Ontwikkelingspsychologie: Puber en Adolescent

Ontwikkelingspsychologie

 Puber en Adolescent



Onderdeel Beroepsoriëntatie
1 / 20
next
Slide 1: Slide

This lesson contains 20 slides, with text slides and 1 video.

Items in this lesson

Ontwikkelingspsychologie

 Puber en Adolescent



Onderdeel Beroepsoriëntatie

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Programma 
1. AWR 
2. Energizer 
2. Terugblik
3. Lesdoelen
4. Theorie 
5. Aan de slag 
6. Check lesdoelen
7. Huiswerk & Afsluiting + vooruitblik

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Aanwezigheidsregistratie
Aanwezigheid zal door de docent geregistreerd worden. Aanwezigheid kan meerdere malen tijdens de les worden gedaan. Bij vroegtijdig verlaten van de les, zonder geldige reden, zal je op 'ongeoorloofd afwezig' staan. 

Ben je te laat? Geef dit dan door aan het einde van de les aan de docent. Dit is jouw verantwoordelijkheid. 

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Energizer

Slide 4 - Slide

In te vullen door de docent.
Terugblik vorige les
Wie weet het nog?

  • Welke rechten hebben kinderen volgens het Kinderrechtenverdrag van de Verenigde Naties?

  • Wat is conformisme?

  • Wat verstaan we onder Zelfbeeld? Hoe ontwikkeld zich deze in de basisschooltijd?

  • Wat is het verschil tussen pesten en plagen? Welke invloed heeft pesten op het zelfbeeld?

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Lesdoelen
Aan het einde van de les kun je:

  • de verschillen benoemen tussen puber en adolescent met behulp van de ontwikkelingsgebieden.​


  • uitleggen wat idealisme is en benoem je één of meer eigen idealen.​

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Theoretische gedeelte

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Verschil puber en adolescent
In het lokaal hangen twee ‘bordjes’: één met daarop ‘puber’ en één met daarop ‘adolescent’. 

Jullie krijgen straks steeds een kenmerk te horen. 

Je bedenkt of dit kenmerk hoort bij puber of bij adolescent.

Vervolgens ga je bij het juiste bordje staan.

Slide 8 - Slide

Kenmerken puber
1. Ze worden zelfstandiger,
2. ontwikkelen hun eigen identiteit,
3. gaan nadenken over wat zij belangrijk en interessant vinden,
4. in deze periode emotioneel reageren,
5. slecht kunnen plannen,
6. snel afgeleid zijn,
7. veel met zichzelf bezig zijn en
8. meer contact hebben met leeftijdsgenoten dan voorheen
9. Humeurig en moe
10. Lichamelijke ontwikkeling
11. Seksualiteit speelt een steeds grotere rol
12. Groepsdruk speelt een rol
13. Experimenteren meer, gevaren niet zien

Kenmerken adolescent
1. leert omgaan met regels, afspraken en conflicten
2. is vooral bezig met zelfstandig worden.
3. gericht om wederkerige en intieme relaties op te bouwen.
4. denken genuanceerd. Een adolescent laat het kritisch denken los en gaan genuanceerd denken. Dit betekent dat ze zaken minder eenzijdig bekijken.
5. de mensenkennis en het inlevingsvermogen nemen toe.
6. ontwikkelt eigen ideeën, standpunten en een eigen visie op het gebied van geloof, politiek, economie en milieu.
7. zijn vaak idealistisch: ze hebben ook nog een heel leven voor zich.
Veel voorkomende idealen zijn bijvoorbeeld; gelukkig gezinsleven starten, het krijgen en opvoeden van kinderen, verder leren en zich verder ontwikkelen, zo lang ze nog niet volwassen zijn, is vrijheid het grootste ideaal!
8. De beroepskeuze: werken of verder leren? Er zijn grote verstandelijke verschillen: de ene wil praktisch zijn en de andere wil nog graag veder leren en studeren want deze keus is van grote invloed op hun volwassen leven.
9. zowel ouder als vriendengroep belangrijk.
10. maken hun eigen identiteit veel duidelijker, ze maken keuzes voor de toekomst.
11. kiezen een beroep, studie, partner en hun vrienden. Ook kunnen de keuzes wat ze maken definitief zijn, maar vaak zijn ze voorlopig.
12. kun je verschillende stressfactoren tegen komen, bijvoorbeeld dat het werk wat je nu doet, niet bevalt. Dat je een intieme relatie hebt, dat niet goed verloopt. Contact met je ouders wat minder goed loopt, dit levert allemaal stress op.

Puber versus Adolescent
Jongere: puberteit en adolescentie​


Puberteit = 12 tot 16 jaar​

Adolescentie = 16 tot 21 jaar ​

Puber: kind —> volwassene, lichamelijke veranderingen, hormonen, gedrag​.

Adolescent: jongvolwassene, identiteit, belangrijke keuzes.
De adolescentie is de overgang tussen de jeugd en de volwassenheid.



Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Cognitieve ontwikkeling
Abstract en kritisch denken


Kritisch of abstract denken=
kunnen nadenken over zaken 
die je niet direct kunt waarnemen 
of zelf ervaart.

Slide 10 - Slide

Puber: De levensfase van twaalf tot zestien jaar noem je de pubertijd, dit is de periode waarin kinderen ook wel pubers worden genoemd. Kinderen komen in deze fase ook in de puberteit terecht (geschreven met een korte ei), wat staat voor alle biologische veranderingen die een kind doormaakt om uit te groeien tot een volwassene. Het ene kind is daar sneller in dan het andere. Sommige kinderen belanden op hun tiende al in de puberteit, bij anderen gebeurt dit op hun veertiende. Let steeds goed op het verschil: de pubertijd staat voor de periode van twaalf tot zestien jaar, de puberteit voor de periode waarin alle biologische veranderingen plaatsvinden.
Verbeterde denkwijze
Een puber kan abstract en hypothetisch denken. Daarnaast gaan de hersenen ook steeds beter functioneren, waardoor hun denkwijze verbetert. Ook gaan ze logischer te werk als ze een probleem voorgelegd krijgen. Ze bedenken dan strategieën voor mogelijke oplossingen. Deze strategieën gaan ze vervolgens systematisch uittesten. Een basisschoolkind zou zomaar van alles uitproberen en weet vervolgens niet meer hoe hij bij een oplossing is gekomen. Dat zal een puber niet snel meer overkomen.
Risico’s
Ook al verbetert de denkwijze van pubers, toch zijn er ook nog enkele cognitieve beperkingen die kenmerkend zijn voor de pubertijd. Pubers zien zichzelf bijvoorbeeld als het middelpunt van de wereld. Ze vinden het daarom lastig om het standpunt van anderen te begrijpen. Ook kritiek krijgen vinden ze moeilijk. Pubers zijn zo trots op wat ze ondertussen allemaal weten dat ze hun standpunten koppig blijven verdedigen. Ook al hebben ze ongelijk, want vaak bedenken ze nog veel te simpele oplossingen voor complexe vraagstukken. Pubers denken ook in extremen, ze ervaren problemen en de daarbij behorende gevoelens als extra heftig. Daarnaast vinden ze zichzelf speciaal en denken ze dat hun niks ernstigs kan overkomen. Deze houding leidt tot risicogedrag. Dit wordt ook veroorzaakt door hersenontwikkelingen die typisch zijn voor alle biologische ontwikkelingen die zich voordoen gedurende de puberteit. Het hersengebied dat gevoelig is voor spanning, risico’s en beloningen op korte termijn is hierdoor extra actief.
Groepsbelang
Een basisschoolkind gehoorzaamt om straf te voorkomen of om beloningen te ontvangen. Pubers houden in hun morele handelen rekening met andermans belangen. Ze nemen niet enkel beslissingen op basis van hun eigen belang, maar nemen nu ook het belang van de mensen met wie zij graag omgaan mee in hun overwegingen.

Adolescent: De puber ondergaat allerlei lichamelijke veranderingen. Als hij die heeft doorgemaakt, is hij in onze cultuur nog niet direct een ‘volwassene’. Nederlandse jongeren hebben tegenwoordig de vrijheid om op zoek te gaan naar wie ze zijn en te experimenteren voordat zij het verantwoordelijke, volwassen leven in stappen.
Metacognitie
Adolescenten krijgen steeds meer kennis van hun eigen denkproces. Ze kunnen nu goed nadenken over hun eigen cognitieve functioneren. Dit wordt ook wel metacognitie genoemd. Ze weten bijvoorbeeld hoe ze leerstof kunnen onthouden, waardoor ze zich beter kunnen voorbereiden op een schooltoets. Ook kunnen ze naarmate ze ouder worden steeds meer informatie opslaan in hun geheugen. Dit gaat ook steeds gemakkelijker. Op deze manier komen ze veel te weten over de wereld en beschikken ze over steeds meer kennis.
Maatschappelijke belangen
Een puber neemt het groepsbelang in overweging bij het nemen van morele beslissingen. Een adolescent zal verder kijken dan zijn eigen ‘groep’ en het belang van de gehele maatschappij meewegen. Op basis daarvan neemt hij morele beslissingen.
Zo zal een adolescent - als de ontwikkeling goed verloopt - bijvoorbeeld minder snel een bushokje slopen, omdat dit voor andere mensen, buiten de eigen groep, vervelend is. Een puber zou dit wel kunnen doen, omdat het plezier geeft binnen de eigen groep en hij niet verder kijkt dan dat.
Verdere individualisatie
Het individualisatieproces dat begon tijdens de pubertijd, zet door in de adolescentiefase. De derde fase is de zogeheten fase van naderbij komen. Deze duurt ongeveer van zestien tot achttien jaar. In deze fase keren adolescenten terug naar de basis. Ze voelen zich weer meer verbonden met de ouders, zullen hun keuzes weer respecteren en samen dingen ondernemen, zonder schaamte, zonder verzet. In de laatste fase, de fase van versteviging, heeft de adolescent een gevoel van eigen identiteit. Hij hoeft zich niet meer af te zetten om zich een uniek individu te voelen. Adolescenten van 18 tot 21 jaar verkeren in deze fase.

Slide 11 - Video

This item has no instructions

Cognitieve ontwikkeling
Ontwikkeling van de hersenen
Pubers​:                                                                                                Adolescenten:
  •  Brein sterk in ontwikkeling​                                                 - kunnen nadenken over eigen cognitief
  •  Biologische klok van slag 1,5 uur​                                        functioneren (metacognitie)
  •  Redeneren gaat goed​                                                          - Maatschappelijke belangen overwegen 
  •  Plannen en organiseren niet                                                in morele keuzes
  • gevolg van handelingen niet goed overzien              - houden rekening met groepsbelang
  •  Risicogedrag​ (meer risico's nemen)                             - verdere individualisering (relatie ouders)
  •  Nog geen goede impulsbeheersing​                             - verdere ontwikkeling eigen identiteit
  • Groepsbelang​







Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Idealisme
Zoek op wat idealisme betekent en noteer dat. 

Zoek vervolgens iemand en wissel jullie definitie van idealisme uit. 

Als het nodig is, vul je je eigen antwoord aan. ​


Ga terug naar je plek en noteer nu wat jouw idealen zijn. 

Zoek vervolgens iemand anders op en wissel weer uit.​
timer
20:00

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Fysieke ontwikkeling (lichamelijk)
Puber:                                                                                                       Adolescent:
- Lichaam krijgt volwassen vormen en mogelijkheden    - Seksuele ervaring op doen
- Interesse in seksualiteit                                                                - Seksuele voorkeuren ontdekken  
- Vruchtbaarheid                                                                                          

Slide 14 - Slide

Puber:
De puberteit staat voor alle veranderingen die het kind doormaakt om uit te groeien tot een volwassene. Gemiddeld komen kinderen tussen hun tiende en veertiende levensjaar in de puberteit. Jongens zijn over het algemeen iets later dan meisjes. De fysieke ontwikkeling gaat ineens heel hard; pubers schieten de hoogte in en ze krijgen een meer volwassen lichaam. Meisjes krijgen schaamhaar, borsten en vetweefsel, waardoor hun heupen en billen vrouwelijke vormen krijgen. Jongens gaan lager en zwaarder spreken, krijgen baardgroei en ook schaamhaar. De top van de puberteit wordt bereikt zodra een meisje voor het eerst ongesteld wordt en wanneer een jongen levend sperma gaat produceren. Vanaf dat moment zijn ze vruchtbaar.
Door alle lichamelijke veranderingen in de puberteit, ontstaat er tijdens deze periode ook interesse voor seksualiteit. Jongens zijn daar doorgaans iets eerder mee dan meisjes. Pubers kunnen dan gaan masturberen, ze stimuleren in dat geval de geslachtsdelen. Zodra er interesse is in seksualiteit, gaan pubers doorgaans hun aantrekkelijkheid vergroten. Bijvoorbeeld door zich anders te kleden, zich stoerder te gedragen of make-up te gebruiken.

Adolescent: De eerste seksuele ervaringen worden meestal opgedaan tijdens de adolescentiefase, al zijn sommige pubers ook al seksueel actief. Als adolescenten met elkaar vrijen, doorlopen ze bijna allemaal dezelfde stappen. Het eerste ‘seksuele’ contact begint met tongzoenen. Pas later wordt er gestreeld en gevoeld. Een volgende stap is vingeren en aftrekken. Uiteindelijk zal er geslachtsgemeenschap plaatsvinden. De meesten beleven hun ‘eerste keer’ rond hun zeventiende. De meeste adolescenten zijn heteroseksueel, ze voelen zich aangetrokken tot het andere geslacht. Er zijn ook adolescenten die er in deze fase achter komen dat ze door hetzelfde geslacht (homoseksualiteit) of tot beide geslachten (biseksualiteit) worden aangetrokken.
Emotionele ontwikkeling
Puber:      
Negatieve gevoelens, maar leren wel steeds beter omgaan met emoties                                                                                           

Adolescent:
Minder heftige emoties, wel angst en verdriet. Bijvoorbeeld liefdesverdriet.

Slide 15 - Slide

Pubers: Als kinderen in de puberteit komen, ervaren zij vaker negatieve gevoelens. Dat komt door hormonen, hersenontwikkelingen en alle snelle en ingrijpende veranderingen van het lichaam. Dit alles kan leiden tot emotionele instabiliteit, neerslachtigheid, angst en stemmingswisselingen. De meeste pubers ervaren hun gevoelens als intenser dan basisschoolkinderen en volwassenen. Ook laten ze hun emoties eerder de vrije loop. Natuurlijk voelen pubers zich niet iedere dag neerslachtig, maar ze verkeren wel in een onzekere periode vanwege alle lichamelijke veranderingen die zich voordoen. Ze vragen zich af of ze wel ‘normaal’ zijn en voelen zich ongemakkelijk. Toch leren pubers veel van hun eigen emoties. Ze worden zich er steeds meer bewust van en gaan er op den duur beter mee om.

Adolescent: Adolescenten leren zichzelf steeds iets beter kennen. De heftige emoties die zich tijdens de pubertijd voordeden, nemen af. Ook begrijpen ze beter waar hun emoties vandaan komen. Uiteraard worden er wel emoties ervaren, veelvoorkomende emoties tijdens de adolescentiefase zijn angst en verdriet. Adolescenten zijn bang om afgewezen te worden of om negatieve reacties van leeftijdsgenoten te krijgen. Verdriet komt vooral voor omdat relaties beëindigd worden of wanneer liefde onbeantwoord blijft; liefdesverdriet dus.

Sociale ontwikkeling
Puber:                                                                                                  
Wederkerige vriendschappen, beïnvloedbaar door leeftijdsgenoten, verkering.

Adolescent:
Onderdeel van vriendengroep, kan positieve maar ook negatieve uitwerking hebben.

Slide 16 - Slide

Puber:
Vrienden gaan een steeds belangrijkere rol spelen in het leven van pubers. Ze laten zich door vrienden beïnvloeden. Ouders gaan dan ook merken dat ze minder invloed krijgen. Toch blijft het gezin een belangrijke basis om op terug te vallen. De eerste echte verliefdheden horen ook bij de pubertijd. Onder oudere basisschoolkinderen loopt de spanning tussen jongens en meisjes al flink op en de eerste verkeringen komen op.

Wederkerigheid
Vanaf een jaar of twaalf ontstaan er meer volwassen ideeën en verwachtingen als het gaat om vriendschappen. Pubers die bevriend zijn met elkaar zijn erg loyaal. Ze staan voor elkaar klaar, nemen het voor elkaar op en laten de ander niet zomaar vallen. Er is wederzijds begrip en wederkerigheid binnen zo'n vriendschap. Ze geven en nemen.

Adolescent: Tijdens de adolescentiefase zie je steeds meer vriendengroepen ontstaan. Onderlinge relaties binnen een vriendengroep zijn gebaseerd op gelijkheid, wederkerigheid en samenwerking. Voor veel adolescenten is het belangrijk om bij een groep te horen. Dat kan een positieve, maar ook een negatieve uitwerking hebben. Binnen een vriendengroep leren adolescenten hun sociale vaardigheden en inlevingsvermogen verder te ontwikkelen. Ze kunnen bovendien zichzelf zijn en geheimen of problemen met elkaar delen en van elkaar leren waar ze goed in zijn. Binnen een groep voelen ze zich geaccepteerd. Maar een adolescent kan zich ook laten overtuigen om bijvoorbeeld iets te vernielen, of veel alcohol te drinken, om maar bij een bepaalde vriendengroep te horen.
Persoonlijke ontwikkeling
Puber:                                                                                                  
Individualisatieproces: verschillen met ouders benadrukken, daarna afzetten tegen ouders

Adolescent:
Dichter bij ouders komen, zich niet meer hoeven afzetten, ontwikkelen eigen identiteit

Slide 17 - Slide

Pubers ervaren een opleving in hun behoefte aan autonomie. Ze willen steeds meer zelf bepalen wat ze doen, wanneer en hoe ze dat doen. Pubers komen dan ook los van hun ouders. Dat gebeurt in vier fasen, het individualisatieproces genoemd. De eerste twee fasen doen zich voor tijdens de pubertijd. De eerste fase is de differentiatiefase. Pubers van ongeveer twaalf tot veertien jaar bevinden zich in deze fase. In de differentiatiefase wordt het verschil tussen de ouders en de puber benadrukt. Pubers zijn het niet langer eens met de standpunten van hun ouders en schamen zich bijvoorbeeld voor hen. De tweede fase is de uitvoeringsfase. Pubers van veertien tot zestien jaar bevinden zich daarin. In deze fase gaan pubers experimenteren, worden leeftijdsgenoten belangrijker dan de ouders en zetten ze zich af tegen de ouders. Hierdoor ontstaan spanningen en conflicten.

Adolescent
Een eigen identiteit ontwikkelen is overigens niet zomaar even gedaan. Gedurende de pubertijd, maar vooral tijdens de adolescentiefase, staat het vormen van een eigen identiteit centraal. Adolescenten willen weten wie ze precies zijn, wat hen uniek maakt en wat ze belangrijk vinden in het leven. Daarvoor gaan ze op onderzoek uit, ze gaan experimenteren en uitzoeken wat bij hen past. Door al dit experimenteren komen ze erachter welke keuzes ze willen maken en zullen ze verbintenissen aangaan. Dit doen ze op verschillende levensgebieden, zoals school, werk, relaties, seksualiteit, vriendschappen, politieke voorkeuren.

Bij een geslaagde identiteitsontwikkeling heeft een adolescent dus eerst geëxperimenteerd en is hij daarna verbintenissen aangegaan. Soms loopt dit anders. Een adolescent wordt door ouders bijvoorbeeld min of meer gedwongen om een bepaalde studiekeuze te maken. Hij heeft dan niet zelf kunnen experimenteren, maar moest gelijk verbintenissen aangaan. Er zijn ook adolescenten die geen behoefte hebben om te experimenteren, maar ook geen verbintenissen aangaan. Ten slotte kan het ook voorkomen dat adolescenten verbintenissen voor zich uit schuiven en maar blijven experimenteren. Dit alles kan op jongvolwassen leeftijd problemen geven, omdat ze alsnog op zoek gaan naar een eigen identiteit.
Check lesdoelen
Maak in de komende 10 minuten een mindmap van jouw ontwikkelingsfase!

Ben je puber: 12 tot 16 jaar - maak een mindmap met de belangrijkste ontwikkelingen in deze fase! Zie Boom - Mensen - 1.7.

Of Ben je adolescent: 16 tot 21 jaar - maak een mindmap met de belangrijkste ontwikkelingen in deze fase! Zie Boom - Mensen - 1.8.

Wie weet er de meeste ontwikkelingen op te noemen??
timer
10:00

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Huiswerk & Afsluiting (+vooruitblik)
In de les:
Kijk met elkaar het filmpje bij de onderstaande opdracht en maak daarna de opdracht.
Maken: Boom - Mensen - Opdracht 9: Drastische veranderingen - in groepjes van 4

Huiswerk:
Lezen: Boom - Mensen - 1.7 Puber en 1.8 Adolescent

Volgende les: Jong & Midden volwassene

Slide 19 - Slide

This item has no instructions


Bedankt voor jullie aandacht!  

Nog vragen? 

Slide 20 - Slide

This item has no instructions