Ma 23 Taalfamilies

H2 - Over taal - taalfamilies
1 / 14
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo gLeerjaar 3

This lesson contains 14 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

H2 - Over taal - taalfamilies

Slide 1 - Slide

Pak je leesboek erbij!
Je gaat 10 minuten lezen.

Boek niet bij je? Pak een boek van de stapel.
timer
10:00

Slide 2 - Slide

Veelgemaakte fouten

Slide 3 - Slide

Middeleeuwen: de taal
  • West-Germaanse taalfamilie 
  • Nederlands - Duits
  • Diets = volkstaal 

Slide 4 - Slide

Taalfamilies
Germaanse taalfamilie: Ne, Du, Eng, Deens, Noors
Romaanse taalfamilie: Frans, Spaans, Italiaans en Portugees

Slide 5 - Slide

A. Na 1500 ontstaat het Nieuwnederlands, de standaardtaal die we, in aangepaste vorm, nog steeds spreken.
B. Sommige talen lijken erg op elkaar. Ze stammen af van een gemeenschappelijke oertaal en vormen samen taalfamilies, zoals het Indo-Europees.
C. De Nederlandse taal is ontstaan uit een speciale aftakking van het Indo-Europees: het Germaans.
E. Er worden in de wereld meer dan zevenduizend verschillende talen gesproken.

Slide 6 - Drag question

Taalfamilies

Slide 7 - Slide

Middeleeuwen: de taal
  • West-Germaanse taalfamilie 
  • Nederlands - Duits
  • Diets = volkstaal 
  • Variant nog steeds door Amish in VS gesproken

Slide 8 - Slide

Bij welke taalfamilie behoort Nederlands
A
europese taalfamilie
B
hollandse taalfamilie
C
indische taalfamilie
D
indo-europese taalfamilie

Slide 9 - Quiz

Nederlands behoort tot de volgende taalfamilie:
A
Romaans
B
Slavisch
C
Germaans
D
Indo-Iraans

Slide 10 - Quiz

Andere talen uit de Germaanse taalfamilie zijn:
A
Duits, Spaans, Engels
B
Engels, Frans, Duits
C
Noors, Duits, Russisch
D
Duits, Noors, Engels

Slide 11 - Quiz

Welke talen behoren tot de Westgermaanse taalfamilie?
A
Duits-Engels-Frans-Nederlands
B
Duits-Engels-Frans-Fries
C
Duits-Engels-Nederlands
D
Duits- Engels-Fries-Nederlands

Slide 12 - Quiz

Uit hoeveel talen bestaat de Indo-Europese taalfamilie ongeveer?
A
4
B
40
C
400
D
4000

Slide 13 - Quiz

Huiswerk 
Maken blok 5

Opdr. 8 en 11
Leren blz. 262 De taalfamilie
Leren blz. 263 Bedreigde talen


Slide 14 - Slide