B2-Hft-2.1
Natuurlijke getallen
B2-Hft-2.1
Natuurlijke getallen
Theorie
De getallen 0, 1, 2, 3, 4, ... heten de natuurlijke getallen.
Bij het opschrijven van natuurlijke getallen gebruik je het tientallig stelsel. In het tientallig stelsel bepaalt de plaats van een cijfer de waarde van dat cijfer. Afhankelijk van de plaats vermenigvuldig je het cijfer met 10, met 100, met 1000 enzovoort.
Voorbeeld
Welke waarde heeft het cijfer 6 in het getal 72 465? En het cijfer 2?
Oplossing
In het getal 72 465 heeft het cijfer 6 de waarde 60, ofwel: 6 × 10
En het cijfer 2 heeft de waarde 2000, ofwel: 2 × 1000.
Theorie
Het getal 5673 kun je schrijven als:
5 × 1000 + 6 × 100 + 7 × 10 + 3 × 1
Je zegt dan dat het getal 5673 bestaat uit 5 duizendtallen, 6 honderdtallen, 7 tientallen en 3 eenheden.
Theorie
Bij grote getallen gebruik je namen als duizend, tienduizend, honderdduizend, miljoen en miljard.
Bij het schrijven van grote getallen moet je goed op het aantal nullen letten.
Theorie
Het teken > betekent ‘is groter dan’.
Je schrijft: 35 > 34
Het teken < betekent ‘is kleiner dan’.
Je schrijft: 34 < 35.