V2 ww van U3: mettre, prendre, ww op -er

V2 ww van U3  
METTRE, PRENDRE, WW OP -ER
1 / 26
suivant
Slide 1: Diapositive
FransMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

Cette leçon contient 26 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 15 min

Éléments de cette leçon

V2 ww van U3  
METTRE, PRENDRE, WW OP -ER

Slide 1 - Diapositive

Slide 2 - Diapositive

Kies de juiste vertaling:
zij reizen
A
on voyage
B
il voyage
C
ils voyagent
D
elles voyagez

Slide 3 - Quiz

Kies de juiste vertaling:
jij praat
A
on parle
B
tu parle
C
tu parles
D
vous parlez

Slide 4 - Quiz

Noteer de juiste Franse vorm:
(écouter) wij luisteren

Slide 5 - Question ouverte

Noteer de juiste Franse vorm:
(écouter) wij hebben geluisterd

Slide 6 - Question ouverte

Noteer de juiste Franse vorm:
(décider) ik beslis

Slide 7 - Question ouverte

Noteer de juiste Franse vorm:
(décider) ik heb beslist

Slide 8 - Question ouverte

Noteer de juiste Franse vorm:
(rester) zij blijft

Slide 9 - Question ouverte

Noteer de juiste Franse vorm:
(rester) zij is gebleven

Slide 10 - Question ouverte

Noteer de juiste Franse vorm:
(hésiter) jullie hebben getwijfeld

Slide 11 - Question ouverte

Noteer de juiste Franse vorm:
(traverser) ik ben overgestoken

Slide 12 - Question ouverte

Slide 13 - Diapositive

Noteer de juiste Franse vorm:
ik neem

Slide 14 - Question ouverte

Noteer de juiste Franse vorm:
wij nemen

Slide 15 - Question ouverte

Noteer de juiste Franse vorm:
zij (vrl meerv) nemen

Slide 16 - Question ouverte

Noteer de juiste Franse vorm:
ik heb genomen

Slide 17 - Question ouverte

Noteer de juiste Franse vorm:
zij (vrl meerv) hebben genomen

Slide 18 - Question ouverte

Slide 19 - Diapositive

Typ de Franse vormen:
ik zet
jij zet
hij zet

Slide 20 - Carte mentale

Dit kan het werkwoord METTRE
NIET betekenen:
A
voorzeggen
B
zetten
C
leggen
D
aantrekken

Slide 21 - Quiz

Noteer de juiste Franse vorm:
ik leg

Slide 22 - Question ouverte

Noteer de juiste Franse vorm:
hij zet

Slide 23 - Question ouverte

Noteer de juiste Franse vorm:
zij (mnl meerv) trekken aan

Slide 24 - Question ouverte

Noteer de juiste Franse vorm:
zij (mnl meerv) hebben aangetrokken

Slide 25 - Question ouverte

Noteer de juiste Franse vorm:
jij hebt neergezet

Slide 26 - Question ouverte