This lesson contains 29 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.
Lesson duration is: 60 min
Items in this lesson
Welkom in de les
Vandaag:
lesdoelen §5.1
instructie §5.1
maken opgave uit het boek
afsluiting les
§5.1 Energievoorziening
Slide 1 - Slide
§5.1 - Je leert
verschillende manieren aangeven hoe elektrische energie opgewekt wordt;
het verschil aangeven tussen duurzame en niet-duurzame energieopwekking;
aangeven hoe je elektrische energie kunt besparen;
uitrekenen met welk rendement een apparaat werkt.
Slide 2 - Slide
Conventionele energiecentrale
Slide 3 - Slide
Energiecentrales
Een energiecentrale produceert elektrische energie.
De meeste centrales verbranden
Het verbranden van fossiele brandstoffen is
FOSSIELE BRANDSTOFFEN
Steenkool<div>Olie</div><div>Gas</div>
SCHADELIJK
Er ontstaat:<div>- Opwarming van grondwater</div><div>- Roetdeeltjes</div><div>- Co<sub>2</sub> (koolstofdioxide); dit zorgt voor <b>VERSTERKT BROEIKASEFFECT</b></div>
Slide 4 - Slide
Fossiele brandstoffen
Steenkool Aardolie Aardgas
Slide 5 - Slide
Andere manieren om
energie op te wekken zijn:
Slide 6 - Slide
Groene energie
- Zonne energie
- Wind energie
- Water energie
Slide 7 - Slide
Groene energiebronnen
Voordelen: geen afval
Nadelen: de installaties zijn vaak duur in aanschaf, ook is de energiebron niet altijd beschikbaar.
Slide 8 - Slide
Slide 9 - Video
Wat moet je onthouden
Hoe wordt elektrische energie opgewekt bij een elektriciteitscentrale?
Wat voor spanning is nodig bij
verschillende punten van het
elektriciteitsnet?
Wat doet een transformator?
Slide 10 - Slide
Energietransport
Transformator - verhoogt of verlaagt de spanning
Slide 11 - Slide
Energieverlies
Als stroom door een kabel gaat, wordt de kabel warm.
Voor de minste energieverlies moet de stroom met een zo hoog mogelijke spanning worden vervoerd worden.
Energieverlies
minder energie over voor de eindgebruikers
Slide 12 - Slide
Slide 13 - Slide
Slide 14 - Slide
Slide 15 - Slide
Slide 16 - Slide
0
Slide 17 - Video
Energielabel
Energie labels maken het je makkelijk om te kiezen, want ze laten in één oogopslag zien welke apparaten, auto's en woningen zuinig omgaan met energie.
Het energielabel is verplicht gesteld door de EU
Slide 18 - Slide
Sluipgebruik
Wie weet wat hiermee bedoelt wordt?
Kun je een voorbeeld noemen?
Het verbruiken van energie, door apparaten, terwijl ze uit staan.
Slide 19 - Slide
Rendement
Niet alle energie wordt nuttig gebruikt.
Door het percentage nuttige energie te berekenen, kun je het rendement vinden.
Slide 20 - Slide
Rendement
Wanneer je moet rekenen met rendement, maak een schetsje.
Slide 21 - Slide
Op een zonnepaneel valt 3000 J aan zonne-energie. Hiervan wordt 450 omgezet in elektriciteit. Hoe groot is het rendement van het zonnepaneel?
timer
3:00
Slide 22 - Open question
Antwoord
Slide 23 - Slide
Wat weet je al???
Slide 24 - Slide
Hoe noemen we de energie die in een batterij zit?
A
Elektrische energie
B
Zonne energie
C
Bewegingsenergie
D
Chemische energie
Slide 25 - Quiz
In Nederland maken we vooral gebruik van....
A
Waterenergie
B
Zonne energie
C
Windenergie
D
Kernenergie
Slide 26 - Quiz
Je kunt...
verschillende manieren aangeven hoe elektrische energie opgewekt wordt;
het verschil aangeven tussen duurzame en niet-duurzame energieopwekking;
aangeven hoe je elektrische energie kunt besparen;