T4 doel 2ab (GL9DG)

Bienvenue!
à la classe de français



1 / 15
next
Slide 1: Slide
FransMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Bienvenue!
à la classe de français



Slide 1 - Slide

Zet de tafels in deze vorm. 
Ga zitten bij jouw tafel

Slide 2 - Slide

français
néerlandais

Slide 3 - Slide

objectifs du cours
Ik kan ...
2a woorden die te maken hebben met reizen correct vertalen (FN en NF) 
2b zinnen die te maken hebben met reizen gebruiken (NF) 


Slide 4 - Slide

 9D. Zoek jouw antwoorden op de volgende vragen 
(schrijf vraag én antwoord in je schrift)
  1. Bonjour. Je peux vous aider?
  2. C'est pour quand?
  3. C'est pour combien de personnes?
  4. Ça coûte .... euros. C'est à quel nom?
  5. Très bien. Merci et bonne journée
1. samen doornemen
2. bedenk zelf wat je wilt reserveren (zoek nog even de typen overnachtingen op), wanneer, met hoeveel personen en hoeveel het kost
timer
10:00

Slide 5 - Slide

Geef antwoord op de vraag:
  1. Bonjour. Je peux vous aider?
  2. C'est pour quand?
  3. C'est pour combien de personnes?
  4. Ça coûte .... euros. C'est à quel nom?
  5. Très bien. Merci et bonne journée
houd je schrift erbij

Slide 6 - Slide

Speeddaten 
(degene die richting het bord zit, begint als 'interviewer', daarna wissel je van rol)


Bonjour. Je peux vous aider?
C'est pour quand?
C'est pour combien de personnes?
Ça coûte .... euros. C'est à quel nom?
Très bien. Merci et bonne journée
timer
1:00

Slide 7 - Slide

La compétition entre les groupes

Slide 8 - Slide

Lees tekst G, dl 1 (p. 108):
Hoeveel landen worden genoemd?
A
3
B
4
C
5
D
6

Slide 9 - Quiz

Lees tekst G, dl 1 (p. 108):
Welk vervoermiddel gebruiken de scholieren?
A
auto
B
bus
C
fiets
D
trein

Slide 10 - Quiz

Lees tekst G, dl 2 (p. 109):
Wat antwoordde Louis als men hem vroeg welke talen hij sprak?
A
van alles een beetje
B
geen enkele taal
C
alleen Frans
D
Turks en Frans

Slide 11 - Quiz

Lees tekst G, dl 3 (p. 109):
Wat is er zo leuk aan de blog van 'Traversée'?
A
je leert nieuwe steden kennen
B
je kunt je topografie van Europa wat herhalen
C
je ontdekt groepen die de reis ook maken
D
je kunt hun sponsors ook zelf om hulp vragen

Slide 12 - Quiz

Je mag terug naar je eigen plek

Slide 13 - Slide

objectifs du cours
Ik kan ...
2a woorden die te maken hebben met reizen correct vertalen (FN en NF) 
2b zinnen die te maken hebben met reizen gebruiken (NF) 


Au travail
bekijk in Learnbeat wat je kunt maken/ leren om je doel te bereiken

Slide 14 - Slide

Zet de tafels graag terug in de basisopstelling

Slide 15 - Slide