[2C] Paragraaf 1.2 + 1.3.2

1 / 36
next
Slide 1: Slide
NatuurkundeMiddelbare schoolvmbo t, mavoLeerjaar 2

This lesson contains 36 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 70 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Welkom!

Slide 2 - Slide

1.2 Het practicumlokaal & 1.3 Meten en meetinstrumenten
Aan het einde van deze les kun je: 
  • De belangrijkste veiligheidsregels tijdens een practicum noemen
  • Voorwerpen in het practicumlokaal herkennen die zorgen voor veiligheid
  • Veiligheidspictogrammen herkennen
  • Meetinstrumenten, grootheden en eenheden herkennen en benoemen
  • Eenheden in elkaar omrekenen
  • Een meetinstrument gebruiken en aflezen, waarbij je let op schaal en meetbereik

Slide 3 - Slide

Bespreken opdrachten 
Paragraaf 1.1 opdracht 7 t/m 11 en 13 (blz. 12) 
Paragraaf 1.3 opdracht 34 t/m 41 (blz. 27)

Slide 4 - Slide

Bespreken opdrachten 
Paragraaf 1.1 opdracht 7 t/m 11 en 13 (blz. 12) 
Paragraaf 1.3 opdracht 34 t/m 41 (blz. 27)

Slide 5 - Slide

Bespreken opdrachten 
Paragraaf 1.1 opdracht 7 t/m 11 en 13 (blz. 12) 
Paragraaf 1.3 opdracht 34 t/m 41 (blz. 27)

Slide 6 - Slide

Bespreken opdrachten 
Paragraaf 1.1 opdracht 7 t/m 11 en 13 (blz. 12) 
Paragraaf 1.3 opdracht 34 t/m 41 (blz. 27)

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide

Bespreken opdrachten 
Paragraaf 1.1 opdracht 7 t/m 11 en 13 (blz. 12) 
Paragraaf 1.3 opdracht 34 t/m 41 (blz. 27)

Slide 9 - Slide

Welke voorwerpen in het lokaal herken je om te gebruiken tijdens een practicum?

Slide 10 - Mind map

1.2 Het practicumlokaal
Practicum en practicumlokaal
Het experiment dat je doet heet het practicum of de proef.
Voorwerpen in een practicumlokaal (en niet in een theorielokaal): 
- Waterkraan
- Gaskraan
- Stopcontact
Blz. 15

Slide 11 - Slide

1.2 Het practicumlokaal
Veilig werken
- Labjassen, veiligheidsbrillen, blusdeken, brandblusser, oogdouche, nooddouche en noodstop
Veiligheidsregels
- Luister goed naar je docent
- Lees eerst de opdracht en houd je aan de opdracht
- Draag een labjas en veiligheidsbril
- Blijf zitten tijdens het practicum (alleen materiaalchef loopt rond)
- Draag lang haar in een staart

Blz. 15

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

1.2 Het practicumlokaal
Veiligheidspictogrammen
Blz. 17

Slide 14 - Slide

Aan de slag!
  • Wat? Maak 1.2 opdracht 15 t/m 19, 23 en 25 t/m 27 (blz. 18)
  • Hoe? Werk zelfstandig binnen je groep 
  • Tijd? 15 minuten
  • Hulp? Help elkaar. Kom je er niet uit? Vraag dan de docent
  • Resultaat? Je weet wat veiligheidsregels zijn
  • Klaar? Maak 1.2 opdracht 28 t/m 30 (blz. 21)
timer
15:00

Slide 15 - Slide

Bespreken opdrachten

Slide 16 - Slide

1.3 Meten en meetinstrumenten 
Grootheden en eenheden 
  • Grootheid: eigenschap die je kunt meten 
  • Eenheid: maat waarin je grootheid meet
Blz. 24

Slide 17 - Slide

Aan de slag!
Wat? Maak 1.2 opdracht 15 t/m 19, 23 en 25 t/m 27 (blz. 18) en 1.3 opdracht 42, 44, 46, 47, 48, 49 en 51 (blz. 28)
Hoe? Werk zelfstandig binnen je groep 
Tijd? Tot einde les
Hulp? Probeer het samen op te lossen. Lukt het niet? Vraag dan de docent
Resultaat? Je weet wat grootheden en eenheden zijn 
Klaar? 
  • Extra oefenen: Maak opdracht 43 en 45
  • Extra uitdaging: Maak opdracht 50 en 52
timer
20:00

Slide 18 - Slide

Af voor de volgende les
Paragraaf 1.2 opdracht 15 t/m 19, 23 en 25 t/m 27 (blz. 18)  
Paragraaf 1.3 opdracht 42, 44, 46, 47, 48, 49 en 51 (blz. 28)

Slide 19 - Slide

Wat heb je
vandaag geleerd?

Slide 20 - Mind map

Geef een cijfer voor de les.
Hoe vond je het gaan?
-1100

Slide 21 - Poll

1.3 Meten en meetinstrumenten 
Meetinstrumenten aflezen
  • Gebruik de schaalverdeling
  • Schaaldeel: waarde tussen twee streepjes op schaalverdeling meetinstrument
  • Meetbereik: waarden die je met het meetinstrument kunt meten
Blz. 25

Slide 22 - Slide

Hoeveel stoelpoten zijn er in het lokaal?

Slide 23 - Mind map

Wat is het volume van het lokaal?

Slide 24 - Mind map

Wat is de massa van je tas?

Slide 25 - Mind map

1.3 Meten en meetinstrumenten 
Hoeveelheden meten 
  • Aantal: meten door te tellen
  • Volume (inhoud): lengte x breedte x hoogte (of onderdompelmethode) --> liter, milliliter, kubieke centimeter of kubieke decimeter
  • Massa: hoeveelheid stof in gram of kilogram
Blz. 23 & 24

Slide 26 - Slide

Aan de slag!
Wat? Maak 1.3 opdracht 34 t/m 41 (blz. 27)
Hoe? Werk zelfstandig binnen je groep 
Tijd? 10 min
Hulp? Probeer het samen op te lossen. Lukt het niet? Vraag dan de docent
Resultaat? Je begrijpt het verschil tussen grootheden en eenheden; je weet welke meetinstrumenten gebruikt worden; je kunt eenheden omrekenen 
Klaar? 
  • Extra oefenen: Maak 1.3 opdracht 43 en 45 
  • Extra uitdaging: Maak opdracht 50 en 52
timer
10:00

Slide 27 - Slide


A
Waar
B
Niet waar

Slide 28 - Quiz


A
Waar
B
Niet waar

Slide 29 - Quiz


A
Waar
B
Niet waar

Slide 30 - Quiz


A
Waar
B
Niet waar

Slide 31 - Quiz


A
Waar
B
Niet waar

Slide 32 - Quiz


A
stopcontact
B
waterkraan
C
gaskraan

Slide 33 - Quiz


A
stopcontact
B
waterkraan
C
gaskraan

Slide 34 - Quiz


A
stopcontact
B
waterkraan
C
gaskraan

Slide 35 - Quiz


A
stopcontact
B
waterkraan
C
gaskraan

Slide 36 - Quiz