What is LessonUp
Search
Channels
AI tools
Log in
Register
‹
Return to search
Nederlands Deviant Starttaal deel B Hoofdstuk 4 Werkwoorden en spelling
Werkwoorden tt/vt en spelling van de werkwoorden
1 / 23
next
Slide 1:
Mind map
Nederlands
Praktijkonderwijs
Leerjaar 2
This lesson contains
23 slides
, with
interactive quizzes
and
text slide
.
Lesson duration is:
15 min
Start lesson
Save
Share
Print lesson
Items in this lesson
Werkwoorden tt/vt en spelling van de werkwoorden
Slide 1 - Mind map
Sterke en zwakke werkwoorden
Een
sterk
werkwoord verandert in de verleden tijd van klank:
» Ik loop naar huis.
» Ik liep naar huis.
Een
zwak
werkwoord houdt in de verleden tijd dezelfde klank:
» Ik
werk
op een school.
» Ik
werkte
op een school.
Slide 2 - Slide
De portier droeg de koffers
A
sterk werkwoord
B
zwak werkwoord
Slide 3 - Quiz
Mijn verslag scheurde in tweeën.
A
sterk werkwoord
B
zwak werkwoord
Slide 4 - Quiz
Roept de baas mij?
A
sterk werkwoord
B
zwak werkwoord
Slide 5 - Quiz
De tuinman sproeit de voortuin.
A
sterk werkwoord
B
zwak werkwoord
Slide 6 - Quiz
Dat bedrijf huurt een pand aan de gracht.
A
sterk werkwoord
B
zwak werkwoord
Slide 7 - Quiz
De kunstenaar kleurt dat vak paars.
A
sterk werkwoord
B
zwak werkwoord
Slide 8 - Quiz
Ik ga op de fiets naar mijn werk.
A
sterk werkwoord
B
zwak werkwoord
Slide 9 - Quiz
De medewerkers praten niet met elkaar.
A
sterk werkwoord
B
zwak werkwoord
Slide 10 - Quiz
Er hangt vandaag een vreemde sfeer op school.
A
sterk werkwoord
B
zwak werkwoord
Slide 11 - Quiz
Ik vind dit een stomme toets.
A
sterk werkwoord
B
zwak werkwoord
Slide 12 - Quiz
Toen ik ging fietsen, viel ik.
A
sterk werkwoord
B
zwak werkwoord
Slide 13 - Quiz
Ik weet het niet.
A
sterk werkwoord
B
zwak werkwoord
Slide 14 - Quiz
Vorig jaar ben ik naar een pretpark geweest om mijn verjaardag te vieren.
A
sterk werkwoord
B
zwak werkwoord
Slide 15 - Quiz
Ik wil dit jaar naar Turkije.
A
sterk werkwoord
B
zwak werkwoord
Slide 16 - Quiz
Ik sliep gisteren bij mijn nicht.
A
sterk werkwoord
B
zwak werkwoord
Slide 17 - Quiz
Ik ging dansen.
A
sterk werkwoord
B
zwak werkwoord
Slide 18 - Quiz
Ik vulde het formulier in.
A
sterk werkwoord
B
zwak werkwoord
Slide 19 - Quiz
Ik wandelde gisteren in het bos.
A
sterk werkwoord
B
zwak werkwoord
Slide 20 - Quiz
Ik had een ijsje in mijn hand.
A
sterk werkwoord
B
zwak werkwoord
Slide 21 - Quiz
Ik liep gisteren naar de winkel.
A
sterk werkwoord
B
zwak werkwoord
Slide 22 - Quiz
Wat is het verschil tussen een sterk werkwoord en een zwak werkwoord?
Slide 23 - Open question
More lessons like this
Proefles o.v.t. zwakke en sterke werkwoorden, 1F
January 2022
-
27 slides
Nederlands
Middelbare school
vmbo
Leerjaar 1
SCORE Nederlands vo/mbo
Spelling persoonsvorm in de vt
January 2022
-
25 slides
Steunles spelling
Middelbare school
vmbo, mavo
Leerjaar 1
Deviant Starttaal Vooraf Op weg naar 1F Thema 2 Hoofdstuk 4
September 2024
-
8 slides
Nederlands
Praktijkonderwijs
Leerjaar 1
Groep 7-8 | werkwoordspelling | verleden tijd
February 2026
-
28 slides
Nederlands
Werkwoordspelling
+2
Basisschool
Groep 7,8
TisTaal by Dutchily E.E.
Deviant Starttaal Vooraf Op weg naar 1F Thema 2 Hoofdstuk 1
September 2024
-
5 slides
Oefentoets taalverzorging mh1
February 2023
-
35 slides
Nederlands
Middelbare school
mavo
Leerjaar 1
Deviant Starttaal Vooraf Op weg naar 1F Thema 2 Hoofdstuk 2
September 2024
-
5 slides
Nederlands
Praktijkonderwijs
Leerjaar 1
Starke Verben deutsch
July 2025
-
14 slides
Duits
Middelbare school
havo
Leerjaar 2