Grootheden en eenheden (les 1)

Wat gaan we deze periode doen?
- We starten de eerste twee weken (4 lessen) met rekenen in het nieuwe domein:
Grootheden en Eenheden
- Instaptoets
- oefeningen -> alléén toegepast rekenen 
- Eindtoets

- In de 3e en 4e week (4 lessen) maken we opdracht 3.09 (JA ik geef project lessen!)

1 / 26
next
Slide 1: Slide
RekenenMBOStudiejaar 1

This lesson contains 26 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Wat gaan we deze periode doen?
- We starten de eerste twee weken (4 lessen) met rekenen in het nieuwe domein:
Grootheden en Eenheden
- Instaptoets
- oefeningen -> alléén toegepast rekenen 
- Eindtoets

- In de 3e en 4e week (4 lessen) maken we opdracht 3.09 (JA ik geef project lessen!)

Slide 1 - Slide

Wat gaan we vandaag doen?
- We starten met het nieuwe domein:
Grootheden en Eenheden

- We nemen de basis van het domein door, met de rekenkaart en deze 'quiz'

- Werken in de studiemeter: Instaptoets van het domein Grootheden en Eenheden.

Slide 2 - Slide

Even inchecken: hoe voel je je vandaag?

Slide 3 - Poll

Op tafel ligt: (klad-)papier of schrift,
de rekenkaart, een pen/potlood en je rekenmachine

Slide 4 - Slide

Deze periode gaat over domein 3: grootheden en eenheden.

Wat zijn dat?

Gewicht is een....
A
grootheid
B
eenheid

Slide 5 - Quiz

Liter is een ....
A
eenheid
B
grootheid

Slide 6 - Quiz

Slide 7 - Slide

Wat is een grootheid en wat is een eenheid?
Grootheid
Eenheid
lengte
oppervlakte
seconde
kilogram
snelheid
centimeter
uur
tijd
kilometer
gewicht
hectare

Slide 8 - Drag question

Lesdoel

  • Je herkent een grootheid en gebruikt een passende eenheid om de waarde uit te drukken.
  • Je leert rekenen met lengtematen.

Slide 9 - Slide

In dit domein leer je verschillende grootheden, zoals lengte, gewicht, tijd, temperatuur en snelheid, te gebruiken en ermee te rekenen.

Slide 10 - Slide

Hoeveel nullen heeft een biljard?
A
9
B
12
C
15
D
18

Slide 11 - Quiz

Slide 12 - Slide

Lengtematen: pak je rekenkaart.
Het is 2,2 km naar de sporthal.
Hoeveel meter moet ik fietsen?
A
22000
B
2,2
C
22
D
2200

Slide 13 - Quiz

4,3 dm = ... cm

A
430
B
43
C
4,3
D
4300

Slide 14 - Quiz

Lengte 8,2dm = ..........mm
A
820
B
0,82
C
8,22
D
8200

Slide 15 - Quiz

De lengte van deze deurklink is:

1 ...
A
mm
B
cm
C
km
D
dm

Slide 16 - Quiz

De lengte van een auto is ongeveer 4200 .....
A
mm
B
cm
C
hm
D
km

Slide 17 - Quiz

Wat is de lengte op het vraagteken?
A
1 m
B
2 m
C
3 m
D
4 m

Slide 18 - Quiz

gewicht omzetten naar andere eenheid

Slide 19 - Slide

De druiven wegen 0,2 kg.

Hoeveel gram is dat?
A
X10
B
x100
C
x1000
D
:1000

Slide 20 - Quiz

10 ton in gewicht (kg) is:
A
1000 kg
B
100000 kg
C
100 kg
D
10000 kg

Slide 21 - Quiz

De aardbeien wegen 80 gram de druiven 0,2 kg.

Hoeveel kg is het fruit samen?
A
80 gr + 20 gr = 100 gram = 0,10 kg
B
80 gr + 200 gr = 2,8 kg
C
80 gr + 200 gr = 280 gr = 0,28 kg
D
0,8 kg + 0,2 kg = 0,10 kg

Slide 22 - Quiz

Wat gaan we vandaag doen?
- Werken in de studiemeter: Instaptoets van het domein Grootheden en Eenheden.

Slide 23 - Slide

Wat gaan we volgende les doen?
- Werken in de studiemeter: Instaptoets van het domein Grootheden en Eenheden.

- Als de instaptoets af is dan werk je aan de opgaven van 3.3.2 Toegepast rekenen met Grootheden en Eenheden.

Slide 24 - Slide

Werken in de studiemeter

Instaptoets Domein 3: Grootheden en Eenheded
Ik begrijp het, ik ga aan de slag
Ik wil eerst graag extra uitleg
Ik wil iets anders vragen
Ik heb de instaptoets al af

Slide 25 - Poll

De instaptoets al af?
Dan kun je nu starten met werken aan de opgaven van Domein 3: Grootheden en Eenheden
-> kies Oefeningen
-> kies 3.3 Toegepast rekenen met grootheden en eenheden
-> Kies 3.3.1 Formules en Vuistregels
-> Af? Kies 3.3.2 Toegepast rekenen met grootheden en eenheden

Slide 26 - Slide