This lesson contains 37 slides, with interactive quizzes and text slides.
Items in this lesson
Stoffen herhaling
Ga naar lessonup.app
Vul de code in
Slide 1 - Slide
Leerdoelen
Je kunt uitleggen wat stofeigenschappen zijn en je kunt een aantal stofeigenschappen noemen.
Je kunt uitleggen wat wordt bedoeld met dichtheid en je kunt de dichtheid berekenen.
Je kunt de fasen en faseovergangen benoemen.
Slide 2 - Slide
De definitie van een zuivere stof is:
A
Een stof die ingedampt is
B
Een stof die bestaat uit 1 soort atomen
C
Een stof die bestaat uit 1 soort molecuul
D
Een stof die gefilterd is
Slide 3 - Quiz
Moleculen en atomen
Een molecuul is het kleinste deeltje van een stof met nog de eigenschappen van die stof.
Atomen zijn de individuele bouwstenen
van moleculen.
Slide 4 - Slide
mengsel:
meerdere soorten moleculen
zuivere stof:
één soort moleculen
Slide 5 - Slide
Welke van de onderstaande stoffen is een zuivere stof?
A
Kristalsuiker
B
Ice tea
C
Melk
D
Koffie
Slide 6 - Quiz
Is dit een zuivere stof?
A
Ja
B
Nee
Slide 7 - Quiz
Een mengsel bestaat uit:
A
Meerdere atomen
B
Meerdere moleculen
C
Meerdere stoffen
Slide 8 - Quiz
Wat voor soort mengsel is mayonaise?
A
Suspensie
B
Emulsie
C
Oplossing
Slide 9 - Quiz
Je voegt olie toe aan een azijn. De vloeistoffen mengen niet. Wat voeg je toe om te zorgen dat de stoffen wel mengen?
A
Suspensie
B
Emulsie
C
Oplossing
D
Emulgator
Slide 10 - Quiz
Wat is de formule voor dichtheid?
A
Dichtheid = massa : volume
B
Dichtheid = Volume : massa
C
Dichtheid = massa x volume
D
Dichtheid = Volume - massa
Slide 11 - Quiz
Wat is het symbool van dichtheid?
A
p
B
ρ
C
P
D
π
Slide 12 - Quiz
Water heeft een dichtheid van 1 g/cm3 Olie heeft een dichtheid van 0,9 g/cm3 Aluminium heeft een dichtheid van 2,7 g/cm3 perspex heeft een dichtheid van 1.2 g/cm 3
Welke stof heeft de kleinste dichtheid?
A
water
B
olie
C
aluminium
D
perspex
Slide 13 - Quiz
De dichtheid van de badeend is ...... dan de dichtheid van water
A
Groter
B
Kleiner
C
Gelijk
D
Geen idee
Slide 14 - Quiz
Wat is de dichtheid van dit voorwerp?
A
9,0g/cm3
B
8,9g/cm3
C
0,11g/cm3
D
80g/cm3
Slide 15 - Quiz
Wat betekend het volgende gevarensymbool?
A
bijtend
B
licht ontvlambaar
C
giftig
D
schadelijk
Slide 16 - Quiz
Wat betekend het volgende gevarensymbool?
A
giftig
B
explosief
C
schadelijk
D
oxiderend
Slide 17 - Quiz
Wat betekent dit gevarensymbool?
A
Oxiderend
B
Explosief
C
Schadelijk
D
Licht ontvlambaar
Slide 18 - Quiz
Welke van de onderstaande beschrijvingen hoort bij de scheidingsmethode bezinken:
A
Een filtreerpapiertje gebruiken en de suspensie daar doorheen laten lopen, onoplosbare stoffen blijven dan achter
B
Je schudt de suspensie rustig heen en weer zodat de onoplosbare stoffen zich scheiden van het water.
C
Een suspensie laten staan, onoplosbare stoffen zakken naar de bodem.
Slide 19 - Quiz
Een suspensie kun je scheiden door
A
indampen
B
extraheren/ extractie
C
bezinken en filtreren
D
destilleren
Slide 20 - Quiz
Filtreren
Een suspensie heeft allemaal kleine deeltjes in de vloeistof zweven. Deze kun je d.m.v. filtreren er uit halen.
Slide 21 - Slide
Je hebt zout opgelost in water, hoe ga je deze van elkaar scheiden
A
Inzinken
B
Filtreren
C
Indampen
D
Destilleren
Slide 22 - Quiz
Indampen
Bij indampen kook je de oplossing: de vloeistof verdampt.
De vaste stof blijft achter op het indampschaaltje: het residu.
Zo kun je bijvoorbeeld zout uit zeewater halen.
Slide 23 - Slide
Wat bedoelen we met verdampen?
Slide 24 - Mind map
Wanneer verdampt water ?
A
als ijs verwarmt wordt
B
als vloeibaar water wordt verwarmt
C
als vloeibaar water wordt afgekoeld
D
als waterdamp wordt afgekoeld
Slide 25 - Quiz
IJs wordt verwarmt. Wat gebeurt er met het ijs?
A
verdampen
B
stollen of bevriezen
C
smelten
D
condenseren
Slide 26 - Quiz
Vloeibaar water wordt in de diepvries gezet. Wat gebeurt er met het water?
A
verdampen
B
stollen of bevriezen
C
smelten
D
condenseren
Slide 27 - Quiz
Waterdamp wordt afkoeld. Hoe noemen we dat ?
A
verdampen
B
stollen of bevriezen
C
smelten
D
condenseren
Slide 28 - Quiz
Stoffen bestaan uit 3 fasen. De overgang van de ene naar de andere fase noemen we faseovergang