Samenwerkingspartner - Les 5 - Inzet van hulpmiddelen
Samenwerkingspartner - Les 5 - Inzet van hulpmiddelen
Deze les draait om het kiezen, afstemmen en evalueren van hulpmiddelen binnen de zorgpraktijk. Houd de koppeling met samenwerking tussen disciplines steeds zichtbaar.
Hoe gaat het?
This item has no instructions
Lesdoelen
Je bepaalt welk hulpmiddel wanneer ingezet wordt en stemt dit af met betrokken disciplines.
Je evalueert of ingezette hulpmiddelen (inclusief technologie) bijdragen aan goede zorg.
Je legt uit wanneer welk hulpmiddel wordt ingezet en hoe technologie de samenwerking ondersteunt.
De gebruiker gaf meerdere doelen. Deze slide combineert de kern die het best aansluit op de subthema's: kiezen, afstemmen en evalueren van hulpmiddelen in samenwerking.
Hulpmiddelen spel 'Wie ben ik?'
1. Maak groepjes van 3 studenten
2. Elke student trek een kaartje van het hulpmiddel zonder te kijken. Plaats het hulpmiddel voor je zodat de rest je hulpmiddel kan zien.
3. Stel om de beurt gesloten vragen (ja/nee) om te achterhalen welk hulpmiddel je bent.
Heb je het hulpmiddel goed geraden? Dan win je, de rest van het groepje gaat door tot alle hulpmiddelen geraden zijn.
This item has no instructions
Welk hulpmiddel in de zorg schiet jou als eerste te binnen?
Gebruik de woordenwolk als activering na het lesdoel. Vraag daarna kort door: wanneer zet je dit hulpmiddel in en met wie stem je het af?
Hulpmiddelen in de zorg
Er worden random duo's gemaakt. Zoek het juiste hulpmiddel bij de situatie.
This item has no instructions
Kiezen van een passend hulpmiddel
Een hulpmiddel kies je op basis van de zorgvraag van de cliënt. Daarbij let je op veiligheid, comfort en gebruiksgemak. Ook de juiste discipline kan meedenken over advies en gebruik.
De drie kernwoorden sluiten aan op slides 2 t/m 6: zorgvraag, veiligheid en discipline.
Stel een zorgvrager wil het hulpmiddel niet gebruiken, maar het maakt de zorg wel veiliger. Dan kunnen veiligheid en de wens van de zorgvrager tegenover elkaar staan.Wat doe je dan?
This item has no instructions
Welke disciplines kun je inschakelen voor het gebruik van hulpmiddelen?
This item has no instructions
Voorbeelden disciplines
Ergotherapeut → kijkt welk hulpmiddel past bij dagelijkse activiteiten en zelfstandigheid.
Fysiotherapeut → kijkt naar bewegen, lopen, houding en lichamelijke belastbaarheid.
Verpleegkundige → kijkt naar de zorgbehoefte, gezondheid en veiligheid.
Arts → beoordeelt de medische situatie en geeft zo nodig een medische indicatie.
Logopedist → kan helpen bij hulpmiddelen rondom eten, drinken, slikken en communicatie.
Diëtist → kan adviseren over hulpmiddelen en aanpassingen rondom eten en drinken.
Mantelzorger → kan vertellen wat in de thuissituatie goed werkt en wat de cliënt prettig vindt.
Verzorgende IG → signaleert de zorgvraag, gebruikt het hulpmiddel in de dagelijkse zorg en bespreekt wat goed of niet goed werkt.
This item has no instructions
Technologie als hulpmiddel
Technologie kan zorg ondersteunen en informatie delen
Voorbeelden: alarmering, medicijndispenser, beeldzorg
Technologie vervangt niet de professionele afweging
Laat zien dat technologie een hulpmiddel is binnen zorg, niet automatisch de beste oplossing.
Hoe technologie samenwerking helpt
Sneller informatie delen met collega's
Afspraken en observaties beter vastleggen
Betrokken disciplines werken met dezelfde gegevens
Signalen kunnen eerder worden opgemerkt
Voorbeelden kunnen zijn: elektronisch zorgdossier, digitale rapportage, slimme sensoren. Houd het praktisch en herkenbaar.
Individuele opdracht -> inleveren in itslearning
De eerste drie stappen van de opdracht werk je alleen uit, stap 4 doe je samen met je klasgenoot. Je oefent hiermee de SBARR en traint ook je vaardigheden die bijdragen aan een goede samenwerking.
This item has no instructions
SBARR bij hulpmiddelen
SBARR helpt om duidelijk over een hulpmiddel te communiceren:
Situatie: wat speelt er nu?
Background: welke achtergrond is relevant?
Assessment: wat observeer je?
Recommendation: wat stel je voor?
Repeat: controleer of de afspraak duidelijk is
Sluit aan bij de voorkennis uit eerdere lessen of oefenmomenten. Houd de focus op hulpmiddelen en samenwerking.
Welke opdracht heeft je het meest opgeleverd?
Laat studenten kort terugblikken op wat ze inhoudelijk meenemen uit de les.