H3: nakijken Lezen opdr. 7 - vakantiequiz

- Nakijken Lezen H3: opdr. 7
1 / 10
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo g, tLeerjaar 2

This lesson contains 10 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

- Nakijken Lezen H3: opdr. 7

Slide 1 - Slide

Lesdoelen
Lezen H3:
- Je weet hoe een tekst is opgebouwd.
- Je kunt signaalwoorden en verbanden  van opsomming, tegenstelling en voorbeeld herkennen.
- Je kunt zelf een kernzin formuleren.
- Je weet hoe teksten worden ingeleid en afgesloten.
- Je kent de tekstdoelen, -soorten en -vormen.
- Je weet wat kernzinnen, hoofd- en bijzaken zijn.

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

Nakijken opdracht 7 (blz. 144)
1 De schrijver kondigt het onderwerp aan in de inleiding.
2 a De auto moet de brandweerlieden zo snel mogelijk naar de brand (plaats des onheils) brengen.
  De auto moet de benodigde apparatuur vervoeren.
  De auto moet het bluswater verpompen.
 b De auto moet behoorlijk veel gewicht vervoeren (de brandweerlieden, apparatuur, water) en ook nog snel. Met zo veel gewicht ook snel zijn is niet eenvoudig.
3 Manoeuvreren betekent in een bepaalde richting vooruitkomen / rijden / sturen / zich verplaatsen / voortbewegen.
4 Het is niet eenvoudig die taken te integreren in een voertuig dat snel overal moet kunnen komen.

Slide 4 - Slide

Nakijken opdracht 7 (blz. 144)
5 a Het synoniem voor benut is gebruikt (regel 13).
 b Het synoniem voor onbenut is dan: ongebruikt.
6 Ja, dat is de kernzin. De rest van de alinea bestaat uit voorbeelden en toelichting bij deze zin.
7 a In een brandweerauto wordt dan ook geen plekje onbenut gelaten.
 b Zo
 c Twee, het eerste voorbeeld staat achter het signaalwoord Zo en het tweede achter het signaalwoord Verder.
 d 1 Achter de luiken langs de wanden vinden brandweerlieden alle hulpmiddelen.
  2 Het dak wordt gebruikt voor de uitschuifbare ladders en de hydraulische hoogwerkers.

Slide 5 - Slide

Nakijken opdracht 7 (blz. 144)
8 a B de uitschuifbare ladders en de hydraulische hoogwerkers
 b Een ladder wordt gebruikt om de bovenste verdieping te bereiken en een hoogwerker om de brand van boven te blussen.
9 a tegenstellend verband
 b Maar
10 a Het is niet echt een wapen. Met de aanhalingstekens geeft de schrijver dit aan.
 b Water zorgt er wel voor dat de brand verdwijnt. Op die manier kun je het een wapen noemen.
11 a Bijna in het midden, de derde zin is de kernzin.
 b Sommige brandweerauto’s hebben een tank van duizenden liters water aan boord.
 Andere brandweerauto’s worden aan een brandkraan gekoppeld.
 Er zijn ook brandweerauto’s die het water uit een nabijgelegen riviertje pompen.

Slide 6 - Slide

Nakijken opdracht 7 (blz. 144)
12 Met een brand kunnen bestoken bedoelt de schrijver een brand kunnen blussen.
13 Brandweerwagens kunnen met maximaal 10.000 liter per minuut een brand blussen.
  Ook kan het bluswater vermengd worden met een speciaal schuim. Het mengsel dooft het vuur.
14 De schrijver sluit af met een conclusie.
15 a Een brandweerauto zorgt ervoor dat de hoofdtaken van de brandweer zo goed mogelijk worden uitgevoerd: de brandweerlieden snel naar de brand brengen, alle apparatuur op een slimme manier vervoeren en het bluswater uit de auto of uit een andere waterbron naar buiten persen.
 b Eigen antwoord, bijvoorbeeld: Ja, de titel past bij de hoofdgedachte, want de brandweerauto’s vervullen hun taken, zodat er geblust kan worden.
  Nee, de titel past niet bij de hoofdgedachte, want de tekst gaat over meer dan blussen, namelijk ook hoe de auto is ingericht en waar het water vandaan komt.

Slide 7 - Slide

16 Eigen samenvatting, bijvoorbeeld: Een brandweerauto heeft drie hoofdtaken. Ten eerste brengt hij de brandweerlieden zo snel mogelijk naar de brand, ondanks zijn gewicht. Ten tweede vervoert hij alle apparatuur die de brandweerlieden nodig hebben. Deze apparatuur is slim opgeborgen. Ten derde dient hij om te blussen. Sommige brandweerauto’s hebben duizenden liters water aan boord. Andere brandweerauto’s gebruiken brandkranen of water uit een riviertje. Een brand kan met veel liter per minuut worden geblust. Ook kan het water vermengd worden met een speciaal schuim dat blijft plakken aan brandende oppervlakken en zo de brand dooft.

Slide 8 - Slide

Nakijken opdracht 8 (blz. 145, 146)
  • 1 hij verwijst naar ‘Een brandweerauto’ (regel 1)
  •  ze verwijst naar ‘Brandweerlieden’ (regel 6)
  • 2 Dan kijkt hij hoe de brand in elkaar zit: waar de brandhaard is en welke kant het vuur opgaat.
  • 3 a maar (regel 1)
  •  b Een brandweerauto is een indrukwekkend machine. = uitspraak
  •  maar hij kan niet zonder een goedgetrainde bemanning. = tegenstelling

Slide 9 - Slide

Nakijken opdracht 8 (blz. 145, 146)
  • 4 a en, niet alleen … maar ook
  •  b Brandweerlieden moeten niet alleen leren om een brand ‘te lezen’
  •  en zo snel en veilig mogelijk te blussen
  •  maar ze worden ook getraind in verschillende vaardigheden.
  • 5 a Voorbeelden
  •  b twee
  •  c het bieden van eerste hulp; het omgaan met gevaarlijke stoffen

Slide 10 - Slide