A1 zinnen maken

A1 zinnen maken
1 / 15
next
Slide 1: Slide
NT2ISK

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 20 min

Items in this lesson

A1 zinnen maken

Slide 1 - Slide

De volgorde van een zin
Kun je hier één zin van maken?
1 (wie)
2 (werkwoord)
3 (de rest)
De broers
koken
pasta.
De broers
koken
vanavond.
De broers
koken
in de keuken.

Slide 2 - Slide

Volgorde 
Wie
Werkwoord
Wanneer
Wat
Waar
(1) De broers
(2)koken
(3)vanavond
(4)pasta
(5)in de keuken

Slide 3 - Slide

Volgorde 





maken - huiswerk - vandaag - de leerlingen - in de les
Werkwoord
Wie
Wanneer
Wat
Waar
(1) 
(2)
(3)
(4)
(5)

Slide 4 - Slide

Maak een zin met de woorden:
ik + kan

Slide 5 - Open question

Maak een zin met de woorden:
Mijn dochter - dansen

Slide 6 - Open question

Maak een zin met de woorden :
jij + koken + ?

Slide 7 - Open question

Maak een zin met de woorden :
Wij + zitten + ?

Slide 8 - Open question

maak een zin met de woorden :
kunt + spreken

Slide 9 - Open question

maak een zin met de woorden :
rijden + Amsterdam

Slide 10 - Open question

maak een zin met de woorden :
pizza + gisteren + Nederland

Slide 11 - Open question

maak een zin met de woorden :
regen + omdat

Slide 12 - Open question

maak een zin met de woorden :
koffie + thee

Slide 13 - Open question

maak een zin met de woorden :
vorige week + rennen

Slide 14 - Open question

maak een zin met de woorden :
Ik heb + rennen

Slide 15 - Open question