Aan de hand van een spel gaat de klas elkaar beter leren kennen.
De leerlingen maken individueel een beschrijving van vijf feiten over zichzelf. De feiten die ze opschrijven moeten dingen zijn, die nog onbekend zijn voor de klasgenoten. Welke activiteiten doe je graag na school, wat voor beroep hebben je ouders, of wat is het coolste aan je kamer?
Geef het goede voorbeeld door als docent te beginnen en vertel de klas over jezelf. Vertel naast de alledaagse, schoolse zaken ook vijf dingen over jezelf die de leerling niet verwacht; waar je bent opgegroeid, wie is je creatieve buurman of wat is je favoriete voetbalclub.
De leerlingen schrijven de feiten op een blaadje en nummeren deze 1 t/m 5.
LET OP: De leerlingen zetten hun naam NIET op het blad. Ze vouwen vervolgens hun blaadje en leveren deze in bij de docent.
Hij/zij stopt ze in een afgesloten doos (of la).
Bespreek het voorbeeld om de leerlingen een idee te geven van wat de bedoeling is!
Nu gaan we het spel spelen: Guess who!
De docent leest een aantal briefjes voor en de leerlingen proberen te raden om wie het gaat. De leerling wiens kaartje wordt voorgelezen, moet natuurlijk zorgen dat hij niet geraden wordt en doet actief mee met het spel. Na een paar minuten discussie wordt er gestemd. De meeste stemmen gelden. De docent vraagt aan de gekozen leerling of het inderdaad zijn/haar kaartje is. Nu moet hij/zij eerlijk antwoorden. Is hij/zij inderdaad de leerling op de kaart, dan schrijft de docent de naam op het briefje en prikt dat op een prikbord. Is er niet goed geraden, dan gaat het briefje terug in de doos voor een volgende ronde.
De volgende les speel je weer een aantal rondes van het spel. De leerlingen die aan het eind van het spel nog in de doos zitten, winnen!
Door naar onderdeel 2! Een onderdeel waar leerlingen (persoonlijke) ervaringen met elkaar gaan delen.
De leerlingen gaan elkaar interviewen over de gekste, leukste, bijzonderste activiteit van afgelopen zomer. Start je op een ander moment dan kun je natuurlijk ook het weekend als onderwerp nemen.
Maak duo’s. De leerlingen interviewen elkaar over de vakantie. Eerst vertelt de één (5 tot 7 min). Dan -op teken van de docent- wisselen ze van rol (5 tot 7 min). Ze moeten elkaar flink aan de tand voelen, blijf vissen tot je alle feiten hebt. Het is de bedoeling dat de leerling goed doorvraagt en de gekste details verzamelt.
Loop rond en check of er goed wordt doorgevraagd.
De leerlingen moeten goed opletten of aantekeningen maken want ze moeten het straks nog na kunnen vertellen!
Maak nu viertallen.
De leerlingen presenteren elkaar aan elkaar in deze viertallen:
Leerling 1 zegt wat leerling 2 heeft verteld.
Leerling 2 zegt wat leerling 1 heeft verteld.
Leerling 3 zegt wat leerling 4 heeft verteld.
Leerling 4 zegt wat leerling 3 heeft verteld.
(Ongeveer 10 min)
Sluit de les klassikaal af.
Vraag elk viertal wat het leukst, gekst of meest bijzondere detail was wat ze hebben gehoord.