Werkvormen: Denk Twee Keer Na

Denk Twee Keer Na

Werkvormen

1 / 8
next
Slide 1: Slide
New lesson editorMaatschappijleerMens & Maatschappij+14BasisschoolMiddelbare schoolPraktijkonderwijsSpeciaal OnderwijsVoortgezet speciaal onderwijsMBO

This lesson contains 8 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 15 min

Introduction

Denk Twee Keer Na is een interactieve werkvorm waarbij leerlingen reageren op één of twee poll- of quizvragen. Eerst beantwoorden ze anoniem een vraag of stelling. Vervolgens krijgen ze de kans om hun antwoord te heroverwegen en eventueel aan te passen. Deze werkvorm stimuleert kritisch denken, verhoogt de betrokkenheid en helpt bij het activeren of toetsen van kennis.

Instructions

Wat is het?
'Denk Twee Keer Na' bestaat eigenlijk alleen uit twee pollvragen of één poll- en één quizvraag. Zet een vraag of stelling bovenaan een poll en laat je de leerlingen eerst zelf nadenken. Daarna worden de antwoorden (anoniem) getoond in aantallen. Waarom hebben zij gekozen voor dat antwoord?  Juist het mogen bijsturen van je antwoord na het zien van alle andere antwoorden, maakt deze werkvorm krachtig. Laten ze zich verleiden door de meerderheid óf houden ze voet bij stuk en zijn ze overtuigd van hun eigen (eerste) standpunt? Op de volgende slide wordt de vraag herhaald. Leerlingen kunnen nu hun antwoord, indien ze dat willen, aanpassen.

Leerlingen worden door deze werkvorm gestimuleerd om eerst zelfstandig na te denken voordat de klassikale bespreking plaatsvindt. Daarnaast bevordert het kritisch denken, doordat ze hun keuze moeten onderbouwen. Het is een laagdrempelige werkvorm, doordat de antwoorden eerst anoniem worden getoond en ze hun antwoorden kunnen bijstellen.

Hoe maak je het?
  • Feitelijk heb je niet meer nodig dan een twee poll slides of één poll slide en één quizslide.
  • Zet in deze slides tweemaal dezelfde vraag of stelling en vul ook dezelfde antwoordopties in.
Hoe zet je het in?
Deze werkvorm is ideaal om in verschillende fases van je les in te zetten. Aan het begin kun je het gebruiken om een gesprek op gang te brengen of voorkennis te activeren. Halverwege de les kan het dienen als formatieve toets om begrip te checken. Ook aan het eind van de les kun je de werkvorm gebruiken om een stelling of vraag te herhalen uit het begin van de les om te zien of inzichten zijn veranderd.

Kortom, deze werkvorm is flexibel in te zetten en stimuleert actief leren!

In deze les vind je voorbeelden van Denk Twee Keer Na. Ditmaal voor de vakken: wiskunde, Nederlands en aardrijkskunde.

Items in this lesson

Denk Twee Keer Na

Werkvormen

This item has no instructions


1

A&B zijn waar

2

B&C zijn waar

3

Alle drie de antwoorden zijn juist

4

Geen van drie zijn waar

WAT DENK JIJ?

Welke van deze beweringen zijn waar?

Als de straal 2

keer zo groot wordt, wordt de omtrek ook 2 

keer zo groot.

Als de omtrek

2 keer zo groot wordt, wordt de oppervlakte 4

keer zo groot.

De oppervlakte van een cirkel = ½ x straal x omtrek.

A.

B.

C.

1. Als de straal twee keer zo groot wordt, wordt de omtrek ook twee keer zo groot.

Waar: De omtrek van een cirkel wordt gegeven door de formule:

Omtrek = 2 · π · r

Dus de omtrek verdubbelt ook.

2. Als de omtrek twee keer zo groot wordt, wordt de oppervlakte vier keer zo groot. 
Waar: Als de omtrek twee keer zo groot wordt, betekent dit dat de straal ook verdubbeld is. Als de straal verdubbelt, wordt de oppervlakte dat ook.

3. De oppervlakte van een cirkel =
½ · straal · omtrek  

Waar

Conclusie: Alle drie de beweringen zijn waar.


WAT DENK JIJ NA 

HET ZIEN VAN DE REACTIES?

Welke van deze beweringen zijn waar?

Als de straal 2

keer zo groot wordt, wordt de omtrek ook 2 

keer zo groot.

Als de omtrek

2 keer zo groot wordt, wordt de oppervlakte 4

keer zo groot.

De oppervlakte van een cirkel = ½ x straal x omtrek.

A.

B.

C.

A

A&B zijn waar

B

B&C zijn waar

C

Alle drie de antwoorden zijn waar

D

Geen van drie zijn waar

This item has no instructions

1

Eens

2

Oneens

Het promoten van fast fashion op sociale media zou

verboden moeten worden.

Wat vind jij?

Dit is een voorbeeld waarbij om een mening gevraagd wordt. Er is dus geen goed of fout antwoord. De vraag zal dus twee keer gesteld worden.
Op de eerste poll reageren de leerlingen en zij zien de verdeling in antwoorden. Ga het gesprek aan en vraag een aantal leerlingen om hun mening. Wat is hun onderbouwing? Kunnen ze uitleggen waar hun mening op gebaseerd is?
Neem de tijd voor dit gesprek! Zo lang de groep reageert (op elkaar), mag het voortduren.
Vervolgens kom je met exact dezelfde vraag (zie volgende slide). Is de verdeling tussen de antwoorden nu anders en waardoor is dat gekomen? Welke argumenten waren overtuigend en hebben leerlingen doen switchen? Of zijn er ook leerlingen die twijfelen aan hun eigen argumenten en mee gaan met de meerderheid?
Probeer ze uit te dagen om te reflecteren op hun eigen gedachtengang en de basis waarop ze hun mening vormen.

1

Eens

2

Oneens

Wat vind je nu?

Het promoten van fast fashion op sociale media zou

verboden moeten worden.

#6 - Denk Twee Keer Na


Denk Twee Keer Na is een interactieve werkvorm waarbij leerlingen reageren op één of twee poll- of quizvragen. Eerst beantwoorden ze anoniem een vraag of stelling.

Op het scherm wordt zichtbaar hoe de mening van de klas over de opties is verdeeld.

Vervolgens krijgen de leerlingen de kans om hun antwoord te heroverwegen en eventueel aan te passen. Heeft de mening van anderen invloed op jouw denkwijze?

Deze werkvorm stimuleert kritisch denken, verhoogt de betrokkenheid en helpt bij het activeren of toetsen van kennis.


Aan het begin van je les kun je deze werkvorm gebruiken om een gesprek op gang te brengen of voorkennis te activeren.

1

Waar

2

Niet waar

Waar of niet waar:

Er is geen woestijn in Europa.

Wat denk jij?

Dit is een voorbeeld waarbij om een mening gevraagd wordt. Er is dus geen goed of fout antwoord. De vraag zal dus twee keer gesteld worden.
Op de eerste poll reageren de leerlingen en zij zien de verdeling in antwoorden. Ga het gesprek aan en vraag een aantal leerlingen om hun mening. Wat is hun onderbouwing? Kunnen ze uitleggen waar hun mening op gebaseerd is?
Neem de tijd voor dit gesprek! Zo lang de groep reageert (op elkaar), mag het voortduren.
Vervolgens kom je met exact dezelfde vraag (zie volgende slide). Is de verdeling tussen de antwoorden nu anders en waardoor is dat gekomen? Welke argumenten waren overtuigend en hebben leerlingen doen switchen? Of zijn er ook leerlingen die twijfelen aan hun eigen argumenten en mee gaan met de meerderheid?
Probeer ze uit te dagen om te reflecteren op hun eigen gedachtengang en de basis waarop ze hun mening vormen.

Voeg hier je vraag toe

Waar of niet waar:

Er is geen woestijn in Europa.

Je hebt de score uit de poll gezien.

Wat denk jij nu?


A

Waar

B

Niet waar

Niet waar: de Tabernaswoestijn ligt in Spanje


Werkvormen


Vind meer werkvormen op het Inspiratie kanaal

This item has no instructions