wk 04

Dinsdag 21 januari - H1c
Stillezen in je leesboek
Terugblik: opdracht lapbook
Aan de slag!
timer
10:00
1 / 48
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

This lesson contains 48 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Dinsdag 21 januari - H1c
Stillezen in je leesboek
Terugblik: opdracht lapbook
Aan de slag!
timer
10:00

Slide 1 - Slide

Een lapbook maken

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Slide

Wat is een lapbook?
Een lapbook is een eenvoudig mapje met een verzameling van mini-boekjes, klepjes en ander gevouwen materiaal waarin ruimte is voor informatie, tekeningen en verhalen.

http://lapbooksindeklas.weebly.com

Slide 5 - Slide

Hoe maak je een lapbook?
Voorbeeld van een lapbook:
https://www.youtube.com/watch?time_continue=135&v=XzY3j3sM2gQ

Dit filmpje is handig voor tips over hoe je begint aan een lapbook:
https://www.youtube.com/watch?v=t1inXbba3cg


Slide 6 - Slide

Wat moet er allemaal op/in?
  • Titel en schrijver van het boek
  • Tijdlijn van de verhaallijn (4 momenten uitgewerkt)
  • Tekening over het thema van het boek
  • 4 objecten (afbeeldingen ervan) die belangrijk zijn voor de hoofdpersoon
  • 1 citaat uit het boek per object
  • Jouw mening onderbouwd met 3 argumenten (dus ‘waarom vind je dat?’)

Slide 7 - Slide

Aan de slag!
Ga naar Studiewijzers:
Download en sla op in mapje Nederlands:

  • H1c Oriëntatie-opdrachten Lapbook
  • Beoordeling en checklist

Vul, waar al mogelijk, de oriëntatie-opdracht in

Slide 8 - Slide

Schrijven 1: betoog
  • Schrijven 1 – betoog                        
  • telt 3x
  • Toets: donderdag 13 februari 2020

Slide 9 - Slide

Schrijven - Betoog
Tekstdoel: overtuigen
Tekstsoort: betogende tekst
Tekstvorm: betoog

Tijdens de toets schrijf je een betoog dat bestaat uit: 5 alinea’s: inleiding (1), kern (3), slot (1). 
Iedere alinea bestaat minimaal uit 5 zinnen
Onderwerp van het betoog? Wordt bekend tijdens de toets.

Slide 10 - Slide

Leerdoelen lessenserie

1. Je kunt vóór het schrijven een bouwplan maken.

2. Je kunt een overtuigende tekst schrijven op basis van een bouwplan.

Natuurlijk gaan we nog veel meer leren! Maar hierover later meer!

Slide 11 - Slide

Warming-up
  • Er verschijnt steeds 1 stelling op het scherm.
  • Ben je het met de stelling eens? Dan ga je staan.
  • Ben je het met de stelling oneens? Dan blijf je zitten.
  • De docent vraagt bij iedere stelling een aantal leerlingen om uit te leggen waarom zij het eens of oneens zijn met de stelling.
  • Denk dus steeds goed en serieus na waarom je het eens of oneens bent met de stelling.

Slide 12 - Slide

Spelregels

Luister goed naar elkaar en reageer alleen als dat gevraagd wordt.

Steek je vinger op als je wilt reageren.

Slide 13 - Slide

Stelling 1  

Er moeten voortaan energiedrankjes worden verkocht in de kantine van het ATC.  

Eens? Ga staan
Oneens? Blijf zitten

Slide 14 - Slide

Stelling 2

Het luisteren van muziek moet niet langer worden toegestaan tijdens de lessen op het ATC.

Eens? Ga staan
Oneens? Blijf zitten

Slide 15 - Slide

Stelling 3

Alle telefoons moeten voortaan in het kluisje worden gelegd bij de start van de schooldag op het ATC.

Eens? Ga staan
Oneens? Blijf zitten

Slide 16 - Slide

Stelling 4

Het dragen van een uniform moet voortaan verplicht worden op het ATC.

Eens? Ga staan
Oneens? Blijf zitten

Slide 17 - Slide

Stelling 5

Er moet voortaan gegeten en gedronken mogen worden tijdens alle lessen op het ATC.

Eens? Ga staan
Oneens? Blijf zitten

Slide 18 - Slide

Stelling, mening en argumenten
Stelling Een uitspraak waar je het mee eens of oneens kan zijn.
Het ATC is een fijne school.

Mening Wat je ergens van vindt. Een ander kan het hier (on)eens mee zijn.
Ik vind het ATC een fijne school.

Argumenten Met argumenten leg je uit waarom je iets vindt.
Op het ATC luisteren de docenten goed naar de leerlingen.  


Slide 19 - Slide

Signaalwoorden
Signaalwoorden
Argumenten kun je vaak herkennen aan signaalwoorden.

Ik vind het ATC een fijne school, omdat de docenten op het ATC goed naar de leerlingen luisteren.  

Ik vind het ATC een fijne school, want de docenten op het ATC luisteren goed naar de leerlingen.  

Slide 20 - Slide

Aan de slag!
Log in bij LessonUp.

Ga naar wk 04
Ga naar: slide 22

Maak de opdrachten op slide (22 t/m 39)

Slide 21 - Slide

Aan de slag!
Opdracht: Benoem in iedere zin (op de volgende slides) de stelling, het argument en het signaalwoord. 

Voorbeeld Programmeren moet een verplicht vak worden op de middelbare school, want programmeren is de toekomst.

Stelling: Programmeren moet een verplicht vak worden op de middelbare school. Argument: Programmeren is de toekomst.

Slide 22 - Slide

Benoem de stelling en het argument.

1. Oude mensen zouden elk jaar opnieuw rijexamen moeten doen. Mijn opa is bijvoorbeeld een gevaar op de weg.

Slide 23 - Open question

Benoem de stelling en het argument.

2. Je kunt beter niet naar houseparty’s gaan, want housemuziek is slecht voor je gehoor.

Slide 24 - Open question

Benoem de stelling en het argument.

3. Volgens mij moet je die webcam niet kopen. In een test van de consumentenbond werd hij heel slecht beoordeeld.

Slide 25 - Open question

Benoem de stelling en het argument.

4. Ik ben in de pauze van de film weggegaan. Ik vond er helemaal niets aan.

Slide 26 - Open question

Benoem de stelling en het argument.

5. Door de drukte kunnen we bijna niet oversteken. In het centrum zouden auto’s verboden moeten worden.

Slide 27 - Open question

Benoem de stelling en het argument.

6. Windenergie is niet meer nodig, omdat er andere alternatieven zijn.

Slide 28 - Open question

Benoem de stelling en het argument.
7. Reclamespotjes voor leningen moeten verboden worden, want jongeren lenen veel te gemakkelijk geld voor luxeartikelen.

Slide 29 - Open question

Benoem de stelling en het argument.

8. Dierentuinen moeten verboden worden, want het is zielig voor de dieren.

Slide 30 - Open question

Benoem de stelling en het argument.

9. Cosmetische chirurgie moet verboden worden, omdat het duur is en de patiënt onnodig risico loopt.

Slide 31 - Open question

Benoem de stelling en het argument.

10. Huiswerk moet in de les gemaakt worden, want thuis hebben scholieren andere bezigheden.

Slide 32 - Open question

Ga naar Studiewijzers
Ga naar:             Schrijven: betoog
Download:          de Stellingenfabriek

Opdracht:
Lees:             heel goed wat je moet doen (tekst in oranje kader)
Formuleer:     jouw persoonlijke stelling.
Bedenk:         2 of meer argumenten voor jouw stelling.  
Noteer:           je stelling en je argumenten op de volgende slide.

De stellingenfabriek

Slide 33 - Slide

Lees heel goed wat je moet doen (tekst in oranje kader)
a. Formuleer jouw persoonlijke stelling.
b. Bedenk 2 of meer argumenten voor jouw stelling.

Slide 34 - Open question

Einde van deze les

Slide 35 - Slide

Donderdag 23 januari - H1c
Warming up: Dilemma op dinsdag
Jullie stellingen van de Stellingenfabriek
Aan de slag: Zondag met Lubach + argumenten

Slide 36 - Slide

Warming up
"Dilemma op dinsdag"

Slide 37 - Slide

Slide 38 - Slide

Slide 39 - Slide

Slide 40 - Slide

Een stelling uit de stellingenfabriek
December - Irene – Tielemans

Stelling: We moeten via een referendum melkpakken laten bedrukken met Taylor Swift.

Argumenten:
  • Taylor Swift doet veel dingen voor goede doelen. Door foto's van haar op melkpakken te laten drukken krijgt ze meer bekendheid en kan ze meer geld ophalen voor goede doelen.
  • Taylor Swift is een knappe vrouw. Zo hebben mensen die de melkpakken kopen wat leuks om naar te kijken bij het ontbijt.



Slide 41 - Slide

Aan de slag!
Log in bij LessonUp, wk 04.
Ga naar slide 42.

Je kijkt een aflevering van Zondag met Lubach
Deze aflevering gaat over kernenergie.

Je maakt hierbij de vragen op de volgende slides. 

Slide 42 - Slide

1. Arjen Lubach is voor / tegen kernenergie.
A
voor
B
tegen

Slide 43 - Quiz

2. Noteer de argumenten die Arjen Lubach voor zijn mening heeft.

Slide 44 - Open question

0

Slide 45 - Video

3. Ben je, na het zien van de aflevering van Arjen Lubach, voor of tegen kernenergie?
A
Ik ben voor kernenergie
B
Ik ben tegen kernenergie

Slide 46 - Quiz

Waarom ben je voor/tegen? Leg je antwoord goed uit met goede argumenten.

Slide 47 - Open question

Einde van deze les

Slide 48 - Slide