De eerste bewoners van ons land

De eerste bewoners van ons land

1 / 13
next
Slide 1: Slide
New lesson editor

This lesson contains 13 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

De eerste bewoners van ons land

Wat weet je al over de eerste bewoners van Suriname?

Leerdoel

Aan het einde van de les kun je vertellen wie de eerste bewoners van Suriname waren, hoe ze leefden, wat ze aten, en hoe hun dorpen eruit zagen.

Begin van de dag bij de Inheemsen

Het geluid van spelende kinderen en huiselijk werk langs de rivier vormde het begin van de dag voor de eerste bewoners.

Stammen: Arowakken en Caraïben

De Indianen behoorden tot verschillende stammen, zoals de Arowakken en de Caraïben. Elke stam had zijn eigen woongebied en taal.

Rivieren, dorpen en hutten

Rivieren waren belangrijk voor vervoer, water en voedsel. Inheemsen reisden in korjalen van boomstammen.

Wonen in hutten

Hutten werden gebouwd van boomstammen, takken en palmbladeren. De hutten hadden meestal geen muren.

Het belang van de rivier

Wat aten de Inheemsen?

Ze aten vis, cassavebrood, vlees zoals apen en pakira’s, en vruchten zoals awarra’s. Jagen en verzamelen was heel belangrijk.

Taken van mannen, vrouwen en kinderen

Mannen jaagden en bouwden, vrouwen plantten en bereidden eten. Kinderen leerden door te helpen en te spelen.

Feesten, kleding en muziek

Op feestdagen droegen Indianen hoofdtooien van veren en beschilderden hun gezicht. Er werd gezongen, gedanst en muziek gemaakt met trommen en fluiten.

Vragen om na te denken

- Waarmee maakten ze muziek? Bespreek je antwoorden met een klasgenoot.

Welke verschillen waren er tussen de verschillende Inheemsen stammen

A

hun haar

B

hun voedsel

C

Eigen woongebied en taal

D

hun kleding

Waarom kregen ze de naam Indianen ?

A

omdat ze het mooi vonden

B

omdat ze uit India komen

C

Omdat ze lang zwart haar hebben

D

Omdat Columbus dacht dat hij in Idia was aangekomen en de mensen daar Indianen waren

Waarom waren de rivieren zo belangrijk

A

omdat ze al daar bleven

B

Rivieren waren belangrijk voor vervoer, water en voedsel. Inheemsen reisden in korjalen van boomstammen.

C

de rivieren waren niet diep

D

omdat ze het aantrekkelijk vonden