Bezittelijk voornaamwoord - 2de klassen

Het Bezittelijk Voornaamwoord
(mijn, jouw, zijn, haar, onze, uw/jullie, hun)
1 / 32
next
Slide 1: Slide
FransMiddelbare schoolmavo, havoLeerjaar 2

This lesson contains 32 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 15 min

Items in this lesson

Het Bezittelijk Voornaamwoord
(mijn, jouw, zijn, haar, onze, uw/jullie, hun)

Slide 1 - Slide

Bonjour!
Mercredi 10 février 2021
Planning:
- Het bezittelijk voornaamwoord
- Oefeningen maken zin de portal  



Slide 2 - Slide

Weet je nog?
In het Frans is het Zelfstandig Naamwoord 
anders dan in het Nederlands. 
We kijken naar: 

Le garçon - la fille

1. geslacht van dat zelfstandig naamwoord
2. of het enkelvoud of meervoud is
               Le garçon - les garçons

Slide 3 - Slide

Bezittelijk voornaamwoord
in het Nederlands:


het gaat om :
het geslacht van


die iets bezit
en of het om 1 persoon
of meerdere personen gaat





Bezittelijk voornaamwoord
in het Frans

het gaat om :
het  geslacht van
het zelfstandig naamwoord
en of er van dat
zelfstandig naamwoord
er maar 1 is of meerdere zijn

de persoon

Slide 4 - Slide

Bezittelijk voornaamwoord
in het Nederlands:








Bezittelijk voornaamwoord
in het Frans



zijn
haar
mijn
jouw
onze
mnl
ev
vrl
ev
mnl
mv
vrl
mv

Slide 5 - Slide

Mijn
ma maison
(vr)
mon chien
(m)
mes livres
(m mv)
mes glaces
(vr mv)
enkelvoud
meervoud

Slide 6 - Slide

Jouw
ta maison
(vr)
ton chien
(m)
tes livres
(m mv)
tes glaces
(v mv)
enkelvoud
meervoud

Slide 7 - Slide

Zijn/Haar
sa maison
son chien
ses livres
ses glaces
enkelvoud
meervoud

Slide 8 - Slide

onze
notre
 
maison
notre chien
nos livres
nos glaces
enkelvoud
meervoud

Slide 9 - Slide

uw/jullie
votre maison
votre chien
vos livres
vos glaces
enkelvoud
meervoud

Slide 10 - Slide

hun
leur maison
leur chien
leurs livres
leurs glaces
enkelvoud
meervoud

Slide 11 - Slide

Voorbeelden zelfst. nw. mnl. enkelvoud
(de jongen of het meisje zegt) "ça c'est mon père"
het is zijn of haar vader: "C'est son père"
het is jouw vader: "C'est ton père"
het is onze vader: "C'est notre père"
het is uw/jullie vader: "C'est votre père"
het is hun vader: "C'est leur père"

Slide 12 - Slide

Voorbeelden zelfst. nw. vrouwelijk enkelvoud
(de jongen of het meisje zegt) "Ça c'est ma mère"
het is zijn of haar moeder:         "C'est sa mère"
het is jouw moeder:                      "C'est ta mère"
het is onze moeder:                      "C'est notre mère"
het is uw/jullie moeder:               "C'est votre mère"
het is hun moeder:                         "C'est leur mère"

Slide 13 - Slide

Voorbeelden zelfst. nw. mnl/vrl meervoud
"ce sont nos mères" - onze moeders
"ce sont nos pères" - onze vaders
"ce sont nos parents" - onze ouders
"ce sont vos mères" - uw/jullie moeders
"ce sont vos pères" - uw/jullie vaders
"ce sont vos parents" - uw/jullie ouders
"ce sont leurs mères" - hun moeders
"ce sont leurs pères" - hun vaders
"ce sont leurs parents" - hun ouders

Slide 14 - Slide

Schema

mijn
jouw
haar/zijn

ons/onze
uw/jullie
hun


mannelijk
mon
ton
son

notre
votre 
leur
vrouwelijk
ma
ta
sa

notre
votre
leur
meervoud
mes
tes
ses

nos
vos
leurs

Slide 15 - Slide

Let op klinkerbotsingen!
Mijn vriendin : 
 (a + a naast elkaar gaat niet voor de uitspraak!)


Het mannelijk bezittelijk voornaamwoord wordt in dit geval gebruikt om het beter te laten klinken
Ma appartement wordt mon appartement

Ma amie
Mon amie

Slide 16 - Slide

Schema

mijn
jouw
haar/zijn

ons/onze
uw/jullie
hun


mannelijk
mon
ton
son

notre
votre 
leur
vrouwelijk
ma
ta
sa

notre
votre
leur
meervoud
mes
tes
ses

nos
vos
leurs

Slide 17 - Slide

Vul het juiste bez. vnw. in:
Je suis dans ... (mijn) chambre. (v)
A
mon
B
ma
C
ta
D
sa

Slide 18 - Quiz

Schema

mijn
jouw
haar/zijn

ons/onze
uw/jullie
hun


mannelijk
mon
ton
son

notre
votre 
leur
vrouwelijk
ma
ta
sa

notre
votre
leur
meervoud
mes
tes
ses

nos
vos
leurs

Slide 19 - Slide

Vul het juiste bez. vnw. in:
Pierre et Marie sont ... (onze) parents.
A
ses
B
tes
C
nos
D
vos

Slide 20 - Quiz

Schema

mijn
jouw
haar/zijn

ons/onze
uw/jullie
hun


mannelijk
mon
ton
son

notre
votre 
leur
vrouwelijk
ma
ta
sa

notre
votre
leur
meervoud
mes
tes
ses

nos
vos
leurs

Slide 21 - Slide

Vul het juiste bez. vnw. in:
George est ... (haar) cousin.
A
son
B
sa
C
ta
D
ton

Slide 22 - Quiz

Schema

mijn
jouw
haar/zijn

ons/onze
uw/jullie
hun


mannelijk
mon
ton
son

notre
votre 
leur
vrouwelijk
ma
ta
sa

notre
votre
leur
meervoud
mes
tes
ses

nos
vos
leurs

Slide 23 - Slide

Vul het juiste bez. vnw. in:
7, Rue de la Gare est ... (zijn) adresse (v).
A
ta
B
ton
C
sa
D
son

Slide 24 - Quiz

Schema

mijn
jouw
haar/zijn

ons/onze
uw/jullie
hun


mannelijk
mon
ton
son

notre
votre 
leur
vrouwelijk
ma
ta
sa

notre
votre
leur
meervoud
mes
tes
ses

nos
vos
leurs

Slide 25 - Slide

Vul het juiste bez. vnw. in:
C'est ... (mijn) mère (v).
A
ma
B
mon
C
mes
D
ton

Slide 26 - Quiz

Schema

mijn
jouw
haar/zijn

ons/onze
uw/jullie
hun


mannelijk
mon
ton
son

notre
votre 
leur
vrouwelijk
ma
ta
sa

notre
votre
leur
meervoud
mes
tes
ses

nos
vos
leurs

Slide 27 - Slide

Vul het juiste bez. vnw. in:
J'ai connait ... (hun) adresse (v).
A
ta
B
leur
C
sa
D
son

Slide 28 - Quiz

Schema

mijn
jouw
haar/zijn

ons/onze
uw/jullie
hun


mannelijk
mon
ton
son

notre
votre 
leur
vrouwelijk
ma
ta
sa

notre
votre
leur
meervoud
mes
tes
ses

nos
vos
leurs

Slide 29 - Slide

Vul het juiste bez. vnw. in:
Voilà ... (mijn) amie (v).
A
mon
B
ma
C
sa
D
son

Slide 30 - Quiz

Schema

mijn
jouw
haar/zijn

ons/onze
uw/jullie
hun


mannelijk
mon
ton
son

notre
votre 
leur
vrouwelijk
ma
ta
sa

notre
votre
leur
meervoud
mes
tes
ses

nos
vos
leurs

Slide 31 - Slide

Au travail!

Faites les exercices 
sur le Portal - trede 9
Kopje:
La famille 
Vergeet niet notities en screenshots te maken.  

Bonne chance.  

Slide 32 - Slide