Schaatsenrijder op water, Schäftlarn 2009 (foto: Richard Bartz, CC BY-SA 2.5)
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · MATERIE · BINDINGEN
Examentraining
Bindingen en polariteit: zo pak je examenvragen aan
Schaatsenrijder op water, Schäftlarn 2009 (foto: Richard Bartz, CC BY-SA 2.5)
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · MATERIE · BINDINGEN
Examentraining
Bindingen en polariteit: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Richard Bartz / Wikimedia Commons, CC BY-SA 2.5
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · MATERIE · BINDINGEN
Wat ga je kunnen?
Ik kan ruimtelijke bouw en dipool bepalen en kookpunt en oplosbaarheid verklaren met de bindingen binnen en tussen moleculen.
This item has no instructions
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · MATERIE · BINDINGEN
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: welke stof of welk deeltje, en welk gegeven (formule, structuur, kookpunten)?
2. Bouw: tel bindingen en vrije paren, bepaal de ruimtelijke bouw en of het molecuul een dipool is.
3. Koppel: welke bindingen werken binnen en welke tussen de deeltjes?
4. Schrijf: noem de eigenschap, de soort binding en tussen welke deeltjes die werkt.
This item has no instructions
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · MATERIE · BINDINGEN
Vraagtype 1: ruimtelijke bouw en hoek
Tel de bindingspartners en de vrije paren om het atoom: dat is het omringingsgetal.
2 is lineair (180°), 3 is plat vlak (ongeveer 120°), 4 is een tetraëder (ongeveer 109°).
Een dubbele of drievoudige binding telt voor één omringing.
This item has no instructions
In NH₄⁺ zit N met vier bindingen aan H. Welke ruimtelijke bouw heeft het ion?
Plat vlak, bindingshoek ongeveer 120°
Lineair, bindingshoek 180°
Tetraëder, bindingshoek ongeveer 109°
Plat vierkant, bindingshoek 90°
Syllabus M1.16: N heeft 4 bindingspartners en geen vrije paren, dus 4-omringing: tetraëder. Verwachte fout: plat vierkant kiezen omdat het er in een tekening zo uitziet.
HCN is H–C≡N. Geef vorm en bindingshoek.
Syllabus M1.16. Een goed antwoord: lineair, 180°. C heeft twee bindingspartners (H en N); de drievoudige binding telt voor één omringing, dus 2-omringing. Verwachte fout: 4 omringing tellen door de drie strepen mee te tellen.
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · MATERIE · BINDINGEN
Vraagtype 2: dipool of niet
Zoek eerst de polaire bindingen met de elektronegativiteit (Binas of gegeven).
Bepaal dan de ruimtelijke bouw: liggen de polaire bindingen symmetrisch, dan heffen ze elkaar op.
Noem in je antwoord zowel de polaire bindingen als de bouw.
This item has no instructions
CH₂Cl₂ is tetraëdrisch gebouwd met polaire C–Cl bindingen. Is het een dipool?
Nee, de vier bindingen heffen elkaar op
Ja, de polaire bindingen liggen asymmetrisch
Nee, want C–H bindingen zijn apolair
Ja, want het bevat twee soorten atomen
Syllabus M3.5: er zijn twee Cl en twee H rond C, dus de polaire C–Cl bindingen liggen niet symmetrisch en er is een som. Verwachte fout: de tetraëder symmetrisch noemen, terwijl de vier atomen om C niet gelijk zijn.
SO₂ (S 3-omringing; EN S 2,6, O 3,4): dipool?
Syllabus M1.16, M3.5. Het verschil in elektronegativiteit (3,4 − 2,6 = 0,8) maakt de S–O bindingen polair. S heeft twee bindingspartners en één vrij paar: 3-omringing, plat vlak, O–S–O ongeveer 120° en niet lineair. Een goed antwoord: ja, de bindingen liggen niet symmetrisch, dus de polaire bindingen heffen elkaar niet op en er is een δ⁻ kant (O) en een δ⁺ kant (S). Verwachte fout: zeggen dat het molecuul symmetrisch en dus apolair is, zoals CO₂.
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · MATERIE · BINDINGEN
Vraagtype 3: kookpunt verklaren
Vergelijk eerst de molecuulmassa en de vorm: vanderwaalsbindingen.
Kijk dan naar dipolen en O–H of N–H groepen: dipool-dipoolbindingen en waterstofbruggen.
Het kookpunt gaat over de bindingen tussen de moleculen, niet over de atoombindingen.
This item has no instructions
Kookpunten: HCl −85 °C, HBr −67 °C, HI −35 °C. Waarom stijgt het kookpunt?
Sterkere dipool-dipoolbindingen
Sterkere atoombindingen in het molecuul
Meer waterstofbruggen
Grotere massa, sterkere vanderwaalsbinding
Syllabus M3.1, M3.3. De molecuulmassa neemt toe van HCl naar HI, dus de vanderwaalsbindingen worden sterker. De dipool wordt juist zwakker (elektronegativiteit Cl > Br > I, zie Binas). HCl, HBr en HI hebben geen O–H of N–H groep. Verwachte fout: dipool-dipoolbindingen kiezen.
C₂H₅OH kookt op 78 °C, CH₃OCH₃ op −24 °C. Waarom?
Syllabus M3.1, M3.3. Een goed antwoord: beide zijn C₂H₆O met dezelfde molecuulmassa, maar alleen ethanol heeft een O–H groep en vormt waterstofbruggen tussen de moleculen. Dimethylether heeft alleen vanderwaals- en dipool-dipoolbindingen. Verwachte fout: de molecuulmassa als oorzaak noemen.
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · MATERIE · BINDINGEN
Vraagtype 4: oplosbaarheid en bindingen
Bepaal of de stof polair of apolair is en of er O–H of N–H groepen zijn.
Een lange apolaire keten maakt een stof hydrofober, ook met een OH-groep.
Noem bij oplossen de bindingen die verbroken worden en de bindingen die ontstaan.
This item has no instructions
Methanol mengt met water in elke verhouding, 1-hexanol (C₆H₁₃OH) slecht. Waarom?
Methanol is apolair, 1-hexanol polair
Methanol heeft een grotere molecuulmassa
1-hexanol vormt geen waterstofbruggen
De apolaire C₆-keten weegt zwaarder dan OH
Syllabus M3.6, M3.7. Beide hebben een OH-groep en kunnen waterstofbruggen met water vormen; bij 1-hexanol overheersen de vanderwaalsbindingen van de lange keten. Verwachte fout: zeggen dat 1-hexanol geen waterstofbruggen vormt.
Welke bindingen ontstaan bij ethanol in water?
Syllabus M3.9. Een goed antwoord: waterstofbruggen tussen ethanolmoleculen en watermoleculen (O–H van de een aan O van de ander). Verwachte fout: zeggen dat de atoombindingen in ethanol breken.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Ruimtelijke bouw en hoek
Dipool of niet
Kookpunt verklaren
Oplosbaarheid en bindingen
This item has no instructions
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · MATERIE · BINDINGEN
Tips voor op het examen
Tel bij VSEPR bindingspartners plus vrije paren; een meervoudige binding telt voor één.
Een molecuul is alleen een dipool met polaire bindingen én een asymmetrische bouw.
Kookpunt en smeltpunt gaan over de bindingen tussen moleculen, niet erin.
Een waterstofbrug heeft een H van O–H of N–H nodig en een vrij paar van O of N.
Noem bij elke verklaring de soort binding én tussen welke deeltjes die werkt.
This item has no instructions