Opdracht structuur klas 2

Opdracht
STRUCTUUR / TEXTUUR
klas 2
1 / 28
next
Slide 1: Slide
Middelbare school

This lesson contains 28 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Opdracht
STRUCTUUR / TEXTUUR
klas 2

Slide 1 - Slide

Beeldaspect
Structuur/textuur

Slide 2 - Slide

In de beeldende kunst werken we met BEELDASPECTEN:


KLEUR - LICHT - RUIMTE - COMPOSITIE - VORM - STRUCTUUR/TEXTUUR



De komende opdrachten gaan over STRUCTUUR en TEXTUUR. 


Wat is STRUCTUUR eigenlijk? En wat is dan TEXTUUR?

Slide 3 - Slide

STRUCTUUR ontstaat door een herhaling van vormen en/of lijnen.

Hierdoor ontstaat vaak een PATROON.  
We noemen een STRUCTUUR soms ook TEXTUUR.  Dit doen we als we de structuur ook kunnen VOELEN.


We kunnen met deze herhaling spelen d.m.v. 

1- afstand tussen de vormen/lijnen

    2- grootte van de vormen/lijnen 

        3- afwisseling in vormen/lijnen 

            4- dikte van de vormen/lijnen 

                5- richting van de vormen/lijnen 

                     enz.

Slide 4 - Slide

1.- Structuur door afstand tussen de vormen/lijnen


Slide 5 - Slide

2.- Structuur door grootte van de vormen/lijnen


Slide 6 - Slide

3.- Structuur door afwisseling in vormen/lijnen


Slide 7 - Slide

4.- Structuur door dikte van de vormen/lijnen


Slide 8 - Slide

5.- Structuur door richting van de vormen/lijnen


Slide 9 - Slide

Kun je zien hoe het voelt?

QUIZTIME!

Slide 10 - Slide

Kun je zien hoe deze textuur voelt?
A
Zacht
B
Ruw
C
Stekelig
D
Bobbelig

Slide 11 - Quiz

Kun je zien hoe deze textuur voelt?
A
Zacht
B
Ruw
C
Stekelig
D
Bobbelig

Slide 12 - Quiz

Kun je zien hoe deze textuur voelt?
A
Zacht
B
Ruw
C
Stekelig
D
Bobbelig

Slide 13 - Quiz

Texturen zijn...
...eigenschappen van voorwerpen die je kunt zien en voelen. Een ritme in vorm is wat steeds terugkomt.
(herhaling)

Voorbeelden: Ribbelig, bobbelig, stekelig, harig, fluwelig, glad, hard, zacht, enz.

Slide 14 - Slide

Stofuitdrukking
Je kunt een bestaande structuur namaken in een ander materiaal

Dat kan bijvoorbeeld door te 
- tekenen
- schilderen
- boetseren
- beeldhouwen

Een in een ander materiaal nagemaakte textuur heet de stofuitdrukking van die textuur. 

Slide 15 - Slide

OPDRACHT A
Je gaat nu zelf op zoek naar bestaande structuren.
1. Zoek op intenet 10 foto's van verschillende soorten structuren (dus die kun je wel zien, maar je zou ze niet kunnen voelen!)  
       * Open een WORD pagina en zet boven aan: OPDRACHT A STRUCTUUR . Plaats alle 10       
          afbeeldingen samen op één pagina in twee rijen van 5. Voeg daarna een pagina einde in.
2. Zoek dan naar 10 foto's van verschillende texturen (aan de plaatjes moet je kunnen zien hoe het afgebeelde oppervlak aanvoelt) en plaats deze samen op de tweede pagina. Zet eerst boven aan de pagina OPDRACHT A TEXTUUR.
        * Plak de plaatjes (foto's) van zachte naar harde textuur in twee rijen van 5 boven elkaar.

LET OP: er mag niets anders op je afbeelding staan behalve de structuur/textuur en rek plaatjes ALTIJD uit vanuit een hoek om de juiste verhouding te behouden!

Slide 16 - Slide

OPSLAAN VAN JE GEMAAKTE PAGINA'S
Je hebt nu één bestand gemaakt met 2 pagina's. Nu ga je deze opslaan in de map die je hebt gemaakt op je bureaublad met de naam 2D.

Ga naar deze map 2D en maak hierin een nieuwe map  met de naam OPDRACHT 1 STRUCTUUR/TEXTUUR 

Verplaats nu je gemaakte opdracht naar deze map o.v.v. OPDRACHT A.
Ga nu naar TEAMS en lever de opdracht in bij 'opdrachten'.


Slide 17 - Slide

Beoordeling
  • Variatie in texturen.
  • Hele vlakje gevuld met de textuur (geen tekst of andere achtergrond).
  • Goede overgang van texturen van zacht naar hard.
  • Netjes gekopieerd! 
  • Netjes geplakt!
  • Titelbalk met opdrachtnaam.

Slide 18 - Slide

OPDRACHT B1
Structuren zelf bedenken.
Zet op een tekenvel bovenaan:  OPDRACHT B1 STRUCTUUR en je NAAM
Teken een rechthoek van 10x15 cm. Verdeel deze in vierkantjes van 
5x5 zoals het voorbeeld. Als je het goed en netjes hebt gedaan, maak je de 
lijnen dik met een liniaal en dikke stift.
Teken in de linkerkolom 3 eigen bedachten structuren met een fineliner, in de rechterkolom teken je 3 zelfbedacht structuren met Oost Indische Inkt. Denk aan herhaling in grootte, afstand, dikte en richting. 

LET OP: Je schetst niet eerst met je potlood, je tekent dicht op elkaar en de vakjes moeten HELEMAAL vol!

Slide 19 - Slide

OPDRACHT B2
Rubbings maken.
Zet op een tekenvel bovenaan: OPDRACHT B2 STRUCTUUR  en je NAAM.

Teken weer een zelfde rechthoek van 10x15 cm. met 6 vakjes.

Nu ga je van 6 verschillende dingen 'rubbings' maken. 
- links 3 in kleur
- rechts 3 met grijs potlood
Knip ze uit op 4.8 x 4.8 cm en plak ze in de vakjes.

LET OP: Je moet steeds genoeg maken om het hele vakje in één keer goed te kunnen vullen!

Slide 20 - Slide

INLEVEREN VAN JE GEMAAKTE WERK

Je hebt opdracht B1 en B2 gemaakt op papier. Lever die beide in. 


Slide 21 - Slide

Beoordeling
  • Variatie in structuren en texturen.
  • Hele vakjes gevuld (geen witte stukken).
  • Netjes en zorgvuldig gewerkt met fineliner en inkt.
  • Goede duidelijke rubbings gemaakt.
  • Titelbalk met opdrachtnaam.

Slide 22 - Slide

Opdracht C

Slide 23 - Slide

Opdracht C 
Bedenk je eigen fantasiebeest. Hij moet bestaan uit allemaal DIKKE vormen en moet het grootste deel van het tekenblad beslaan.
Je gaat het hele beest zo volledig mogelijk invullen met  verschillende structuren
Maak een keuze uit de volgende materialen óf gebruik er meerdere naast elkaar!
- rubbings
- inkt
- potlood
- kleurpotlood
- stiften
Hoe meer detail hoe beter!

Slide 24 - Slide

Als je klaar bent kleur je de achtergrond in met waterverf. Maak er geen landschap van! Alleen kleur, om je beest nog mooier uit te laten komen!

Ga NOOIT met waterverf over je structuren!

Slide 25 - Slide

OPSLAAN VAN JE GEMAAKTE WERK
Maak van je kunstwerk als hij af is een goede duidelijke foto. 

Upload de foto naar je laptop en zet bij in de juiste map o.v.v. OPDRACHT C.

Lever de tekening ook gewoon in.

Slide 26 - Slide

Beoordeling
  • Variatie in structuren.
  • Hele wezen gevuld met de textuur (geen witte stukken).
  • Originele structuren.
  • Achtergrond netjes ingekleurd met waterverf.
  • Netjes en zorgvuldig gewerkt met je materialen.

Slide 27 - Slide

INLEVEREN VAN DE OPDRACHT
Als het goed is, heb je nu alles ingeleverd via TEAMS. 

Je krijgt voor elke opdracht een apart cijfer:
Opdracht A telt 1x mee
Opdracht B1 en B2 tellen 1x mee
Opdracht C telt 3X mee

Slide 28 - Slide