rechtsvorm

rechtsvorm
1 / 17
next
Slide 1: Slide
BedrijfseconomieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slide.

time-iconLesson duration is: 50 min
Report this lesson

Items in this lesson

rechtsvorm

Slide 1 - Slide

Bij het overlijden van de eigenaar van een eenmanszaak betekent dat tevens het einde van de eenmanszaak.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 2 - Quiz

Een eenmanszaak heeft geen personeel, het is niet voor niets een eenmanszaak.
A
juist
B
onjuist

Slide 3 - Quiz

Wat is een kenmerk van een eenmanszaak?
A
Juridische entiteit apart
B
Eigenaar is persoonlijk aansprakelijk
C
Minimaal twee eigenaren nodig
D
Beperkte aansprakelijkheid

Slide 4 - Quiz

Een voordeel van een vof is...
A
... dat je niet verantwoordelijk bent met je privévermogen
B
... dat het bedrijf doorgaat als één van de eigenaren ziek is
C
... dat je meestal minder vermogen kunt inbrengen dan bij een eenmanszaak
D
... dat je als enige de leiding hebt over het bedrijf

Slide 5 - Quiz

Wat is een nadeel van een VOF?
A
er is maar één eigenaar
B
je betaalt meer belasting dan bij een BV
C
je bent aansprakelijk voor de schulden van de mede-eigenaren
D
je kunt eenvoudig aandelen verkopen

Slide 6 - Quiz

Heeft een VOF rechtspersoonlijkheid
A
Ja
B
Nee

Slide 7 - Quiz

Wat is de aansprakelijkheid van een VOF?
A
Aansprakelijkheid beperkt tot het eigen vermogen
B
Hoofdelijke aansprakelijkheid voor de schulden

Slide 8 - Quiz

Wie is aansprakelijk in een BV?
A
De directeur alleen
B
De oprichter alleen
C
De BV zelf
D
Alle aandeelhouders persoonlijk

Slide 9 - Quiz

Wat is een BV
A
Besloten Vennootschap
B
Een autodealer
C
een winkel
D
Een voetbalvereniging

Slide 10 - Quiz

Welke rechtsvorm(en) kan een ZZP'er kiezen?
A
Eenmanszaak, BV, NV
B
VOF, BV, NV
C
Stichting, Vereniging

Slide 11 - Quiz

Mag een stichting winst maken?
A
Ja, maar de winst moet voor het doel van de stichting gebruikt worden.
B
Ja, maar de winst mag alleen aan de bestuurders worden uitgekeerd.
C
Nee, een stichting mag aan het eind van het jaar geen geld overhouden.
D
Nee, als er geld overblijft, moet dat aan de werknemers worden uitgekeerd.

Slide 12 - Quiz

NV betekend:
A
niet vragen
B
naamloze vennootschap
C
nutteloze vennootschap
D
noordelijkste vennootschap

Slide 13 - Quiz

Het verschil tussen een Vereniging en een Stichting is:
A
Stichting heeft leden Vereniging heeft geen leden
B
Stichting krijgt contributies Vereniging krijgt subsidies
C
Stichting krijgt donaties Vereniging krijgt contributies
D
Stichting heeft een bestuur Vereniging heeft geen bestuur

Slide 14 - Quiz

Wat is het onderwerp?
Sinds lang bestaat er een vereniging voor mensen met deze ziekte.
A
sinds lang
B
een vereniging
C
een vereniging voor mensen
D
mensen

Slide 15 - Quiz

KPN is een NV. Dit is een ...
A
Rechtsvorm met rechtspersoonlijkheid
B
Rechtsvorm zonder rechtspersoonlijkheid

Slide 16 - Quiz

Wat is een verschil tussen een stichting en een bv?
A
Een stichting heeft geen doel, een bv wel.
B
Het doel van een bv is meestal (maximale) winst, het doel van een stichting is niet-commercieel.
C
Een bv is geen rechtspersoon, een stichting is dat wel.
D
Een stichting is geen rechtspersoon, een bv is dat wel.

Slide 17 - Quiz