havo 2 De Brug Grammatica> woordsoorten

1 / 15
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Welkom!
De Brug - grammatica woordsoorten
herhalen theorie
maken opdrachten
Nieuw Nederlands, digitaal, versie t/h, 6e editie

Slide 2 - Slide

Weet je het nog?

Slide 3 - Slide

Welke woordsoorten ken je nog?

Slide 4 - Open question

Antwoord
-eigen antwoord leerling

Slide 5 - Slide

noem de drie lidwoorden

Slide 6 - Open question

Antwoord
bepaald lidwoord: de en het
onbepaald lidwoord: een

Slide 7 - Slide

Wat is juist?
Het zelfstandig naamwoord...
A
...heeft meestal een enkelvoud en een meervoud.
B
...daar kun je meestal een lidwoord voor zetten.
C
...daar kun je vaak een verkleinwoord van maken.
D
- A, B en C zijn juist.

Slide 8 - Quiz

Wat is een bijvoeglijk naamwoord?

Slide 9 - Open question

Antwoord
  1. Een bijvoeglijk naamwoord (bn) vertelt iets over een zelfstandig naamwoord.
  2. Het heeft vaak een korte vorm (zonder -e) en een lange vorm (met een -e).
  3. Een bijvoeglijk naamwoord kent vaak de 'trappen van vergelijking': stellende trap, vergrotende trap en overtreffende trap.
  4. Soms staat het bijvoegelijk naamwoord niet voor het zelfstandig naamwoord, maar verderop in de zin.

Een stoffelijk bijvoeglijk naamwoord zegt van welk materiaal iets gemaakt is.

Sommige bijvoeglijke naamwoorden zijn gemaakt van een werkwoord.

Slide 10 - Slide

Noem zoveel mogelijk voorzetsels.

Slide 11 - Open question

Je gaat zelf aan de slag:

Digitaal, Nieuw Nederlands, 6e editie, t/h versie, leerjaar 2, De Brug, taalverzorging, grammatica. Maak t/m opdracht 8 van taalverzorging 1.


Ben je klaar?
Zorg dat je  het gemaakte werk goed opslaat zodat de docent kan zien dat je het gemaakt hebt.

Al weer klaar? Top!
Lees in je leesboek of bekijk de theorie van grammatica>zinsdelen in je leerboek blz. 258 t/m 261
Voor leerlingen afkomstig uit de mavo/havo en havo brugklas:  zelfstandig werkwoord en hulpwerkwoord, aanwijzend en vragend voornaamwoord en bijwoord = nieuw




Slide 12 - Slide

Hoe ging het zelfstandig werken?
Wat ging goed?
Kan er de volgende keer iets beter?

Slide 13 - Slide

Wat gaan we het volgende uur doen?
Verder met spelling



Slide 14 - Slide

Slide 15 - Slide