1.4 Gedrag bestuderen

Nectar H1 Gedrag
Deze les: 
- Herhaling §1.1 Gedrag en overleven
- §1.4 Gedrag bestuderen
- Start PO Gedragsonderzoek

Maar eerst... Is het huiswerk af?
1 / 36
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

This lesson contains 36 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 80 min

Items in this lesson

Nectar H1 Gedrag
Deze les: 
- Herhaling §1.1 Gedrag en overleven
- §1.4 Gedrag bestuderen
- Start PO Gedragsonderzoek

Maar eerst... Is het huiswerk af?

Slide 1 - Slide

§1.1 Gedrag en overleven
Je kunt uitleggen wat gedrag inhoudt en wat de functies ervan zijn

Je weet wat ritueel gedrag, sociaal gedrag, territoriumgedrag, dreiggedrag en baltsgedrag is

Slide 2 - Slide

Wat is gedrag?
A
Alles wat een mens doet
B
Alles wat een dier doet
C
Alles wat een mens of dieren doet
D
Het observeren van dieren

Slide 3 - Quiz

Wat is GEEN voorbeeld van gedrag
A
Leerling slaapt in de les.
B
Een vleesetende plant vangt een vlieg
C
Hond rolt in het gras.
D
Vogel zit stil op een tak.

Slide 4 - Quiz

Wat is een signaal?
A
Een handeling
B
Een boodschap voor soortgenoten

Slide 5 - Quiz

Is het grommen van een hond een signaal voor een kat?
A
JA
B
NEE

Slide 6 - Quiz

Het signaal van deze hond is een
A
geur
B
kleur
C
geluid
D
beweging

Slide 7 - Quiz

Wat is dit voor
gedrag
A
territoriumgedrag
B
Broedzorg
C
baltsgedrag
D
imponeergedrag

Slide 8 - Quiz

De futen op het plaatje zijn bezig met baltsgedrag.
A
Dit is een vorm van ritueel gedrag
B
Dit is een vorm van territorium gedrag
C
Dit is een vorm van dreiggedrag
D
Hiermee wordt de rangorde bepaald

Slide 9 - Quiz

§1.4 Gedrag bestuderen
Je kunt dierengedrag op een wetenschappelijke manier bestuderen

ethogram, objectief, antropomorf, ethologie, protocol


Slide 10 - Slide

Waarom zou je gedrag onderzoeken?

Slide 11 - Open question

Waarom zou je gedrag onderzoeken?

Dierenwelzijn, natuurbehoud, beïnvloeden van gedrag, ect...

Slide 12 - Slide

Een gedragsonderzoek
1. Ethogram:
Lijst van te observeren gedragselementen

2. Protocol:
Overzicht met waargenomen gedragselementen gedurende het onderzoek

Slide 13 - Slide

Ethogram

Slide 14 - Slide

Protocol

Slide 15 - Slide

Hoe omschrijf je dit gedrag?

Slide 16 - Open question

Objectief beschrijven van gedrag
Gedragsonderzoek is objectief
Soms maken mensen zich schuldig aan antropomorfisme: menselijke emoties toekennen aan dieren

Slide 17 - Slide

Tijd voor een voorproefje!
Je gaat in tweetallen het gedrag bestuderen van kapucijnaapjes
    
Bekijk de eerste 2 minuten van het filmpje 
  1. Maak een ethogram van tenminste 5 gedragselementen
  2. Maak een protocol bij de eerste 2 minuten

Slide 18 - Slide

Gedrag is georganiseerd in gedragssystemen

Binnen elk type gedrag zijn met elkaar samenhangende onderdelen te onderscheiden
Gedragssyssteem
voortplantingsgedrag
Gedragselementen
vechten, nestbouw, balts, broedzorg
Gedragshandelingen
binnen de balts zoals zigzaggen, sidderen en nestingang tonen.

Slide 19 - Slide

Gedragsketen
Vaste volgorde van gedragselementen waarbij de ene handeling leidt tot de andere

Slide 20 - Slide

PO Gedragsonderzoek
Op basis van een onderzoeksvraag ga je het gedrag van dieren onderzoeken in Diergaarde Blijdorp!

Maar daar heb je wel een goede onderzoeksvraag voor nodig... 

Slide 21 - Slide

Onderzoeksvraag
Een goed onderzoek begint met een onderzoeksvraag
  • Open vraag
  • Te beantwoorden met het onderzoek dat je uitvoert

Slide 22 - Slide

Hoe zou je de volgende onderzoeksvraag beter kunnen maken?
''Wat voor type vloer vinden olifanten prettig?''

Slide 23 - Open question

Onderzoeksvraag
  1. Wat voor type vloer vinden olifanten prettig?

  2. Wat is het effect van een betonnen en een rubberen vloer op het loop- en slaapgedrag van olifanten? 

Slide 24 - Slide

Objectief beschrijven van gedrag


Gedragsonderzoek is zo feitelijke mogelijk
  • Objectief: zonder oordeel
  • Subjectief: met een mening

Slide 25 - Slide

Onderzoeksvraag
Een goede onderzoeksvraag is te beantwoorden met het onderzoek dat je uitvoert

Dus met een ethogram en een protocol!

Slide 26 - Slide

Variabelen
Onafhankelijke variabele
De oorzaak, deze variabele kun je veranderen

Afhankelijke variabele 
Het gevolg, verandert door de invloed van de onafhankelijke variabele

Slide 27 - Slide

Gedragsonderzoek


Effect van de onafhankelijke variabele op de afhankelijke
 variabele bij bepaald dier in bepaalde tijd of situatie
Factor die gedrag beinvloed
Het gedrag dat je bestudeert
Het dier dat je bestudeert
Waar en/of hoe lang je het dier bestudeert

Slide 28 - Slide

PO Gedragsonderzoek

Slide 29 - Slide

PO Gedragsonderzoek
  1. Kies een passend dier dat je gaat onderzoeken.
  2. Stel een goede onderzoeksvraag op.
  3. Maak een goede taakverdeling voor het werk dat gedaan moet worden.
  4. Houdt tijdens het PO individueel een logboek bij waarin je bijhoudt aan welke taken/activiteiten je hebt gewerkt en de tijdsduur. 

Slide 30 - Slide

Hypothese
Een mogelijke verklaring voor de gevonden resultaten, die je helpt bepalen hoe je het onderzoek moet uitvoeren

  1. Gebaseerd op kennis uit eerder literatuuronderzoek
  2. Noem zowel de onafhankelijke als de afhankelijke variabele
  3. De hypothese is altijd toetsbaar, anders kun je niet achterhalen of het juist of onjuist is!


Slide 31 - Slide

Literatuuronderzoek
Ieder onderzoek kent een literatuurstudie. Hiermee verzamel je informatie uit bestaande bronnen, zoals artikelen of websites.

Gebruik een literatuurstudie voor meer achtergrondinformatie over je onderwerp.

Vergeet niet je bronnen goed te noteren!

Slide 32 - Slide

Hoe ga je op zoek naar bronnen?

- Wikipedia (start!)
- Google scholar
- Vaktijdschriften
- Boeken (Bibliotheek/Tresoar)
- Delpher.nl (Online kranten)
- https://www.rug.nl/library/where-can-i-find/ 

Slide 33 - Slide

Literatuur gevonden, en nu?
- Bekijk de samenvatting of lees de achterkant.
- Kom er achter welk deel van deze literatuur voor jouw onderzoek van belang is!
- Je hoeft niet het hele boek/tijdschrift of krant te lezen!
- Maak een document op word of excel waarin je de gevonden literatuur opschrijft!
- Bronvermelding!

Slide 34 - Slide

Bronvermelding
1. Geef zo vroeg mogelijk aan wanneer je een publicatie van iemand anders aanhaalt. 
2. Refereer niet te vaak en niet te weinig. 
3. Neem tekst van anderen niet letterlijk over, maar maak goede parafrases die alle essentiële informatie van de oorspronkelijke bron bevatten. 
4. Vermijd onnodig gebruik van intellectuele woorden of leenwoorden. 
5. Gebruik alleen citaten wanneer deze echt iets toevoegen.

Slide 35 - Slide

Huiswerk
Maak opdracht 54, 55 en 57 van §1.4
Opdracht 1 t/m 4 van het PO Gedragsonderzoek

Slide 36 - Slide