10. Energieverbruik

10. Energieverbruik
1 / 44
next
Slide 1: Slide
NatuurkundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

This lesson contains 44 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

10. Energieverbruik

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Vermogen - herhaling
Vermogen (P) geeft aan wat het energieverbruik van een apparaat is in 1 seconde.
Vermogen meet je in Watt (W) of in joule per seconde (J/s).

  • Vermogen (P) meet je in Watt (W)   
  • 1 W = 1 J/s

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Elektrisch vermogen berekenen - herhaling
1
2
P = U I
I = P/U
U = P/I

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Vermogen en energie
Vermogen: de energie die een apparaat verbruikt in 1 seconde.

Stel een lampje heeft een vermogen van 15 W, dat houdt in dat dit 
lampje iedere seconde 15 Joule (Ws) aan energie verbruikt.

Hoe kun je berekenen hoeveel energie deze lamp in 10 seconden heeft gebruikt?
Welke formule geldt er dan denk je voor P (vermogen), E (energie) en t (tijd?)

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Hoeveel energie (E) verbruikt een lampje met een vermogen (P) van 15 W in een tijd (t) van 10 s?

Slide 5 - Open question

Als je elke seconde 15 J verbruikt (P = 15 W), dan zal je in 10 seconde 10 x 15 = 150 J energie verbruiken.

Welke formule geldt er dus tussen E, P en t?

Slide 6 - Open question

E = P x t
Vermogen en energie
Stel een lampje heeft een vermogen van 15W, dat houdt in dat dit lampje iedere seconde 15 Joule (Ws) aan energie verbruikt.

Hoe kun je berekenen hoeveel energie deze lamp in 10 seconden heeft gebruikt? 

Als je elke seconde 15 J verbruikt (P = 15 W),
dan zal je in 10 seconde 10 x 15 = 150 J energie verbruiken.

150 = 15 x 10 →  Energie = vermogen x tijd → E = P x t.

De formule is dus E = P x t.

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Waarom kan men niet het totale energieverbruik van een apparaat op een apparaat vermelden?

Slide 8 - Open question

Dit is naast het vermogen ook afhankelijk van hoe lang een apparaat aan staat.
Elektrische energie thuis
KWh-meter (energiemeter)
Digitale kWh-meter (energiemeter)
Alle apparaten in huis met een stekker gebruiken elektrische energie. Voor deze energie moet worden betaald aan de energieleverancier. Energiebedrijven verkopen hun energie uitgedrukt in kilo-watt-uur (kWh). 

Om te weten hoeveel je moet betalen wordt netjes bijgehouden hoeveel elektrische energie gebruikt wordt
.
Ieder huishouden heeft daarvoor een energiemeter (kWh-meter) in de meterkast zitten. 

Wanneer een apparaat een groot vermogen heeft dan gebruikt dit apparaat veel energie in 1 seconde.
De kWh-meter draait sneller wanneer je een apparaat aanzet met een hoog vermogen.
Ook wanneer je meerdere apparaten tegelijk aanzet gaat de schijf in de energiemeter sneller draaien. 
De meeste moderne meters zijn tegenwoordig  digitaal en vaak ook 'slim'. Dit laatste houdt in dat de meterstanden van afstand kunnen worden uitgelezen. 

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Energie, vermogen en tijd.
E = P t
P = E/t
t = E/P

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Waarom denk je dat we in de formule E = P x t het vermogen invullen in kW en niet in W en de tijd in uur (h) en niet in seconde?

Slide 11 - Open question

Omdat de energie die je dan uitrekent ook in kilowatt-uur (kWh) gegeven is.
Eenheid van energie
Je hebt geleerd dat de eenheid van energie Joule (J) is.
Energiebedrijven rekenen echter met de eenheid kilo-watt-uur (kWh).
Dit is omdat het hier om hele grote hoeveelheden energie gaat, die in Joule uitgedrukt onwerkbaar zouden worden.

Het ligt dus helemaal aan de situatie of je werkt met J of kWh.
Zorg er goed voor dat je eenheden van E, P en t met elkaar kloppen zoals in de tabel.
E
P
t
J
W (J/s) 
s
kWh
kW
h

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Je kunt joule en kilo-watt-uur ook omrekenen naar elkaar.

Natuurkundigen gebruiken vaak Joule, energiebedrijven gebruiken kWh

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Stel je wilt een ovenschotel maken. Deze moet 30 minuten in de oven.
Het vermogen van de oven is 2000W. Hoeveel energie wordt er in J verbruikt?
Maak de opdracht volgens het stappenplan in de schrift. 

Rekenvoorbeeld energie in Joule
0. E = ? J
1. E = P t
2. P = ... W
   t = ... minuten = .... s
3. E = ... x ...
4. E = ... J
J = Ws
De eenheid Joule is gelijk aan Watt x seconde (want E = P x t), en dit kan dus ook als eenheid worden gebruikt. 1 J = 1 Ws.
Gevraagd: 
Formule:
Gegevens:

Berekening:
Resultaat:




Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Stel je wilt een ovenschotel maken. Deze moet 30 minuten in de oven. Het vermogen van de oven is 2000W. Hoeveel energie wordt er in kWh verbruikt?
Maak de opdracht volgens het stappenplan in de schrift.  

Rekenvoorbeeld energie in kWh
0. E = ? kWh
1. E = P t
2. P = ... W = ... kW
   t = ... minuten = .... h
3. E = ... x ...
4. E = .... kWh
Gevraagd: 
Formule:
Gegevens:

Berekening:
Resultaat:




Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Gebruik de verschillende eenheden niet door elkaar.
Zie de afbeelding hierboven, gebruik óf de groene eenheden óf de blauwe

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Op deze manier reken je de eenheden naar elkaar om

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Lever je 2 gemaakte opdrachten van de rekenvoorbeelden hiervoor in.

Slide 18 - Open question

E = P x t = 2000 x 30 x 60 = 3 600 000 J
E = P x t = 2 x 30/60 = 1 kWh
Blijkbaar is 1 kWh gelijk aan 3,6 miljoen J
Energieverbruik - kosten
Je betaalt via een energiebedrijf voor je gebruikte energie.
Je vindt HIER de actuele kWh prijs.

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Stel: jullie familie gebruikt thuis per maand 130 kWh energie.
Hoeveel euro kost dat dan?

Slide 20 - Open question

Zoek op de site op hoeveel 1 kWh kost (bijv 70 ct).
130 kWh kost dan 130 x € 0,70 = € 91,-
Omzetten van energie

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Met welk apparaat zet je...
1. Beweging om in elektrische energie?
2. Licht om elektrische energie?
3. Warmte om in elektrische energie?

Slide 22 - Open question

1. Een dynamo of turbine (grote dynamo bijv. in windmolen)
2. Een zonnecel
3. Via warmte kan je dingen laten bewegen (bijv. water tot stoom maken, of lucht in een motor laten uitzetten door verbranding van brandstof). Die beweging kan dan weer een dynamo aandrijven.
Let op, de prijs van 1 kWh is in de voorbeelden / opgaven op het niveau van vóór 2022.

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Voorbeeld 1

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Uitwerking voorbeeld 1
1

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Voorbeeld 2

Slide 26 - Slide

This item has no instructions

Uitwerking voorbeeld 2
1

Slide 27 - Slide

This item has no instructions

Voorbeeld 3

Slide 28 - Slide

This item has no instructions

Uitwerking voorbeeld 3
1

Slide 29 - Slide

This item has no instructions

Voorbeeld 4

Slide 30 - Slide

This item has no instructions


Maak voorbeeld 4 (zie vorige)
Geef je berekeningen met formule(s)
antwoord: €26280
geef zelf je berekening

Slide 31 - Open question

This item has no instructions

Uitwerking voorbeeld 4
1

Slide 32 - Slide

This item has no instructions

heb je de andere voorbeelden ook gemaakt? Goedzo! laat dit zien!

Slide 33 - Open question

This item has no instructions

Lever hier een foto van je aantekeningen / samenvatting van deze LessonUp in.

Slide 34 - Open question

This item has no instructions

Geef hieronder zo duidelijk mogelijk aan wat je nog niet goed snapt van deze les en / of waar je nog vragen over hebt.
Heb je nog tips of suggesties voor deze les?

Slide 35 - Open question

This item has no instructions

Video-samenvatting van deze les

Slide 36 - Slide

This item has no instructions

Verwerkingsvragen
Dit is Huiswerk
In SOM vind je wanneer je dit precies moet af hebben
De groene vragen zijn optioneel

Slide 37 - Slide

This item has no instructions

Verwerkingsopgaven 10. Energieverbruik

Gebruik bij rekenvragen altijd het stappenplan.
Rond je EINDantwoord af op 1 decimaal (tenzij anders vermeld).

Slide 38 - Slide

This item has no instructions

10.1
Een verwarmingselement zet in 15 minuten 0,4 kWh elektrische energie om in warmte.
Bereken het vermogen van dat element in Watt.
Geef je berekeningen met formule(s)
antwoord: 1600 W
geef zelf je berekening

Slide 39 - Open question

This item has no instructions

10.2
Barry speelt dagelijks op zijn elektrische gitaar met een gemiddeld vermogen van 100 W.
Hij beweert dat de kosten van het elektriciteitsgebruik € 0,30 per week zijn.
Bereken hoeveel uur hij per dag speelt als 1 kWh elektrische energie € 0,20 kost.
Geef je berekeningen met formule(s)
antwoord: 2,1 uur
geef zelf je berekening
Hint 10.2
Bereken eerst met de prijs per kWh en de gemaakte kosten hoeveel energie er is verbruikt, doe dit eventueel met een verhoudingstabel.
Let op dat er per week en per dag gerekend wordt.
Vergeet niet je vermogen naar kW om te rekenen.

Slide 40 - Open question

This item has no instructions

10.3
Op de kWh-meter in de meterkast leest Donna, dat de draaischijf 400 omwentelingen per één kWh maakt.
Als ze haar magnetron 12 minuten aanzet, draait de schijf van de kWh-meter precies 56 rondjes.
a. Hoeveel kWh wordt er verbruikt als de draaischijf één rondje zou draaien?
b. Bereken elektrische energie de magnetron gebruikt heeft.
c. Bereken hiermee het vermogen van Donna’s magnetron in W.
Geef je berekeningen met formule(s)
a. 0,0025 kWh
b. E = 0,14 kWh
c. P = 700 W
geef zelf je berekening

Slide 41 - Open question

This item has no instructions

10.4
Een kerstboomverlichting bestaat uit een aantal lampjes (5,75 V; 1,5 W) die in serie zijn aangesloten op een netspanning van 230 V.
a. Bereken hoeveel lampjes deze kerstverlichting bevat. Denk aan de regels van een serieschakeling.

De kerstverlichting blijft gedurende de hele kerstvakantie (14 dagen en nachten) branden.
b. Bereken de elektriciteitskosten als 1 kWh elektrische energie € 0,20 kost.
Geef je berekeningen met formule(s)
a. 40 lampjes,
b. € 4,03
geef zelf je berekening

Slide 42 - Open question

This item has no instructions

10.5
Tijdens het ontbijt vraagt Vince zich af, wat zijn croissantje hem inclusief het opwarmen kost.
De voorgebakken croissantjes kosten € 0,60 per pakje van 4 stuks. Als hij zijn croissantje opwarmt, staat de hete luchtoven (1000 W) 6 minuten aan terwijl de kWh-prijs € 0,20 is.
Bereken wat het croissantje hem inclusief het opwarmen kost.
Geef je berekeningen met formule(s)
antwoord: € 0,17
geef zelf je berekening

Slide 43 - Open question

This item has no instructions

10.6
De walkman van Koen heeft een vermogen van 0,3 W.
Het apparaat speelt 8 uur op 2 batterijtjes van € 1,20 per stuk. Daarna zijn de batterijen leeg.
a. Bereken hoeveel kWh elektrische energie de batterijen dan hebben geleverd.
b. Bereken de prijs per kWh van de energie uit deze batterijen.
c. Hoeveel zou Koen betalen, als hij deze energie uit het stopcontact (kWh-prijs € 0,20) zou halen?
Geef je berekeningen met formule(s)
a. E = 0,0024 kWh
b. € 1000,-
c. € 0,00048
geef zelf je berekening

Slide 44 - Open question

This item has no instructions