Bingo WVDW zomervakantie

woord van de week 
1 / 28
next
Slide 1: Slide
NieuwsbegripMiddelbare schoolvmbo b, k, gLeerjaar 1,2

This lesson contains 28 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

woord van de week 

Slide 1 - Slide

woord van de week 
Elke week een ander woord !
Door wekelijks een schooltaalwoord ‘in the picture’ te zetten, willen we jullie woordenschat uitbreiden.

Slide 2 - Slide

Welke woorden weet je nog?

Slide 3 - Mind map

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

bingokaart maken 

Slide 6 - Slide

Welk woord is een synoniem van
'gevolg' ?
A
functie
B
consequentie
C
alternatief
D
verantwoordelijkheid

Slide 7 - Quiz

bingoronde 1

Slide 8 - Slide

Ik moet even mijn agenda ..... om te zien of ik kan afspreken.
A
vastleggen
B
interpreteren
C
waarderen
D
raadplegen

Slide 9 - Quiz

De keeper kreeg een groot compliment en dat kon hij erg .....

Slide 10 - Open question

bingoronde 2

Slide 11 - Slide

Je moet wat ik zeg niet verkeerd ....., want ik bedoel het goed.
A
interpreteren
B
constateren
C
raadplegen
D
vastleggen

Slide 12 - Quiz

Als je te fanatiek een wedstrijd speelt ..... je het ..... op een gele of rode kaart .

Slide 13 - Open question

Kaartjes voor de wedstrijd zijn heel erg duur, dus is het kijken op een groot scherm in de stad een goed.............

Slide 14 - Open question

bingoronde 3

Slide 15 - Slide

Welk woord hoort bij deze afbeelding?
A
functie
B
inhoud
C
bovendien
D
waarneming

Slide 16 - Quiz

In welke zin wordt 'VASTLEGGEN'
NIET goed gebruikt ?
A
We moeten de afspraken duidelijk vastleggen in onze agenda.
B
De fotograaf probeerde het mooie moment vast te leggen.
C
Ik ga straks naar de winkel om wat brood vast te leggen voor het ontbijt.
D
Het is belangrijk om je doelen voor volgend schooljaar vast te leggen.

Slide 17 - Quiz

Iedereen binnen ons voetbalteam heeft zijn eigen ..... en draagt daarmee bij aan het gezamenlijke resultaat.

Slide 18 - Open question

bingoronde 4

Slide 19 - Slide

Wat is een synoniem voor
uitleggen - toelichten - verduidelijken?
A
verklaren
B
raadplegen
C
vastleggen
D
waarderen

Slide 20 - Quiz

In welke zin wordt 'FUNCTIE'
NIET goed gebruikt ?
A
Deze knop heeft de functie om het apparaat snel uit te schakelen bij gevaar.
B
In de klas heeft de leerkracht de functie om leerlingen les te geven.
C
De leerling had de functie om zijn huiswerk op tijd af te maken.
D
De functie van het hart is om bloed door het lichaam te pompen.

Slide 21 - Quiz

De scheidsrechter ..... een
overtreding en gaf een vrije trap.

Slide 22 - Open question

bingoronde 4

Slide 23 - Slide

Welk woord is een signaalwoord ?
A
verantwoordelijkheid
B
inhoud
C
functie
D
bovendien

Slide 24 - Quiz

De ..... van het boek over voetbal was zo interessant dat ik het in één keer heb uitgelezen.

Slide 25 - Open question

Mevr. Claerhoudt en Mevr. Gielen kunnen het erg ..... dat jullie het hele schooljaar jullie best deden voor het vak LVD.

Slide 26 - Open question

bingoronde 4

Slide 27 - Slide

Veel succes in de proefwerkweek 
en daarna fijne vakantie!

Slide 28 - Slide