unit 3 lesson 2

unit 3 lesson 2    Shopping
Welkom bij de online les!  

Camera aan, microfoon uit. 
Heb je een vraag steek een hand op en wacht 
tot je aan de beurt bent.  





1 / 48
next
Slide 1: Slide
EngelsMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 2

This lesson contains 48 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 120 min

Items in this lesson

unit 3 lesson 2    Shopping
Welkom bij de online les!  

Camera aan, microfoon uit. 
Heb je een vraag steek een hand op en wacht 
tot je aan de beurt bent.  





Slide 1 - Slide

Inloggen bij LessonUp
Let goed op, op elke dia staat wat je moet doen.  
Steek een handje op als je vragen wilt stellen en wacht op je beurt. 

Slide 2 - Slide

Ga naar lessonup.com
Kies daar:  Registreren
(zie roze pijl)

Slide 3 - Slide

Kies:  Ik ben leerling

Slide 4 - Slide

Kies:  Code invoeren. 
De code: erjbv  

Slide 5 - Slide

Kies: Registreren 

Slide 6 - Slide

Log in met je Google Account
(je schoolaccount) 

Slide 7 - Slide

Lukt het niet met je Google account, log dan in met je 
schoole-mailadres en verzin zelf een wachtwoord)

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Slide

Waar is Josie goed in?
A
leren
B
winkelen
C
sporten

Slide 10 - Quiz

Waarom gaan haar vrienden graag met haar mee?

Slide 11 - Open question

Hou jij van winkelen?
A
ja
B
nee

Slide 12 - Quiz

Wat is je favoriete winkel?

Slide 13 - Mind map

Slide 14 - Link

To do!    unit 3 lesson 2 
maken:   opd. 13A - 14A - 15 - 16

leren:   woorden lesson 2   (zie link in vorige dia) 

Slide 15 - Slide

Today 3rd period
kader: unit 3 lesson 2 
              opdracht  10A 1-2  +  10B.2 + 11 + 13 + 14

basis:  unit 3 lesson 2 
                opdracht 17 + 18 + 19 + 21 + 22 + Practise More 

               leren:  de woorden van lesson 2. 

Slide 16 - Slide

am/are/is going to + hele ww.
I am going to tell you a story. 
It isn't going to snow today. 
We are going to a party this weekend! 

Slide 17 - Slide

It .................. rain today.
A
am going to
B
is going to
C
are going to

Slide 18 - Quiz

They ............... move to a new house.
A
am going to
B
is going to
C
are going to

Slide 19 - Quiz

Shakira ............. enjoy her trip around the world.
A
am going to
B
is going to
C
are going to

Slide 20 - Quiz

Our grandparents ........ buy a new racehorse.
A
am going to
B
is going to
C
are going to

Slide 21 - Quiz

Trappen van vergelijkingen.
21 -01 - 21 

Slide 22 - Slide

Comparisons
big
bigger
the biggest
Vergelijkingen 

Slide 23 - Slide

Vergrotende + overtreffende trap
klein - kleiner - kleinst(e)
small - smaller - smallest

groot - groter - grootst(e)
big - bigger - biggest

aardig - aardiger - aardigst(e)
nice - nicer - nicest

Slide 24 - Slide

Vergrotende trap:
+ER

Vaak wordt het woord gevolgd door THAN

Frank is taller than Rob.

The boys are faster than us.


Overtreffende trap:
+EST

Vaak komt er voor het woord THE te staan

Rob is the tallest boy I know.

That is the fastest car ever.

Slide 25 - Slide

spelling korte woorden +  woorden op -er
big  -  bigger than - the biggest 

easy  - easier than  -  the easiest



Slide 26 - Slide

Vergelijkingen

Bij korte woorden - er of - est  achter het woord;

smart - smarter - smartest


Let op: funny - funnier - funniest

late - later - latest

big - bigger - biggest


Slide 27 - Slide

As ... as
Gelijk (of ongelijk) - 

Tom is as tall as Tim.
Tom is not as tall as Tim. 

Slide 28 - Slide

My sister has a ___ room than I have.
A
big
B
bigger
C
biggest
D
more bigger

Slide 29 - Quiz

I drive ___ than my husband.
A
safe
B
safer
C
safest
D
most safe

Slide 30 - Quiz

The teacher likes to have the ___ talks.
A
dull
B
duller
C
dullest

Slide 31 - Quiz

Michael Jackson was the
___ singer ever .
A
great
B
greater
C
greatest
D
most great

Slide 32 - Quiz

unit 3 lesson 2 
Welcome back! 

Slide 33 - Slide

big - bigger - biggest

  1. Jij bent groot.    big
  2. Ik ben groter.     bigger
  3. Hij is het grootst.  biggest

bij woorden met 1 lettergreep
er - est 

Slide 34 - Slide

woorden die eindigen op - Y
Happy 
             happier 
                             happiest 


She is ......................(pretty) than me. 
than
 +er
the 
+est
as

crazy 
        crazier 
                    craziest 

Slide 35 - Slide

woorden met meerder lettergrepen
beautiful 
                   more beautiful than
                                               the    most beautiful 


more als er than in de zin staat
most als er the in de zin staat. 

Slide 36 - Slide

Nike is ..............(cheap) than Gucci.
A
cheaper
B
cheapest
C
more cheap
D
most cheap

Slide 37 - Quiz

A tiger is the ................................(dangerous) animal in the jungle.

A
dangerousest
B
dangerouser
C
more dangerous
D
most dangerous

Slide 38 - Quiz

She is ......................................(successful) than the president of America.
A
successfullest
B
successfuler
C
more successful
D
most successful

Slide 39 - Quiz

Tina is the ..............beautiful woman on earth.
A
beautifulest
B
beautifuler
C
more beautiful
D
most beautiful

Slide 40 - Quiz

Henry is .........(lazy) than a fish.
A
lazyer
B
lazier
C
laziest
D
most lazy

Slide 41 - Quiz

Our house is as .........(large) as yours.
A
larger
B
largest
C
more large
D
large

Slide 42 - Quiz

Slide 43 - Video

When was this party in the Downing Street garden?
A
17 March 2020
B
21 May 2020
C
20 May 2020

Slide 44 - Quiz

How many people were invited to the party?
A
10
B
100
C
150

Slide 45 - Quiz

Why is it such a big deal that the Prime Minister of the United Kingdom attended a party?

Slide 46 - Open question

so unit 3 lesson 1 + 2 
Volgende week dinsdag (1 februari) hebben jullie een s.o. 
over de woorden en zinnen van unit 3 lesson 1 + 2
Ze staan op blz. 195 in je boek. 

Slide 47 - Slide

To do!       unit 3 lesson 2
*  Maken opd. 20 /21 / 22  + Practise More


*   Quizlet:  leren de woorden en zinnen  van unit 3 lesson 2 

*   Clip Time 

Slide 48 - Slide