P1+P2

1 / 13
next
Slide 1: Slide
MaatschappijleerMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

This lesson contains 13 slides, with text slides.

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Paragraaf 2: Basisconcepten en sleutelvragen

Slide 2 - Slide

Leerdoelen:
aan het einde van deze les weet/kun je...
  • wat waarden en normen zijn
  • wat sociale verplichting is
  • wat sociale controle is
  • wat belangen zijn
  • het verschil tussen macht en gezag
  • wat machtsmiddelen zijn
  • wat sociale ongelijkheid is en wat de drie terreinen zijn
  • wat sociale cohesie is

Slide 3 - Slide

Kernbegrippen

(belangrijke begrippen die regelmatig terugkomen)
- waarden en normen
- belangen 
- macht

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

Normen

opvattingen/regels over hoe je je op grond van waarden hoort te gedragen, normen horen altijd bij een waarde!
Waarden

uitgangspunt of principe dat mensen belangrijk vinden in hun leven

Slide 6 - Slide

Voorbeeld waarden - normen
Gezondheid: “ik sport drie keer per week om fit te blijven”
Status: “ik vind het belangrijk om veel te verdienen”
Vrijheid: “iedereen moet vrij zijn om te geloven wat hij wil”
Familie: “je zorgt voor je ouders als ze dat niet meer kunnen”
Discipline: “ik zorg dat ik altijd mijn huiswerk heb gemaakt”

Slide 7 - Slide

Normen
Formele norm > regel die (wettelijk) is vastgesteld
Informele norm > ongeschreven regel (fatsoensnormen)

Slide 8 - Slide

Belangen
Het voordeel dat iemand ergens bij heeft 

Bijvoorbeeld: schone lucht, een goed salaris, godsdienstvrijheid, een veilige leefomgeving.

Slide 9 - Slide

Macht
Het vermogen om het gedrag of het denken van anderen te beïnvloeden.
Formele macht: vastgesteld in wetten of regels.
Informele macht: niet vastgesteld in regels.

Machtsmiddelen: middelen waarmee je het gedrag van anderen kunt beïnvloeden
geweld, functie/beroep, kennis, overtuigingskracht, geweld, aantal, geld

Slide 10 - Slide

Sociale ongelijkheid
In vergelijking met 100 jaar geleden is de sociale ongelijkheid afgenomen, de ongelijke verdeling van maatschappelijke kansen, inkomen, -kennis- en (politieke) macht.


Slide 11 - Slide

Hoe sterk mensen zich verbonden voelen met elkaar

Slide 12 - Slide

Huiswerk
Opdrachten in Google Classroom, paragraaf 1 + 2

Slide 13 - Slide