oefenen 7.2-7.3-7.4

Oefenen 7.2-7.3-7.4
1 / 17
next
Slide 1: Slide
Mens & MaatschappijMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 2

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Oefenen 7.2-7.3-7.4

Slide 1 - Slide

7.2: Het klimaat verandert 

Slide 2 - Slide

Gevolgen klimaatverandering
         Zomer
        Winter
Temperatuur

Neerslag

Zeespiegel

Warmer
Zachter
Minder
Meer
Stijgt

Slide 3 - Drag question

Klimaatverandering. Wat betekend het?
A
De aarde wordt kouder door Co2
B
De temperatuur op aarde stijgt. Door onder andere meer C02
C
Temperatuur op aarde blijft gelijk door methaan
D
Meer regen op heel de aarde

Slide 4 - Quiz

Wat wordt bedoeld met het versterkte broeikaseffect?

Slide 5 - Open question

Voorbeelden van gevolgen klimaatverandering zijn:
A
Zeespiegelstijging
B
Opwarming van de aarde
C
Smelten van landijs en gletsjers
D
Afslijten van de bergen

Slide 6 - Quiz

Sleep het juiste woord naar de lege plek in de tekst.


Door het                          wordt het steeds warmer 

op aarde. Hierdoor hebben we last van

en de                           .                                      
....................
..............
....................
broeikaseffect
zeespiegelstijging
klimaatverandering

Slide 7 - Drag question

Noem de twee belangrijkste nadelen van het gebruik van fossiele brandstoffen.

Slide 8 - Open question

Wat wordt bedoeld met energietransitie?
A
Overgang van duurzame naar fossiele brandstoffen.
B
Het transport van de duurzame energiesoorten.
C
De transitie van waterdamp naar waterdruppels voor energie opwekking.
D
Omschakelen van fossiele naar duurzame energiebronnen.

Slide 9 - Quiz

Duurzame energiebronnen
niet duurzame energiebronnen

Slide 10 - Drag question

Wat is het voordeel van biobrandstof?
A
tijdens het groeien nemen planten CO2 op uit de lucht
B
er komt geen CO2 vrij bij het verbranden
C
het is goedkoper dan fossiele brandstof
D
het is scheikunde geen biologie

Slide 11 - Quiz

aardwarmte
zonne-energie
windenergie
biomassa
waterkracht

Slide 12 - Drag question

Je ecologische voetafdruk is...
A
Je schoenmaat
B
De afdruk van je schoen in de aarde
C
De ruimte die inneemt met hoe je leeft en wat je doet
D
Bloemetjes en bijtjes

Slide 13 - Quiz

Klopt deze uitspraak?
"Hoe rijker een land, hoe groter de ecologische voetafdruk"
A
Ja
B
Nee

Slide 14 - Quiz

Hoe kunnen ecosystemen beter functioneren?
A
Gewone landbouw
B
Biologische landbouw

Slide 15 - Quiz

In een circulaire economie...
A
is er veel afval want alle spullen gaan naar het grof vuil
B
wordt alles hergebruikt en is er dus geen afval
C
wordt alles in cirkels gelegd
D
worden dingen soms hergebruikt

Slide 16 - Quiz

Je wilt zo milieuvriendelijk mogelijk eten. Dan kies je
A
MacDonalds/KFC
B
Koeien/varkens/kippen
C
de supermarkt
D
Zoveel mogelijk plantaardig voedsel

Slide 17 - Quiz