Klare Taal les 19: Bezittelijke voornaamwoorden

1 / 35
next
Slide 1: Slide
NT2Middelbare schoolmavoLeerjaar 1

This lesson contains 35 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 70 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

              Startklaar
  • Op je plek zitten 
  • Telefoon is thuis of in de kluis 
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Boek, Chromebook, JdW-map, etui 
timer
3:00

Slide 2 - Slide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
Titel van de les
Klare Taal les 19: Bezittelijke voornaamwoorden

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

           Leerdoelen
  1. Je kunt het goede bezittelijke voornaamwoord in een zin invullen..


Slide 4 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.      
Programma
  • Herhalen Klare Taal les 16: dit/dat; deze/ die
  • Klare Taal les 19: Bezittelijke voornaamwoorden.
  • Woordenboek op tafel!

Slide 5 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.
Bezittelijke voornaamwoorden?
timer
1:00

Slide 6 - Mind map

2. Voorkennis activeren
De docent activeert relevante voorkennis aan de hand van een terugblik-opdracht, waarbij eventueel een beroep op de thuistalen wordt gedaan. Op deze manier biedt de docent een kapstok om nieuwe stof te verbinden aan de eerder geleerde stof en richting te geven aan het verdere verloop van de les. Tegelijkertijd worden hiermee misconcepties van leerlingen zichtbaar gemaakt, waar de docent vervolgens gericht op in kan spelen. 

Slide 7 - Video

This item has no instructions

mijn
je/ jouw
zijn
haar
ons / onze 
jullie
hun
uw

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Wat is het bezittelijk voornaamwoord?

In ons huis is het altijd gezellig
A
ons
B
gezellig
C
huis
D
altijd

Slide 9 - Quiz

This item has no instructions

Wat is het bezittelijk voornaamwoord?
timer
0:30

Slide 10 - Open question

This item has no instructions

Wat is het bezittelijk voornaamwoord?

Mijn kamer is een grote bende terwijl zijn kamer heel netjes is.
timer
0:30

Slide 11 - Open question

This item has no instructions

Wat is het bezittelijk voornaamwoord?

Van onze ouders moeten wij de afwas doen.
timer
0:30

Slide 12 - Open question

This item has no instructions

ons / onze?
ons = het 
onze = de 

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Het zijn ....... paspoorten
A
ons
B
onze

Slide 14 - Quiz

This item has no instructions

Het zijn ........ fietsen
A
ons
B
onze

Slide 15 - Quiz

This item has no instructions

Het is ........ huis
A
ons
B
onze

Slide 16 - Quiz

This item has no instructions

Het is .......formulier
A
ons
B
onze

Slide 17 - Quiz

This item has no instructions

zijn / haar?

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

De jongen vergeet ....... boek op school.
A
haar
B
zijn

Slide 19 - Quiz

This item has no instructions

Zij wil ....... huiswerk maken.
A
haar
B
zijn

Slide 20 - Quiz

This item has no instructions

Ze heeft een fiets. Het is .... fiets.
A
haar
B
zijn

Slide 21 - Quiz

This item has no instructions

mijn / jouw?

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Ik lees dit boek. Het is .... boek.
A
mijn
B
jouw

Slide 23 - Quiz

This item has no instructions

Waar woon jij? Wat is .... adres?
A
mijn
B
jouw

Slide 24 - Quiz

This item has no instructions

           Klare Taal Les 19

Maak oefening 1 t/m 5 op blz.57.

Klaar? Controleer je antwoorden met een andere leerling.

Niet in het boek schrijven!!
Laptop dicht en gebruik je woordenboek voor woorden 
die je niet begrijpt.
timer
10:00

Slide 25 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.
Maak de oefening in je schrift.
Doe je best!

Slide 26 - Slide

This item has no instructions

mijn - jouw - zijn - haar - ons - onze- jullie- hun

De taarten die zij koopt zijn..........taarten.
timer
0:10

Slide 27 - Open question

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.
mijn - jouw - zijn - haar - ons - onze- jullie- hun

Het boek dat hij leest is........boek.
timer
0:10

Slide 28 - Open question

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.
mijn - jouw - zijn - haar - ons - onze- jullie- hun

De tuin die zij hebben is.........tuin.
timer
0:10

Slide 29 - Open question

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.
mijn - jouw - zijn - haar - ons - onze- jullie- hun

Het land waar wij wonen is........land.
timer
0:10

Slide 30 - Open question

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.
mijn - jouw - zijn - haar - ons - onze- jullie- hun

Het land waar wij wonen is........land.
timer
0:10

Slide 31 - Open question

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.
mijn - jouw - zijn - haar - ons - onze- jullie- hun

Het feest dat jij geeft is...........feest.
timer
0:10

Slide 32 - Open question

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.
mijn - jouw - zijn - haar - ons - onze- jullie- hun

Het bed waar papa en mama in slapen is.........bed.
timer
0:10

Slide 33 - Open question

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.

Controle vragen

Slide 34 - Open question

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.

Controle vragen
A
a.
B
b.
C
c.
D
d.

Slide 35 - Quiz

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.