OVB schoonmaken

Schoonmaken en onderhouden van leefomgeving
1 / 33
next
Slide 1: Slide
WelzijnMBOStudiejaar 1

This lesson contains 33 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Schoonmaken en onderhouden van leefomgeving

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Leerdoelen
Aan het eind van de les weet je
  • wat professioneel schoonmaken is
  • hoe je moet schoonmaken;
  • hoe vaak je moet schoonmaken;
  • welke soorten vuil er zijn
  • wat een schoonmaakplanning is
  • dat er eitiketten op schoonmaakartikelen staan
  • wat ergononisch werken is

Slide 2 - Slide

This item has no instructions



                                                 CanMedsrol
                                                     Filmpje kijken
                                                               theorie bespreken
                                                            Opdracht maken

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

CanMeds rollen - Zorgverlener

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Filmpje
Welke huishoudelijke taken worden er in het filmpje benoemd?
Wie kan er zoveel mogelijk benoemen!

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Slide 6 - Video

This item has no instructions

Welke huishoudelijke taken benoemd hij allemaal?
Wat is herkenbaar?
Wat doe jij zelf allemaal in het huishouden?

Slide 7 - Open question

This item has no instructions

schoonmaak en onderhoudswerkzaamheden
Thuis schoonmaken:
Wie?
Waarom?
Hoe vaak?
Jouw kamer?
schoonmaakmiddelen?
professioneel schoonmaken?

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

schoonmaak en onderhoudswerkzaamheden
Professioneel schoonmaken
  • goede planning;
  • hygiëne eisen, moet je opvolgen;
  • juiste schoonmaakmethoden gebruiken;
  • juiste materialen gebruiken;
  • juiste methodieken gebruiken.

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Slide 10 - Video

This item has no instructions

Professioneel schoonmaken
Schoonmaakplan
= een goede planning waardoor je efficiënt (doelgericht) gaat werken.
In een schoonmaakplan staan de volgende onderdelen:
  • Wat je moet schoonmaken.
  • Wanneer je moet schoonmaken.
  • Hoe je moet schoonmaken.
  • Wie er moet schoonmaken.

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Professioneel schoonmaken
Dagelijkse werkzaamheden:
Wekelijkse werkzaamheden:
Periodieke werkzaamheden:

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

HDL – huishoudelijke dagelijkse levensverrichtingen:

zijn de handelingen die noodzakelijk zijn voor het voeren van het huishouden.
HDL activiteiten kan je verdelen in de volgende drie categorieën:

- zorg voor de leefomgeving (opruimen en schoonmaken)
- zorg voor de maaltijden
- verzorgen van kleding, linnengoed en schoeisel 

Naast HDL is er ook sprake van ADL (Algemene dagelijkse levensverrichtingen ). Voor beiden geldt dat je de zelfredzaamheid van de cliënt wilt vergroten.

Bij HDL ben je veel aan het samenwerken met mantelzorgers.


Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Bedenk voor jezelf  welke HDL activiteit je met een zorgvrager zou kunnen doen.  

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Om straks een zorgvrager hierin te kunnen begeleiden moet je de juiste beroepshouding hebben.
 
Een goede beroepshouding bestaat uit drie elementen:
- Echtheid
- Waardering
- Empathie.


Motivatie om HDL te doen, kan bij sommige zorgvragers ver liggen -> intrinsieke motivatie stimuleren


Tools om motivatie te geven: Complimenten geven, zelf positieve houding nemen, grote taak in kleine taken verdelen

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Een duitse chemicus die een theorie heeft bedacht om vuil te verwijderen.
De cirkel van Sinner

Actie en beweging
Tijd (schoonmaakmiddel laten inwerken)
Temperatuur (warm of koud)
Chemie (juiste schoonmaakmiddel)

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Schoonmaken en onderhouden van de woonomgeving
Vuil is in vier groepen in te delen:
- losliggend vuil: zakdoekjes, lege blikjes, stof, zand en haren van huisdieren of mensen; 
-licht gehecht of aangekleefd vuil: ‘verse vlekken’ zoals modder, vieze vingers, koffievlekken, vruchtensapvlekken; 
- sterk gehecht of ingedrongen vuil: ‘oude vlekken’ zoals bloed, roest en kauwgom; 
- onzichtbaar vuil: micro-organismen.

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Schoonmaken en onderhouden van de woonomgeving
Er zijn vier schoonmaakmethoden:
- Droog schoonmaken, bijvoorbeeld met een droge doek, stofzuiger, stofwisser of bezem.
- Klamvochtig schoonmaken, bijvoorbeeld met een iets vochtige of vettige doek of een doek waarin schoonmaakmiddel is verwerkt. 
- Nat schoonmaken, bijvoorbeeld met water, meestal gecombineerd met een reinigingsmiddel (soppen). 
- Desinfecteren: dat doe je om micro-organismen te verwijderen. 

Meestal reinig je eerst droog, klamvochtig of nat op de gewone manier, daarna desinfecteer je als dat nodig is.

De algemene geldende kleurcodes schoonmaak zijn als volgt:
Wit: Algemeen        Blauw: Interieur         Rood: Sanitair       Groen: Vloeren   
Geel: Keuken/desinfectie

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Schoonmaken en onderhouden van de woonomgeving
Met de schoonmaakmiddelen kan je mee:  
Ontvetten -> alkaltisch (soda en ammonia)
Ontkalken -> zuur (azijn of citroen)
Vloer reinigen -> neutraal (water)


Basisschoonmaakmiddelen:
groene zeep, allesreiniger, kalverwijderaar en glasspray
Speciale reinigingsmiddelen: voor hardnekkige vlekken (oven)
Onderhoudsmiddelen: en bescherming van materiaal (leer, zilver)

Belangrijk bij gebruik is dat je goed de aanwijzingen volgt voor dosering

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Schoonmaakmiddelen


  1. Reinigingsmiddelen= Een middel om het zichtbare vuil te verwijderen.
    Gebruiken voor alle oppervlakten en materialen.
    Voorbeeld: allesreiniger
     
  2. Desinfecteermiddelen= Een middel waarmee je onzichtbare vuil verwijdert. Het doodt micro-organismen (bacterien en schimmels)
    Voorbeeld: chloor

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Schoonmaakmiddelen
Let bij het gebruik van schoonmaakmiddelen op:
  • Lees het etiket.
  • Volg de gebruiksaanwijzing en de voorzorgsmaatregelen.
  • Doe altijd de dop op de fles. Ook tijdens het gebruik.
  • Plaats en bewaar schoonmaakmiddelen buiten het bereik van kinderen.
  • Zorg voor een juiste dosering. Gebruik niet te veel.

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Zoek op wat de Waarschuwing symbolen betekenen

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Waarschuwing symbolen
  • Explosiegevaar
  • Schadelijk
  • Mileu-gevaarlijk
  • Oxiderend
  • Brandgevaarlijk
  • Giftig
  • Bijtend
  • Houder onder druk

Slide 23 - Slide

laat de studenten de symbolen opzoeken

Ergonomie
Ergonomie = verstandig omgaan met je lichaam, letten op een goede houding

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Zijn er nog vragen?

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Onderhoud van de vaatwasser bestaat uit:
A
Filter reinigen, ontvetten, sproeiarm ontstoppen
B
Bestekmandje en deur schoonmaken, ontvetten
C
Filter reinigen, ontkalken, sproeiarm ontstoppen.

Slide 26 - Quiz

This item has no instructions

Juist of onjuist:
Een oven kun je schoonmaken met citroenschijfjes
A
Juist
B
Onjuist

Slide 27 - Quiz

This item has no instructions

waarom mogen kapotte spaarlampen en tl buizen niet in de vuilnisbak
A
Ze kunnen worden gerecycled
B
Ze moeten in de glasbak
C
Er kan kwik vrijkomen

Slide 28 - Quiz

This item has no instructions

.......staat op nummer 1 als het gaat om elektrische apparaten die brand kunnen veroorzaken in huis.
A
waterkoker
B
telefoonoplader
C
tv op standby
D
wasdroger

Slide 29 - Quiz

This item has no instructions

Onzichtbaar vuil is
A
onder de grond of in een kast
B
in de lucht
C
bacterien bijvoorbeeld op een toetsenbord
D
vuil wat je niet schoon kan maken

Slide 30 - Quiz

This item has no instructions

Wat is een desinfecteermiddel?
A
een middel waarmee je bacterien kunt verwijderen
B
een middel om infectieziekten te voorkomen
C
de betekenis van een etiket
D
een ander woord voor waspoeder

Slide 31 - Quiz

This item has no instructions

Wat is ergonomisch werken?
A
werken zonder je te ergeren
B
werken volgens een werkplanning
C
milieubewust werken
D
verstandig omgaan met je lichaam, letten op een goede houding

Slide 32 - Quiz

This item has no instructions

opdracht schoonmaken
Maak een overzicht van de  schoonmaakwerkzaamheden in je eigen kamer.

Slide 33 - Slide

This item has no instructions