De grote V&R quiz

De grote V&R quiz
1 / 35
next
Slide 1: Slide
VerkeerPraktijkonderwijsLeerjaar 4

This lesson contains 35 slides, with interactive quizzes, text slide and 5 videos.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

De grote V&R quiz

Slide 1 - Slide

Wat betekent dit bord?
A
autoweg
B
autosnelweg
C
landingsbaan
D
fietspad

Slide 2 - Quiz

Is een voetganger een bestuurder?
A
nee
B
ja

Slide 3 - Quiz

Slide 4 - Video

De fietser in het filmpje had geen voorrang. Hoe weet je dat?
A
fietsers hebben nooit voorrang bij een rotonde
B
de auto reed sneller dan de fietser
C
er stonden haaientanden op het fietspad
D
op het fietspad stond een stopbord

Slide 5 - Quiz

Wat betekenen haaientanden?
A
je moet hier stoppen
B
je geeft hier voorrang aan de kruisende bestuurders
C
je moet hier stoppen en voorrang geven
D
jij hebt hier voorrang

Slide 6 - Quiz

Wanneer moet je bij dit bord stoppen?
A
altijd
B
alleen als er verkeer aankomt

Slide 7 - Quiz

Dit bord betekent......
A
dat je iedereen voorrang moet geven
B
dat je hier niet mag parkeren
C
dat je hier niet mag stoppen
D
dat je op een voorrangsweg rijdt

Slide 8 - Quiz

Dit bord betekent.....
A
verboden te parkeren
B
verboden stil te staan

Slide 9 - Quiz

Hier geldt een ......
A
inhaalverbod
B
een stopverbod

Slide 10 - Quiz

Waar kun je dit bord tegenkomen?
A
bij een fietspad
B
bij een autosnelweg

Slide 11 - Quiz

Slide 12 - Video

Op de autosnelweg mag je overdag maximaal 100 k/u. Wanneer mag je 120/130 km/u?
A
Tussen 19.00 uur en 07.00 uur
B
Tussen 20.00 uur en 06.00 uur
C
Tussen 19.00 uur en 06.00 uur
D
Tussen 20.00 uur en 07 uur

Slide 13 - Quiz

Op een rotonde met meerdere rijbanen mag je.......
A
nooit inhalen
B
alléén links inhalen
C
alléén rechts inhalen
D
rechts inhalen

Slide 14 - Quiz

Bij een bushalte mag je.....
A
nooit stoppen
B
even kort stoppen om iemand in/uit te laten stappen

Slide 15 - Quiz

Wat is hier de maximale snelheid?
A
80 km per uur
B
90 km per uur
C
100 km per uur
D
120 per uur

Slide 16 - Quiz

De maximale snelheid in een erf is....
A
20 km per uur
B
15 km per uur
C
25 km per uur
D
30 km per uur

Slide 17 - Quiz

Mag je in een erf je auto parkeren op de weg?
A
nee
B
ja

Slide 18 - Quiz

Welke stelling is waar?
A
Als je 17 bent mag je het rijexamen afleggen
B
Als je 17 bent mag je zelfstandig rijden
C
Je mag het rijexamen pas doen als je 18 bent
D
Als je 16 bent mag je het rijexamen afleggen

Slide 19 - Quiz

Wanneer zijn deze voertuigen voorrangsvoertuigen?
A
Altijd
B
Alleen als ze zwaailicht en sirene voeren

Slide 20 - Quiz

Slide 21 - Video

Voor welke overtredingen krijgt de automobilist een bekeuring?
A
snelheidsovertreding
B
rechts inhalen
C
rijden over de vluchtstrook

Slide 22 - Quiz

Wat is een EMG-cursus?
Educatieve Maatregel Gedrag
A
Een cursus als je nog iets bij wil leren over het verkeer
B
een verplichte cursus als je gevaarlijk of asociaal rijdt

Slide 23 - Quiz

Slide 24 - Video

Wat had de automobilist beter kunnen doen bij de rotonde?
A
extra gas geven
B
even stilstaan
C
even de berm ingaan
D
Nog een extra rondje rijden

Slide 25 - Quiz

Wie heeft er voorrang?
A
de voetganger
B
de auto

Slide 26 - Quiz

Wanneer kan jouw rijbewijs ingevorderd worden?
A
Bij meer dan 50 km te hard rijden
B
Als je alcohol en/of drugs hebt gebruikt en in de auto gaat rijden
C
Bij gevaarlijk rijgedrag
D
Als je alcohol en/of drugs hebt gebruikt en op de fiets gaat rijden

Slide 27 - Quiz

Slide 28 - Video

Het rijbewijs van deze automobilist werd ingevorderd. Wat betekent dit?
A
Dat de bestuurder nu niet meer mag rijden
B
Dat de bestuurder een boete kan krijgen
C
Dat de bestuurder misschien wel opnieuw examen moet doen
D
Dat de bestuurder nog een extra cursus moet gaan volgen

Slide 29 - Quiz


A
groene symbool is groot licht
B
blauwe symbool groot licht
C
groene symbool is dimlicht
D
blauwe symbool is dimlicht

Slide 30 - Quiz

Mag de auto de vrachtwagen inhalen?
A
Ja, want er is een onderbroken streep
B
Nee, want de gele streep is leidend

Slide 31 - Quiz

Heeft de voetganger voorrang?
A
Nee, de scooter mag eerst
B
Ja, voetgangers bij een zebrapad mogen altijd eerst

Slide 32 - Quiz

Je moet altijd de aanwijzingen opvolgen van een verkeersregelaar
A
dat is onjuist
B
dat is juist

Slide 33 - Quiz

Wie moet hier stoppen?
A
Verkeer dat de agent van links nadert
B
Verkeer dat de agent van achteren nadert
C
Verkeer dat de agent van rechts nadert
D
Verkeer dat de agent van voren nadert

Slide 34 - Quiz

Wat geeft de verkeersregelaar hier aan?
A
Vaart minderen
B
Even beetje doorrijden
C
Stoppen als je van rechts komt
D
Stoppen als je van links komt

Slide 35 - Quiz