H7 Samenvattende LU

De Verlichting en haar impact

1 / 33
next
Slide 1: Slide
New lesson editorGeschiedenisVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 5

This lesson contains 33 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 25 min

Items in this lesson

De Verlichting en haar impact

Wat weet jij al over de Verlichting en de maatschappelijke veranderingen in de 18e eeuw?

Leerdoel van deze les

Aan het eind van deze les kun je uitleggen wat de Verlichting is, welke veranderingen zij bracht op politiek, religieus, sociaal en economisch gebied, en hoe deze idealen hebben doorgewerkt in grote revoluties.

Wat was de Verlichting?

De Verlichting was een periode waarin mensen kritisch, rationeel gingen nadenken over religie, politiek, maatschappij en economie. Verstand en rede kwamen centraal te staan, tradities werden ter discussie gesteld.

Verlichting en politiek

Montesquieu introduceerde de trias politica: de scheiding van wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht. Dit idee ging in tegen absolutisme waar de vorst alle macht had.

Verandering van sociale verhoudingen

In de standenmaatschappij waren adel en geestelijkheid bevoorrecht. Verlichte denkers vonden dat sociale status niet op geboorte, maar op bijdrage aan de samenleving gebaseerd moest zijn. Dit leidde tot het eisen van meer rechten voor burgers.

Verlichting, economie en godsdienst

Godsdienst

Adam Smith stelde dat vraag en aanbod de markt moesten bepalen, met zo min mogelijk overheidsbemoeienis.

Voltaire geloofde in de rede, tolerantie en godsdienstvrijheid (deïsme). God had volgens hem geen invloed meer op het dagelijks leven.

Vrijemarkteconomie

Europese overheersing en slavernij

De groei van Europese kolonies en de trans-Atlantische slavenhandel brachten rijkdom, maar vergrootten ongelijkheid. Verlichte ideeën leidden tot het abolitionisme: de strijd tegen de slavernij.

Revoluties als gevolg van de Verlichting

De Verlichting inspireerde tot grote revoluties: de Amerikaanse (1776) en de Franse Revolutie (1789). Ideeën als vrijheid, gelijkheid, en volkssoevereiniteit vormden de basis voor nieuwe samenlevingen.

Reflectie

Welke ideeën van de Verlichting zie je vandaag de dag nog terug in onze samenleving? Denk aan politiek, geloof, rechtspraak of economie.

Wat was een belangrijk kenmerk van de Verlichting?

A

Bijgeloof en traditie behouden

B

Rationeel optimisme en verlicht denken

Wie bedacht de 'trias politica'?

A

Voltaire

B

Montesquieu

Wat stimuleerde Adam Smith in de economie?

A

Overheidsbemoeienis met de economie

B

Vrijemarkteconomie met vraag en aanbod

Welke stand was de derde stand?

A

Geestelijken en adel

B

Burgers en boeren

Wat vond Voltaire over godsdienst?

A

God dicteert goed en kwaad

B

Mensen hebben recht op eigen geloof

Wat was het ancien régime?

A

Standensamenleving in Frankrijk

B

Verlichte ideeën over vrijheid

C

Een democratisch systeem

D

Bestuur met absolute macht

Wat is verlicht absolutisme?

A

Vorst behoudt macht

B

Meer vrijheid voor het volk

C

Volledige macht voor het volk

D

Geen inspraak voor het volk

Wie voerde verlicht absolutisme in?

A

Koning Frederik de Grote

B

Koning Lodewijk XIV

C

Vorst van Pruisen

D

Koning Karel de Grote

Wat waren de verlichte ideeën?

A

Onderdrukking van de bevolking

B

Absolute monarchie

C

Vrijheid en gelijkheid

D

Soevereiniteit van het volk

Wat deden sommige vorsten met verlichte ideeën?

A

Voerden censuur in

B

Gaven meer macht aan het volk

C

Omarmden alle ideeën

D

Probeerden ideeën te onderdrukken

Wat wordt de trans-Atlantische slavenhandel genoemd?

A

De handel in Europese goederen

B

De handel in Afrikaanse slaven

Wanneer vond de bestorming van de Bastille plaats?

A

1 januari 1789

B

4 juli 1789

C

14 juli 1789

D

14 augustus 1789

Wat was de Boston Tea Party?

A

Een thee-feest in Boston

B

Thee in het water gooien

C

Een militaire aanval op Britten

D

Protest tegen Britse belasting

Wanneer werd de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring opgesteld?

A

4 juli 1776

B

14 juli 1789

C

1 januari 1775

D

2 maart 1783

Wat verklaarden de kolonisten in 1776?

A

Recht om in opstand te komen

B

Verplichting om Britse belasting te betalen

C

Alle mensen zijn gelijk

D

Afhankelijkheid van Frankrijk

Wat werd opgericht na de Staten-Generaal?

A

De Code Napoleon

B

De Verklaring van de Rechten van de Mens

C

De Franse Grondwet van 1804

D

Het ancien régime

Wie leidde de vervolgingen tijdens de revolutie?

A

Robespierre

B

Napoleon Bonaparte

C

De Staten-Generaal

D

Lodewijk XVI

Wat was het resultaat van de revolutie?

A

Herstel van de geestelijkheid

B

Terugkeer van het ancien régime

C

Verenigde Staten van Europa

D

Constitutionele monarchie in Frankrijk

Wat gebeurde er na Napoleons nederlaag?

A

Oprichting van de Europese Unie

B

Opkomst van de burgerlijke vrijheden

C

Restauratie van het ancien régime

D

Verklaring van de Mensenrechten

Wanneer werd de slavernij in Engeland afgeschaft?

A

1833

B

1807

Wie breidde zijn koloniale rijk uit in India?

A

Engeland

B

Nederland

Wat versterkte het verzet tegen slavernij?

A

Religieuze doctrines van onderwerping

B

Ideeën van vrijheid en gelijkheid

Wanneer werd slavernij in Nederland afgeschaft?

A

1787

B

1863