Kader 4 Goniometrie

Goniometrie
In deze LessenUp gaan we nog een keertje oefen met het juist kiezen uit tangens, sinus of cosinus. Eerst oefenen we nog een keertje met de formules die erbij horen. Daarna krijg je een rechthoekige driehoek en moet je kiezen uit tangens, sinus of cosinus om een hoek of zijde te bereken. 
1 / 32
next
Slide 1: Slide
WiskundeMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 4

This lesson contains 32 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Goniometrie
In deze LessenUp gaan we nog een keertje oefen met het juist kiezen uit tangens, sinus of cosinus. Eerst oefenen we nog een keertje met de formules die erbij horen. Daarna krijg je een rechthoekige driehoek en moet je kiezen uit tangens, sinus of cosinus om een hoek of zijde te bereken. 

Slide 1 - Slide

Zet de juiste zijdes bij de tangens, sinus, cosinus
aanliggende rechthoekzijde gedeeld door de langste zijde
overstaande rechthoekzijde gedeeld door de langste zijde
overstaande rechthoekzijde gedeeld door aanliggende rechthoekzijde
Tangens
Cosinus
Sinus

Slide 2 - Drag question

De formule die hoort bij de tangens is:
A
o:l
B
o:a
C
a:o
D
a:l

Slide 3 - Quiz

De formule die hoort bij de sinus is:
A
o:a
B
a:l
C
o:l
D
a:o

Slide 4 - Quiz

De formule die hoort bij de cosinus is:
A
o:a
B
a:l
C
o:l
D
a:o

Slide 5 - Quiz

Geef aan of de stellingen hieronder waar of niet waar zijn.
stelling 1: om een hoek te bereken gebruik je shift tan op je rekenmachine.
stelling 2: om een zijde te bereken gebruik je shift tan op je rekenmachine.
A
stelling 1 is waar stelling 2 is waar
B
stelling 1 is niet waar stelling 2 is waar
C
stelling 1 is waar stelling 2 is niet waar
D
stelling 1 is niet waar stelling 2 is niet waar

Slide 6 - Quiz

In de volgende vragen moet je steeds kiezen uit tangens, sinus of cosinus. 
Na de vraag komt hetzelfde plaatje nog eens met een stukje uitleg.
Als je de formules nog niet uit je hoofd weet pak dan even je boek b voor je op bladzijde 18 (mw kader 4) 

Slide 7 - Slide

Om hoek B te bereken gebruik je dan:
A
tangens
B
sinus
C
cosinus

Slide 8 - Quiz

Denk aan CAL
Vanuit hoek B is 
AB is de aanliggende rechthoekzijde 
en BC is de langste zijde. 

Cosinus is aanliggende rechthoekzijde  : langste zijde

Slide 9 - Slide

Om hoek C te bereken gebruik je:
A
tangens
B
sinus
C
cosinus

Slide 10 - Quiz

Denk aan SOL
Vanuit hoek C is 
AB de overstaande rechthoekzijde en BC de langste zijde.

Sinus is overstaande rechthoekzijde : lange zijde

Slide 11 - Slide

Hoek A kan je berekenen met:
A
tangens
B
sinus
C
cosinus

Slide 12 - Quiz

Denk aan TOA
Vanuit hoek A is 
BC de overstaande rechthoekzijde en AC is de aanliggende rechthoekzijde.

Tangens is overstaande rechthoekzijde : aanliggende rechthoekzijde

Slide 13 - Slide

Hoek Q kan je berekenen met:
A
tangens
B
sinus
C
cosinus

Slide 14 - Quiz

Denk aan CAL
Vanuit hoek Q is 
PQ de aanliggende rechthoekzijde en QR is de langste zijde.

Cosinus is aanliggende rechthoekzijde : langste zijde

Slide 15 - Slide

Hoek A kan je berekenen met:
A
tangens
B
sinus
C
cosinus

Slide 16 - Quiz

Denk aan CAL
Vanuit hoek A is 
AC de aanliggende rechthoekzijde en AB is de langste zijde.

 
Cosinus is aanliggende  rechthoekzijde : langste zijde

Slide 17 - Slide

Hoek C kan je berekenen met:
A
tangens
B
sinus
C
cosinus

Slide 18 - Quiz

Denk aan SOL
Vanuit hoek C is 
AB de overstaande rechthoekzijde en AC is de langste zijde.

Sinus is overstaande rechthoekzijde : langste zijde

Slide 19 - Slide

Hoek R kan je berekenen met:
A
tangens
B
sinus
C
cosinus

Slide 20 - Quiz

Denk aan SOL
Vanuit hoek R is 
PQ de overstaande rechthoekzijde en QR is de langste zijde.

Sinus is overstaande rechthoekzijde : langste zijde

Slide 21 - Slide

PR kan je berekenen met:
A
tangens
B
sinus
C
cosinus

Slide 22 - Quiz

Denk aan TOA
Je moet kijken vanuit hoek Q
PR is de zijde die je wilt weten, dit is vanuit hoek Q de overstaande rechthoekszijde. 
PQ heb je gekregen, dit is vanuit hoek Q de aanliggende rechthoekszijde. 

Dus gebruik je 
tangens = overstaande : aanliggende

Slide 23 - Slide

LM kan je berekenen met:
A
tangens
B
sinus
C
cosinus

Slide 24 - Quiz

Denk aan SOL
Je moet kijken vanuit hoek K.
LM is de zijde die je wilt weten, dit is vanuit hoek K de overstaande rechthoekszijde.
KM  heb je gekregen, dit is vanuit hoek K de langste zijde. 

Dus gebruik je
sinus = overstaande : langste

Slide 25 - Slide

KM kan je berekeken met:
A
tangens
B
sinus
C
cosinus

Slide 26 - Quiz

Denk aan TOA
Je moet kijken vanuit hoek K.
KM is de zijde die je wilt weten, dit is vanuit hoek K de aanliggende rechthoekszijde.
LM heb je gekregen, dit is vanuit hoek K de overstaande zijde.

Dus gebruik je
tangens = overstaande : aanliggende

Slide 27 - Slide

AB kan je berekenen met:
A
tangens
B
sinus
C
cosinus

Slide 28 - Quiz

Denk aan CAL
Je moet kijken vanuit hoek A.
AB  is de zijde die je wilt weten, dit is vanuit hoek A de aanliggende rechthoekszijde.
AC heb je gekregen, dit is vanuit hoek A de langste zijde.

Dus gebruik je
Cosinus = aanliggende : langste

Slide 29 - Slide

KL kan je berekenen met:
A
tangens
B
sinus
C
cosinus

Slide 30 - Quiz

Denk aan CAL
Je moet kijken vanuit hoek K.
KL is de zijde die je wilt weten, dit is vanuit hoek K de aanliggende rechthoekszijde.
KM  heb je gekregen, dit is vanuit hoek K de langste zijde.

Dus gebruik je
Cosinus = aanliggende : langste

Slide 31 - Slide

Na het maken van deze lessonUp kan ik de juiste kiezen uit tanges, sinus, cosinus
A
Ja, ik snap het
B
Ja ik snap het een beetje
C
Nee geen idee waar dit over ging.

Slide 32 - Quiz