijking niet tegenwerkt.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Een schema van de niereenheid lezen

2

Een tabel lezen en berekenen

3

Een regeling afleiden uit een beschrijving

4

Regelkringen in schema's lezen

Bespreek het vraagtype met de meeste stemmen kort na met een voorbeeld.

ORGANISME · UITSCHEIDING

Tips voor op het examen

  • Lees bij een schema eerst de letters en pijlen, en bij een tabel de kolomkoppen en eenheden.

  • Ultrafiltratie loopt van bloed naar kapsel, terugresorptie van nierbuisje naar bloed.

  • Bij een regelkring: noem receptor, regelcentrum en effector, en zeg of het effect de afwijking tegenwerkt.

  • Bij een berekening schrijf je de stappen en de eenheid op, ook als het getal klein is.

Cet élément n'a pas d'instructions