Verhoudingen en verhoudingstabel

Verhoudingen
1 / 26
next
Slide 1: Slide
RekenenMBOStudiejaar 1

This lesson contains 26 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Verhoudingen

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Doelen
  • Je weet wat verhoudingen zijn.
  • Je kan verhoudingstabellen invullen.
  • Je kan rekenen met schaal met behulp van verhoudingstabellen. 

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Slide 3 - Video

This item has no instructions

Voorbeelden van verhoudingen
De auto rijdt 1 op 18.   
Dat betekent: met 1 liter brandstof rijdt de auto 18 kilometer.
Met 3 liter brandstof kan de auto dus ook 3 x zo ver rijden: 
3 x 18 = 54 kilometer

In het filmpje zag je ook: verhouding tussen gewicht en prijs. Vaak wordt de prijs per 100 gram of per kilo gegeven. Wil je dan bijvoorbeeld 400 gram kopen, dan moet je de prijs vermenigvuldigen met 4.

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Verhoudingen
Je komt verhoudingen  ook veel tegen bij het koken, in recepten

Voorbeeld
Voor 4 personen heb je 300 gram noedels nodig.

Dit is een verhouding tussen het aantal personen en het aantal
gram noedels. Met deze verhouding kan je uitrekenen hoeveel
noedels je nodig hebt voor verschillende aantallen personen.
                                                                

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Bijvoorbeeld
Je kookt voor 6 personen, hoeveel gram noedels heb je nodig?


Eerst reken je het aantal personen om naar 1, vervolgens naar 6.

Slide 6 - Slide

Je kan ook het aantal personen omrekenen naar 2, dan vermenigvuldig je daarna met 3 in plaats van 6.

Je kan ook in een keer vermenigvuldigen met 1,5.
Een verhoudingstabel is een bijzondere tabel.

De bovenkant van de tabel heeft steeds te maken met de onderkant van de tabel. 

De bovenkant van de tabel x6 
dan ook   
de onderkant van de tabel x6

Slide 7 - Slide

This item has no instructions


A
A = 10 km, B = 20 km, C = 40 km
B
A = 20 km, B = 40 km, C = 60 km
C
A = 10 km, B = 20 km, C = 30 km
D
A = 20 km, B = 35 km, C = 50 km.

Slide 8 - Quiz

Dit is een verhouding tussen tijd en afstand.
Alles wat je met de bovenste rij doet, doe je ook met de onderste rij. Een half uur is 2 keer zo lang als een kwartier. Een uur is 2 keer zo lang als een half uur. En anderhalf uur is 3 keer zo lang als een half uur.

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Reken uit met een verhoudingstabel:

Een auto gebruikt 60 liter brandstof voor 600 kilometer. Hoeveel kilometer rijdt deze auto met 1 liter brandstof?

Slide 10 - Open question

This item has no instructions

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

 Verhoudingen met een totaal
Soms wordt een verhouding ook gegeven als deel van een totaal. Bijvoorbeeld in een klas van 20 zitten 5 jongens en 15 meisjes.

De verhouding jongens op het totaal is 5 op de 20 = 1 op de 4         (1:4)

De verhouding jongens op het aantal meisjes is 5 op de 15 = 1 op de 3       (1:3) 

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Slide 13 - Mind map

This item has no instructions


A
66
B
60
C
3
D
63

Slide 14 - Quiz

This item has no instructions

: 21                          x 20

Dus in 20 minuten 60 auto's
tijd( min.)
21 
20
aantal auto's
63
3
60

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

6 appels kosten in
de winkel € 2,10

Hoeveel kosten 5 appels?

Slide 16 - Slide

This item has no instructions




5 appels kosten  €1,75
appels
6
1
5
prijs
2,10
2,10: 6 = 0, 35
5x 0,35= 1,75
We delen 2,10 ÷ 6.

Stap voor stap hoofdrekenen:

2,10 = 210 honderdsten
210 ÷ 6 = 35
Dus 35 honderdsten = 0,35
Tekst
We doen: 5 × 0,35

5 × 35 = 175
Twee decimalen terug → 1,75

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Wanneer reken je
met 'schaal'?

Slide 18 - Mind map

Bijvoorbeeld:
- een landkaart
- een wereldbol
- Google maps
- de tekeningen in je biologieboek
- een plattegrond van je huis
- een modelautootje
- een schaalmodel van een gebouw/schip/machine/wat dan ook.
- foto's (maar daarbij staat de schaal meestal niet aangegeven)
- de wassen beelden in Madam Tussauds zijn modellen met schaal 1:1


Wat is schaal
Een schaalmodel is een exacte kopie van een origineel,
 zoals bijvoorbeeld een gebouw, maar dan in een andere maat.

De schaal geeft de verhouding weer tussen de
afmetingen van het model en de werkelijke afmetingen.

Meestal is een schaalmodel een verkleining van
het werkelijke object, maar het kan ook andersom.


Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Slide 20 - Video

This item has no instructions

Rekenen met schaal.

Wat betekent schaal 1 : 100
A
1 cm in de tekening is in werkelijkheid 100 cm
B
100 cm in de tekening is in werkelijkheid 1 cm

Slide 21 - Quiz

This item has no instructions

Rekenen met schaal
Hoe lang is de auto in het 'echt'?




15 cm
Schaal 1:20

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

20 x 15 = 300 cm 
 Mijn auto is 300 cm. Zeggen we dat?
Handige tip:
100 cm = 1 meter, dus 300 cm ÷ 100 = 3 m 👍

Ja, 3 meter is ongeveer de lengte van een kleine auto, maar:
🚗 Kleine stadsauto (zoals een Fiat 500): ± 3,5 meter
🚗 Gemiddelde auto (zoals een Volkswagen Golf): ± 4,2 meter
🚗 Grote auto/SUV: 4,5 – 5 meter of meer

👉 Dus:
3 meter is aan de korte kant — een echte auto is meestal iets langer.

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Op de foto is de uitkijktoren 5 cm hoog. De schaal is 1 : 200.

Hoe hoog is de toren in werkelijkheid?

Slide 24 - Open question

This item has no instructions

Hoe goed begrijp je "schaal"? Geef jezelf een cijfer tussen 1 en 10
110

Slide 25 - Poll

This item has no instructions

Kun jij nu zelf aan de slag met de opgaven?
😒🙁😐🙂😃

Slide 26 - Poll

This item has no instructions