Presentatie Medicatie training Laverhof lesdag 2.pptx

Welkom

Training voor Helpende+

1 / 53
next
Slide 1: Slide
New lesson editorExcelBeroepsopleiding

This lesson contains 53 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 180 min

Items in this lesson

Welkom

Training voor Helpende+

14

Leerdoelen

Aan het eind van dit dagdeel;

  • Heb ik volgende stappen gezet in het medisch rekenen.

  • Weet ik op welke momenten ik welke vorm van handhygiëne moet toepassen.

  • Weet ik wat het beleid is van Laverhof m.b.t. de veilige medicatieketen

  • Kan ik insuline injecteren

  • Kan ik een bloedsuiker/glucose meten.

  • Weet ik wat er in het lichaam gebeurd als iemand diabetes mellitus heeft.

14

Terugblik

  • Vragen n.a.v. vorige bijeenkomst?

  • Vragen betreft deze bijeenkomst?

  • Wat weten we nog? 30-seconds


Wat is medicatieveiligheid?


Wat is een vorm van enterale toediening?

A

Injectie

B

Oogzalf

C

Paracetamol

D

Inhalator

Een medicinale pleister heeft een enterale of parenterale toediening?

A

Enteraal

B

Parenteraal

Er is sprake van verslaving als?

A

Sprake is van lichamelijke en psychische afhankelijkheid

B

Sprake is van lichamelijke afhankelijkheid

Sublinguale toediening is?

A

Via de huid

B

Via de mond

C

Via de ogen

D

Onder de tong

Sublinguale toediening is?

A

Via de huid

B

Via de mond

C

Via de ogen

D

Onder de tong

Welke 5 controles moet ik uitvoeren alvorens ik medicatie mag aanreiken/uitzetten?

14

Rekenen

Oefenvraag 1:

Linde moet van de cardioloog 3x dgs 240mg lisinopril nemen, de apotheek kan alleen tabletten van 160mg leveren

  • hoeveel tabletten moet Linde per keer innemen?

  • hoeveel tabletten moet Linde per dag innemen?

  • over 2 weken moet Linde weer op controle bij de cardioloog, hoeveel tabletten moet ze op voorraad hebben?


Oefenvraag 2:

Daan moet starten met een antibioticakuur. Het drankje bevat 300.000IE/1ml. Daan moet 3x dgs 150.000IE innemen en krijgt een fles van 50ml mee naar huis.

  • hoeveel ml geef je per keer?

  • de arts heeft een kuur voor 5 dagen voorgeschreven. Heb je genoeg aan 1 fles? Hoeveel teveel/te weinig.

14

Rekenen

Oefenvraag 3:

Daan heeft als medicatievoorschrift gekregen dagelijks 2ml/kg lichaamsgewicht morfine toegediend te krijgen in 4 gelijke delen. Daan weegt 18kg.

Hoeveel ml moet Daan per keer toegediend krijgen?


Oefenvraag 4:

Mevrouw Jansen moet van de cardioloog 3x daags 120 mg isoptin nemen, de apotheek kan alleen tabletten van 60 mg leveren.

· Hoeveel tabletten moet Mevrouw per keer innemen?

Mevrouw moet per keer ……….. tabletten innemen.

· Hoeveel tabletten neemt Mevrouw dan per dag in?

Mevrouw neemt …….... tabletten per dag in.

· Over 3 weken moet Mevrouw weer op controle bij de cardioloog. Hoeveel tabletten moet Mevrouw op voorraad hebben voor deze 3 weken? Mevrouw moet …….… tabletten op voorraad hebben.

14

Handhygiëne

  • Wassen met water en zeep vs handalcohol

  • Wanneer wassen met water en zeep en wanneer alcohol?

  • Welke momenten pas ik handhygiëne toe?


Wat weet ik al over het onderwerp diabetes mellitus?

14

Aan de slag

  • je maakt de oefenopdrachten

  • bij vragen mag je deze stellen

  • je krijgt ca 30 minuten om de vragen te beantwoorden

  • we spreken ze nadien plenair door

  • ben je eerder klaar ga je in de Laverbieb het protocol m.b.t. dubbel controleren van medicatie opzoeken.


14

Diabetes

14

Diabetes

Het hormoonstelsel

  • Het 'bewakingssysteem' van ons lichaam

  • Regelt de werking van onze organen

  • Bestaat uit hormoonklieren:

    • Deze liggen verspreid door het lichaam

    • Geven hormonen af aan het bloed


Verschillende organen maken hormonen aan




14

Insuline

  • Is een hormoon

  • Gemaakt in de alvleesklier

  • Suiker/ koolhydraten uit voeding omgezet in glucose

  • Energieleverancier voor je organen

  • Insuline is de sleutel

  • Wat is diabetes?

14

Insuline

vs

Glucagon

Glucagon:

  • hormoon dat wordt gemaakt in de alvleesklier, verhoogt de glucose in het bloed

  • verhoogt de bloedsuikerspiegel als deze daalt



Insuline:

  • hormoon dat een belangrijke rol speelt bij de glucose waarde

  • een tekort of geen aanmaak leidt tot diabetes

  • wordt aangemaakt in de alvleesklier

Glucosewaarden

Normaal is de glucoseconcentratie in het bloed ongeveer tussen de 4,0 en 8,0 millimol per liter. 

Wat is een hypo en een hyper?







Hypoglykemie = bloedglucosewaarde onder de 3,5 mmol/l

Hyperglykemie = bloedglucosewaarde is extreem hoog (hoger dan 10 mmol/l)




Hypo vs Hyper

Soorten insuline


Snelwerkend: Je spuit dit

onmiddellijk voor de maaltijd

(of tijdens de maaltijd).




Kortwerkend: Je spuit dit 15-20 minuten vóór de maaltijd







Middellang: Kan voor de nacht, of bij de maaltijden in combinatie met snelwerkend of kortwerkend



Mengsel: Je spuit het 15-30 minuten vóór de maaltijd.

Langwerkend: voor de nacht

Soort/handelsnaam ```````` Actieve insuline tijd


Insuline Aspart: NovoRapid Werkt na +/- 15minuten

Piekwerking 1-3 uur

Maximale werkingsduur 3-5uur


Novomix 30/70 Werkt na 10-20minuten

Piekwerking tussen 1-4uur

Maximale werkingsduur tot 24uur


Insulatard Werkt na 1-2uur

Piekwerking 2-12uur

Maximale werkingsduur 14-24uur


Lantus Werkt na 1,5uur

Maximale werkingsduur tenminste 24uur




Pauze

15

14

Wat hebben we onthouden?


  • pak je telefoon log weer in via Lessonup

Bij diabetes maakt de alvleesklier te veel insuline aan

A

Waar

B

Niet waar

Wat is de functie van insuline?

A

Geeft je meer energie om te sporten

B

Zorgt ervoor dat je bloedsuikerspiegel wordt verhoogd

C

Zorgt ervoor dat je lichaam glucagon aanmaakt

D

Zorgt ervoor dat het lichaam glucose kan opnemen in de cellen

Insuline en glucagon worden aangemaakt in?

A

De lever

B

De nieren

C

De alvleesklier

D

De maag

Als je veel sport dan?

A

Stijgt je glucose gehalte?

B

Daalt je glucose gehalte

Wat gebeurt er met de bloedsuikerspiegel na het drinken van een biertje

A

De bloedsuikerspiegel stijgt direct, maar na een paar uur daalt hij weer.

B

De bloedsuiker spiegel stijgt

C

De bloedsuikerspiegel daalt, maar na een paar uur stijgt hij

D

De bloedsuikerspiegel daalt

Wat doet glucagon

A

Hebben we niet nodig, is een overbodig hormoon

B

Verlaagt de bloedsuikerspiegel als deze teveel zakt

C

Verhoogt de bloedsuikerspiegel als deze teveel zakt

D

Zorgt ervoor dat insuline wordt aangemaakt

In welke producten zitten snelle koolhydraten:

A

Vruchtensap, aardappel, witbrood, melk

B

Vruchtensap, aardappel & melk

C

Vruchtensap, witbrood & melk

D

Vruchtensap, aardappel, witbrood

Helpt water drinken bij een hyper?

A

Waar

B

Niet waar

Waarom moet metformine tijdens (of na) het eten ingenomen worden en dus niet van tevoren?

A

Omdat er dan minder bijwerkingen zijn

B

Er is niks aan de hand als je cliënt voor het eten metformine neemt

C

Omdat je cliënt anders een hyper kan krijgen

Als iemand extra insuline moet krijgen vanwege een hyperglykemie dan injecteer ik?

A

Langwerkende insuline

B

Kortwerkende insuline

C

Snelwerkende insuline

D

Combi van kort- en langwerkende insuline

Hoeveel procent van de infecties zijn te voorkomen door het juist toepassen van handhygiëne

A

40%

B

60%

C

70%

D

80%

Je komt bij mw. de Vries, voor het injecteren van insuline.

Mw. geeft aan ziek te zijn en niet te willen eten.

Wat doe je?

A

Insuline injecteren volgens voorschrift

B

Weg gaan en later terug komen

C

Glucose meten en overleggen met de vpk

D

Mw. insuline injecteren en zeggen dat ze moet eten

Je moet altijd je handen wassen met water en zeep als er sprake is van zichtbaar vuil.

A

Waar

B

Niet-waar

Het dragen van ringen is toegestaan als je over je ringen handschoenen draagt.

A

Waar

B

Niet-waar

C


14

Insuline injecteren

14

Juiste plaats

  • Waar mogen we insuline injecteren?

  • .....

  • .....

  • .....

  • .....

14

Roteren

14

Aandachtspunten

  • Neem bij minder dan 12 IE troebele(!) insuline, een nieuwe pen of insulinepatroon


  • Zwenk of rol de insulinepen vóór gebruik (NIET schudden)


  • Masseer de huid NIET na toediening


  • Voorraad insuline in de koelkast – insuline die gebruikt wordt op kamertemperatuur


  • Insuline is na aanbreken vier tot acht weken houdbaar.


14

Bloedsuiker/

glucose

prikken

Was je eigen handen en de handen van je bewoner met warm water en zeep


Warm koude vingers eerst wat op


Ga niet knijpen in de vinger (stuwen)


1e of 2e druppel gebruiken


Prik aan de zijkant van de top


Mijd de duim en wijsvinger

14

To do

Bekijken van

  • instructie toedienen van insuline

  • Glucose meten

  • stappenplan hand hygiëne toepassen


Protocol laverhof

14

Aan de slag

In groepjes roulerend practicum uitvoeren.


Per casus ca 5-10 minuten


Oefenen met handelingen insuline, glucose en handen wassen/desinfecteren


Nadien plenair nabespreken

MIC-melding


Aan de linkerzijde zie je het MIC-stroomschema van Laverhof.

We kunnen een onderscheid maken tussen een incident en een calamiteit.

Klik op de plusjes om extra informatie te lezen over de verschillende onderwerpen.

Een MIC-melding maken

14

Terugblik

Hoe vonden we de 2de bijeenkomst?



Zijn we klaar voor de toets?

Terugblik, leerdoelen behaald

  • Heb ik volgende stappen gezet in het medisch rekenen.

  • Weet ik op welke momenten ik welke vorm van handhygiëne moet toepassen.

  • Kan ik insuline injecteren

  • Kan ik een bloedsuiker/glucose meten.

  • Weet ik wat er in het lichaam gebeurd als iemand diabetes mellitus heeft.

14

Vragen?

Vooruitblik

  • Let op de toets data

  • Let op de overige criteria voor verkrijgen certificaat.