Les 29 taal PABO, 25 mei 2026

Les 29 | Taal OK.
  1. Inchecken: Hoe voel je je?
  2. De vorige les
  3. Opwarmertje
  4. Instructie
  5. Zelfstandig werken
  6. Evaluatie
1 / 19
next
Slide 1: Slide
NederlandsHBOStudiejaar 1,2

This lesson contains 19 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Les 29 | Taal OK.
  1. Inchecken: Hoe voel je je?
  2. De vorige les
  3. Opwarmertje
  4. Instructie
  5. Zelfstandig werken
  6. Evaluatie

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Inchecken; Hoe voel je je nu?

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Hoe voel je je?

Blij, enthousiast of..
Normaal, rustig of...
Moe, nerveus, verdrietig of...

Slide 3 - Open question

This item has no instructions

Vraag over eerdere behandelde leerstof. | Geef antwoord op onderstaande vraag.

Leg uit waarom het fonologisch principe goed werkt bij luisterwoorden, maar niet altijd voldoende is om correct te spellen. Gebruik een voorbeeld in je uitleg.


Slide 4 - Open question

This item has no instructions

De vorige les.
Taal OK.
Lesdoel(en):
  • Ik leer wat onderwijs in tekststructuren inhoudt.
  • Ik leer hoe ik kan zorgen voor rijke gesprekken (MTV) in de klas.

MTV = mondelinge taalvaardigheid.

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Leg uit waarom onderwijs in tekststructuren niet vervangen dient te worden door het werken met rijke teksten, maar juist aanvullend is. Verwerk in je antwoord ook het verschil tussen leren om te lezen en lezen om te leren.

Slide 6 - Open question

This item has no instructions

Leg uit hoe verschillende activiteiten (zoals sorteertaken, markeertaken, specifieke vragen en annotatie) elk op hun eigen manier bijdragen aan het herkennen van tekststructuren. Verwerk in je antwoord hoe deze activiteiten samen het tekstbegrip kunnen versterken.

Slide 7 - Open question

This item has no instructions

Leg uit waarom goed onderwijs in tekstbegrip zowel rijke, gestructureerde teksten als rijke opdrachten nodig heeft. Verwerk in je antwoord het verschil tussen inhoudsdoelen en leesdoelen.

Slide 8 - Open question

This item has no instructions

Instructie.
Taal OK.
Lesdoel(en):
  1. Ik leer de interactievaardigheden van leerlingen.
  2. Ik leer hoe ik een taaldenkgesprek kan voeren én kan begeleiden;​
  3. Ik leer passende MTV-werkvormen te bedenken bij een zaakvakles (geen theorie, wel opdrachten, zie PowerPoint bijeenkomst 5).
  4. Ik leer wat stiftdichten is.



Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Instructie.
Interactievaardigheden.
Interactievaardigheden van leerlingen.
  1. Taalaanbod realiseren​:
    betrokkenheid​​
    begrijpelijkheid​​
    boven niveau​​
  2. Taalproductie stimuleren of taalruimte scheppen​​
    beurtruimte ​​en onderwerpsruimte​​
    vragen stellen & luisterresponsen geven
  3. Feedback geven​​
    verbeteren​​
    helpen verhelderen​
    hertalen
    bevestigen

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Instructie.
Taaldenkgesprek.
  1. Activerende, uitdagende werkvorm ​
  2. Nieuwe kennis opbouwen​
  3. Uitbreiden taal- en denkvaardigheid ​
  4. Vakintegratie --------------------------------->​
  5. Combinatie Taalronde

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Instructie.
Stifdichten.
Benodigdheden:
• Teksten (kranten, oude boekbladzijden, methodeteksten, enz.)​
• Potlood en stiften​

Werkwijze:
  1. (Kies een geschikte tekst);​
  2. Ga op zoek naar een woord dat tot je verbeelding spreekt;​
  3. Zoek woorden of zinnen die erbij passen (of juist niet);​
  4. Maak eventueel aantekeningen op een blaadje;​
  5. Bepaal hoe je je gedicht vormgeeft (alle overbodigheden zwart, tekeningen, enz.).

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Instructie.
Stifdichten.
  • Speelse les met talige verbanden centraal​
  • Moderne poëzie:​
    Niet altijd rijmend​
    Creëren betekenisverbanden met goed gekozen woorden​
    Zinswendingen ​(een zin met meerdere betekenissen, onverwachte woordvolgorde, etc.)
  • Ervaringsgericht leermoment rondom literatuur​
  • Eventueel​
    Herschrijven op blaadje zonder de beperking van de originele tekst​
    Elkaars gedichten lezen en kunnen ze raden waar het originele verhaal over ging?

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Zelfstandige verwerking.
Kennis testen.
Lesdoel(en):
  1. Ik leer de interactievaardigheden van leerlingen.
  2. Ik leer hoe ik een taaldenkgesprek kan voeren én kan begeleiden;​
  3. Ik leer passende MTV-werkvormen te bedenken bij een zaakvakles.
  4. Ik leer wat stiftdichten is.

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Tijdens een klassengesprek zegt een leerling:
“De ridder was boos omdat hij wou dat iedereen naar hem luisterde en toen ging hij gewoon alles kapot maken.”

De leerkracht reageert:
“Dus je bedoelt dat de ridder gefrustreerd raakte omdat hij geen invloed kreeg op de anderen?”

Welke interactievaardigheid past de leerkracht hier het best toe?

A. Bevestigen
B. Verbeteren
C. Hertalen
D. Beurtruimte geven

Slide 15 - Open question

De leerkracht herformuleert de uiting van de leerling in rijkere en preciezere taal zonder de inhoud over te nemen of expliciet te corrigeren. Dat is kenmerkend voor hertalen. Bij bevestigen zou de leerkracht vooral waardering of erkenning geven (“Ja, goed gezien”). Bij verbeteren ligt de nadruk explicieter op correct taalgebruik. Beurtruimte geven gaat over kansen om te spreken, niet over de kwaliteit van de respons.
Tijdens een kringgesprek over duurzaamheid geeft een leerkracht veel uitgebreide uitleg in begrijpelijke taal. De leerlingen luisteren aandachtig, maar reageren meestal met korte antwoorden van één woord. De leerkracht wil haar interactievaardigheden verbeteren zodat de mondelinge taalontwikkeling van leerlingen sterker wordt gestimuleerd.

Welke aanpassing past het best bij de theorie?

A. De leerkracht vereenvoudigt haar taalgebruik verder zodat alle leerlingen de uitleg volledig kunnen volgen.
B. De leerkracht geeft vaker correcte voorbeeldantwoorden zodat leerlingen deze kunnen overnemen in hun eigen reacties.
C. De leerkracht verhoogt vooral het taalaanbod boven niveau door meer complexe woorden in haar uitleg te verwerken.
D. De leerkracht creëert meer beurtruimte en onderwerpsruimte door open vragen te stellen en door te vragen op leerlingreacties.

Slide 16 - Open question

In de casus is het taalaanbod al sterk aanwezig: de leerkracht spreekt uitgebreid en begrijpelijk. Het probleem zit in de beperkte taalproductie van leerlingen. Volgens de theorie vraagt dit om meer beurtruimte en onderwerpsruimte, bijvoorbeeld via open vragen, luisterresponsen en doorvragen. Antwoord C klinkt theoretisch sterk (“boven niveau”), maar lost het kernprobleem, namelijk te weinig actieve taalproductie, niet op.
Een leerkracht wil tijdens een zaakvakles over klimaatverandering zowel taalontwikkeling als diep denken stimuleren. Zij start de les met de vraag:
“Moet een overheid vliegen duurder maken om klimaatverandering tegen te gaan?”
Vervolgens laat zij leerlingen argumenten verzamelen, op elkaar reageren en hun redeneringen toelichten.

Welke combinatie van didactische principes uit het model van taaldenkgesprekken is hier het duidelijkst zichtbaar?

A. Begrijpelijk taalaanbod geven en taalproductie verbeteren door hertalen.
B. Een krachtige kwestie voorleggen en denkstappen expliciet maken binnen een betekenisvolle zaakvakcontext.
C. Onderwerpsruimte beperken en inhoudelijke kwaliteit stimuleren door gerichte kennisoverdracht.
D. Vakintegratie toepassen door taal en technisch lezen gelijktijdig te oefenen.

Slide 17 - Open question

De leerkracht gebruikt een krachtige kwestie die uitnodigt tot redeneren en argumenteren binnen een betekenisvolle zaakvakcontext. Door leerlingen argumenten te laten toelichten en op elkaar te laten reageren, worden ook denkstappen expliciet gemaakt.
Een leerkracht laat leerlingen stifdichten maken van oude krantenartikelen. Tijdens de nabespreking vraagt zij leerlingen niet alleen hun gedicht voor te lezen, maar ook uit te leggen waarom zij bepaalde woorden hebben behouden en andere hebben weggestreept.

Welke leerdoelstelling van stifdichten wordt hiermee het meest verdiept?

A. Leerlingen oefenen vooral technisch leesbegrip doordat zij nauwkeurig woorden moeten selecteren.
B. Leerlingen ontwikkelen inzicht in hoe betekenis ontstaat door woordkeuze, zinswendingen en talige verbanden.
C. Leerlingen leren moderne poëzie vooral herkennen aan het ontbreken van eindrijm.
D. Leerlingen vergroten hun woordenschat doordat zij onbekende woorden uit authentieke teksten overnemen.

Slide 18 - Open question

De kracht van stifdichten zit niet alleen in creativiteit, maar vooral in het bewust construeren van betekenis via taalkeuzes. Door leerlingen te laten reflecteren op behouden en weggestreepte woorden, denken zij na over betekenisrelaties, zinswendingen en interpretatie, centrale kenmerken van moderne poëzie.
De volgende les.
Wat ga je leren?
De volgende les:
  • Ik leer de theorie over thematisch en perspectiefgericht onderwijs​.
  • Ik leer hoe ik mijn eigen methodeles kan verrijken.

Belangrijk: Ik stuur je, na elke les, de LessonUples naar je toe. Herhalen is belangrijk.



Slide 19 - Slide

This item has no instructions