Nazi-Duitsland en totalitaire staten (Geschiedenis vmbo), les 3: Terugblik quiz

INTERBELLUM · 1933-1939

Quiz

Terugblik: Nazi-Duitsland en totalitaire staten

1 / 15
suivant
Slide 1: Slide
newEditorGeschiedenisMiddelbare schoolvmboLeerjaar 3,4

Cette leçon contient 15 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 30 min
Signaler cette leçon

Introduction

Een terugblikquiz van twaalf vragen over nazi-Duitsland en totalitaire staten.

Éléments de cette leçon

INTERBELLUM · 1933-1939

Quiz

Terugblik: Nazi-Duitsland en totalitaire staten

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Onbekende fotograaf / Bundesarchiv, Bild 102-02982A / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0 de

In welk jaar werd Hitler kanselier van Duitsland?

A

1929

B

1933

C

1938

D

1945

Hitler werd op 30 januari 1933 benoemd. Verwachte fout: 1929, het jaar van de Beurskrach.

Wat is een dictatuur?

A

Het volk kiest vrij zijn leiders

B

De koning regeert samen met het parlement

C

Meerdere partijen delen de macht

D

Eén persoon of groep heeft alle macht

Dictatuur is alle macht bij één leider of groep. Verwachte fout: constitutionele monarchie.

Wat was het doel van nazi-propaganda?

A

Mensen overtuigen van Hitler en de nazi's

B

Mensen neutraal informeren over de wereld

C

Tegenstanders eerlijk laten meepraten

D

Joodse winkels beschermen

Propaganda beïnvloedt. Verwachte fout: neutraal informeren.

Wat was de Gestapo? (GL/TL)

A

De jeugdbeweging van de nazi's

B

Het leger van de NSDAP

C

De geheime politie van nazi-Duitsland

D

Een Duitse krant

De Gestapo was de Geheime Staatspolizei. Verwachte fout: SA, de straatvechters.

Wat gebeurde er tijdens de Kristallnacht in 1938?

A

Hitler werd benoemd tot kanselier

B

Duitsland viel Polen binnen

C

Winkels en synagogen van Joden werden vernield

D

Boeken werden verbrand op het Opernplatz

Geweld tegen Joden in november 1938. Verwachte fout: boekverbranding, dat was 1933.

Wie werden vanaf 1933 in concentratiekampen opgesloten?

A

Politieke tegenstanders en later ook Joden

B

Alleen buitenlandse soldaten

C

Alleen criminelen

D

Alle Duitse kinderen

In het begin vooral politieke tegenstanders. Verwachte fout: criminelen.

Zet op volgorde, van vroeg naar laat (KB, GL/TL)

1

Kristallnacht

2

Boekverbranding in Berlijn

3

Neurenberger rassenwetten

4

Boycot van Joodse winkels

April 1933, mei 1933, 1935, november 1938. Verwachte fout: boekverbranding voor de boycot.

Wat betekent Lebensraum? (GL/TL)

A

Een Duits rijk zonder Oostenrijk

B

Een vredesverdrag met Frankrijk

C

Het verbod op Duitse wapens

D

Meer leefruimte voor Duitsers in Oost-Europa

Hitler wilde land veroveren in het oosten. Verwachte fout: Heim ins Reich, dat betreft Duitssprekenden.

Wat hadden fascisme en nationaalsocialisme gemeen? (GL/TL)

A

Een democratische regering

B

Een leider, één partij en geweld tegen tegenstanders

C

Vrije pers en vrije verkiezingen

D

Een planeconomie met vijfjarenplannen

Beide waren extreemrechtse dictaturen. Verwachte fout: planeconomie, dat is communistisch.

Wat was een vijfjarenplan in de Sovjet-Unie? (GL/TL)

A

Een plan van de staat voor de productie

B

Een verkiezingsprogramma van partijen

C

Een verdrag met Duitsland

D

Een plan voor de herbewapening

De staat plande de economie. Verwachte fout: verdrag, door het jaartal 1939.

Wat waren showprocessen onder Stalin? (GL/TL)

A

Eerlijke rechtszaken met onafhankelijke rechters

B

Toneelstukken ter ere van Stalin

C

Openbare processen waarin tegenstanders werden veroordeeld

D

Verkiezingen voor het partijbestuur

Showprocessen waren een toneelstuk met vooraf bepaalde uitkomst. Verwachte fout: eerlijke rechtszaak.

Waarom noemen we nazi-Duitsland een totalitaire staat?

Goed: de staat bemoeide zich met alles en gebruikte terreur, censuur en propaganda, er was maar één partij en één leider. KB en GL/TL leggen dit uit; BB noemt twee kenmerken. Verwachte fout: alleen zeggen dat Hitler slecht was.

Hoe zeker voel je je over nazi-duitsland en totalitaire staten?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

INTERBELLUM · 1933-1939

Goed gedaan!

Goed gedaan. Nazi-Duitsland laat zien hoe kwetsbaar een democratie kan zijn. In de volgende les over de Tweede Wereldoorlog zie je wat daarna gebeurde.

Cet élément n'a pas d'instructions