Oefenen met pv tt, pv vt en voltooid deelwoord

Oefenen werkwoord spelling
Pv tt
Pv vt
Voltooid deelwoord
1 / 53
next
Slide 1: Slide
NederlandsSpeciaal OnderwijsLeerroute 1Leerroute 2

This lesson contains 53 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Oefenen werkwoord spelling
Pv tt
Pv vt
Voltooid deelwoord

Slide 1 - Slide

Welke regel gebruik ik bij de pv tt?
A
loop of loopt
B
'tx kofschip

Slide 2 - Quiz

Welke regel gebruik ik bij de pv vt?
A
loop of loopt
B
'tx kofschip

Slide 3 - Quiz

Welke regel gebruik ik bij het voltooid deelwoord (vtd)?
A
loop of loopt
B
'tx kofschip

Slide 4 - Quiz

Stam + 'tx kofschip (txkfschp)
  • Zit de laatste letter in 'tx kofschip dan voeg je -te toe
  • Zit de laatste letter niet in 'tx kofschip dan voeg je -de toe

Gisteren (verhuizen) Lisa.


Gisteren (fietsen) Lisa.
            

Slide 5 - Slide

Voltooid deelwoord vervoegen ('tx kofschip)
Stap 1: Stam

stap 2: t of d (achter de stam)

Stap 3: Ge (voor de stam)

Voorbeeld: voltooid deelwoord van fietsen.

Voorbeeld: Voltooid deelwoord van luisteren.


Slide 6 - Slide

van tevoren (worden, pv vt) een overzichtsfoto van mijn hele gebit gemaakt.

Slide 7 - Open question

Daarom (worden, pv vt) het Techniekpackt gesloten.

Slide 8 - Open question

Het pact (worden, pv vt) ondertekend door onderwijsorganisaties.

Slide 9 - Open question

Het LAKS (ontvangen, pv vt) ook klachten van leerlingen van de school in Almere.

Slide 10 - Open question

Eerder op de dag (verslaan, pv vt) Sijsling de Oostenrijker Jurgen Melzer.

Slide 11 - Open question

De oude man (vinden, pv tt) het niet gezellig in het bejaardentehuis.
A
Vindt
B
Vind

Slide 12 - Quiz

Het jongetje (houden, pv tt) meer van worst dan van snoep.
A
Houd
B
Houdt

Slide 13 - Quiz

De wedstrijd (beginnen, pv tt) direct na het fluitsignaal.

Slide 14 - Open question

(Ronden, pv tt) eerst je huiswerk af voor je naar buiten gaat!

Slide 15 - Open question

(Vinden, pv tt) jij het ook zo gezellig in de pauze?

Slide 16 - Open question

De nachtegaal (zingen, pv tt) een prachtig lied.

Slide 17 - Open question

Die deugniet (belanden, pv tt) nog eens in de gevangenis.

Slide 18 - Open question

Weet jij waar het vliegtuig (landen, pv tt)?

Slide 19 - Open question

Vroeger (vinden, pv vt) ik winters in Nederland veel leuker.
A
vinden
B
vind
C
vond
D
vindt

Slide 20 - Quiz

Ondanks alles (bevallen, pv vt) ze negen maanden later van een gezonde dochter.
A
Beviel
B
beviel
C
bevalt
D
bevalen

Slide 21 - Quiz

Vorige week (posten, pv vt) Arno een bericht.
A
posten
B
postten
C
postte
D
post

Slide 22 - Quiz

Vroeger (lachen, pv vt) ik meer dan tegenwoordig.
A
Lachte
B
Lachtte
C
Lachten
D
lacht

Slide 23 - Quiz

Iedereen (raden, pv vt) me in die tijd aan om serieuzer te zijn.
A
raade
B
raadde
C
raad

Slide 24 - Quiz

Maar dat (horen, tt) volgens mij bij een bevalling.

Slide 25 - Open question

Elke man (leren, tt) daarmee leven.

Slide 26 - Open question

Vroeger (mopperen, pv vt) hij veel minder.

Slide 27 - Open question

De leraar (straffen, tt) deze leerling wel heel erg hard.

Slide 28 - Open question

Hij heeft zijn huiswerk (afronden, vtd).

Slide 29 - Open question

Ajax en Feyenoord (worden, pv vt) kampioen.

Slide 30 - Open question

Blijkbaar lus_e de vos niet meer dan de helft van het beest.

Slide 31 - Open question

Dit wor_ op deze manier wel een onsmakelijke oefening.

Slide 32 - Open question

Wat hou_ ik toch van de lente.

Slide 33 - Open question

De verliefde man zon_ zijn vriendin een prachtige liefdesbrief.

Slide 34 - Open question

Hij (gedragen) zich nog steeds zoals hij dat altijd doet.

Slide 35 - Open question

Ja, natuurlijk was ik wel teleurgestel_.

Slide 36 - Open question

Ik heb al drie jaar mijn haar niet meer (kammen, vtd).

Slide 37 - Open question

Natuurlijk heb ik het wel elke dag (wassen, vtd).

Slide 38 - Open question

Ik moet weer naar de kapper, want het is alweer flink (groeien, vtd).

Slide 39 - Open question

Mijn oudere broer (scheren, tt) zich elke dag.

Slide 40 - Open question

Ik (vinden) het wel stoer dat ik me moet scheren.

Slide 41 - Open question

Dat (vinden, tt) ik natuurlijk niet leuk.

Slide 42 - Open question

Maar ja, hij (vinden, tt) het nou eenmaal leuk om mij te pesten.

Slide 43 - Open question

(vinden, tt) jij

Slide 44 - Open question

jij (vinden, tt)

Slide 45 - Open question

Ondanks dat we ons zo haas_en, kwamen we toch te laat.
A
Haasten
B
Haastten
C
haastten
D
haasten

Slide 46 - Quiz

Hem moet je niets vertellen: hij verraa_ alles.
A
Verraad
B
verraadt
C
Verraadt
D
verraad

Slide 47 - Quiz

Ik hoop niet dat mijn zus zich met hem verloof_.

Slide 48 - Open question

Op het verbre_e pad kunnen we zonder problemen naast elkaar fietsen.

Slide 49 - Open question

Dat ik niet meer van je hou, wil niet zeggen dat je niets voor me beteken_ hebt.

Slide 50 - Open question

Er was niets wat de pijn nog kon verzach_en.

Slide 51 - Open question

De enthousiaste verpleegster verbin_ de wond met passie.

Slide 52 - Open question

Einde

Slide 53 - Slide