Doel en publiek

Teksttype?
  • Gedicht, krantenartikel, mop etc.

Tekstdoel?
  • Wat wil de schrijver bereiken? amuseren...

Tekstsoorten?
  • Met wat voor soort tekst wil hij/zij dit bereiken? Informatieve tekst....

1 / 25
next
Slide 1: Slide
NederlandsMBOStudiejaar 1

This lesson contains 25 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 15 min

Items in this lesson

Teksttype?
  • Gedicht, krantenartikel, mop etc.

Tekstdoel?
  • Wat wil de schrijver bereiken? amuseren...

Tekstsoorten?
  • Met wat voor soort tekst wil hij/zij dit bereiken? Informatieve tekst....

Slide 1 - Slide

Wat wil de schrijver met zijn tekst bereiken? (What does the writer want to achieve with his/her text?)
A
dit is het doel (goal)
B
dit is het publiek (audience)

Slide 2 - Quiz

Voor wie is de tekst bedoeld? (For whom has the text been written?)
A
dit is het doel
B
dit is het publiek

Slide 3 - Quiz

Amuseren
- De schrijver wil de lezer vermaken met zijn tekst.
Hij doet dit met amuserende teksten

Slide 4 - Slide

Instrueren/instructies geven
  • De schrijver zegt hoe je iets moet doen
  • Hij gebruik hiervoor instructieve tekstsoorten



Slide 5 - Slide

Activeren (overhalen)
  • De schrijver wil dat je iets wel of niet gaat doen
  • Hij gebruikt hiervoor activerende teksten

Slide 6 - Slide

Informeren
- De schrijver wil dat je iets te weten komt.
Er zijn verschillende informatieve tekstsoorten om de lezer te informeren:

Slide 7 - Slide

Overtuigen
  • De schrijver wil de lezer overtuigen van zijn mening.
  • Hij gebruikt hiervoor 
overtuigende teksten.

Slide 8 - Slide

Ontroeren 
  • De schrijver wil de lezer ontroeren (vreugde, verdriet etc).
  • Hij gebruikt hiervoor 
emotieve teksten.

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

Bij het tekstdoel 'overtuigen' (convince) wil de schrijver dat je iets te weten komt (learn more about a certain subject).
A
juist
B
onjuist, dit is adviseren (advise)
C
onjuist, dit is informeren (inform)
D
onjuist, dit is instrueren (instruct)

Slide 11 - Quiz

Bij het tekstdoel 'instrueren' (instruct) wil de schrijver zijn mening (his/her opinion) doorgeven.
A
juist
B
onjuist, dit is adviseren (advise)
C
onjuist, dit is overhalen (persuade)
D
onjuist, dit is overtuigen of betogen (convince)

Slide 12 - Quiz

Slide 13 - Slide

Wat is het belangrijkste doel van de schrijver?
A
informeren
B
instrueren
C
overtuigen of betogen
D
overhalen

Slide 14 - Quiz

Slide 15 - Slide

Wat is het belangrijkste doel van de schrijver?
A
informeren
B
instrueren
C
overtuigen of betogen
D
overhalen

Slide 16 - Quiz

Slide 17 - Slide

Wat is het belangrijkste doel van de schrijver?
A
informeren
B
instrueren
C
overtuigen of betogen
D
overhalen

Slide 18 - Quiz

Slide 19 - Slide

Wat is het belangrijkste doel van de schrijver?
A
informeren
B
instrueren
C
overtuigen of betogen
D
overhalen

Slide 20 - Quiz

Slide 21 - Slide

Wat is het belangrijkste doel van de schrijver?
A
informeren
B
instrueren
C
overtuigen of betogen
D
overhalen

Slide 22 - Quiz

Slide 23 - Link

Slide 24 - Link

Slide 25 - Video