Mond (1)holte - slijmvlies.
Kaak en rondom gebit (3)- tandvlees. (2)
De tong bestaat uit spierweefsel.(8)
Gehemelte (4) is de grens tussen de mondholte en de keelholte.(6)
Harde gehemelte gaat achterin over in het zachte gehemelte waar de huig. (5) aan hangt.
Aan de zijkant achterin liggen de amandelen (tonsillen)(7). (veel afweercellen en zorgen zo voor bescherming tegen bacteriën)