4 K3 Woordenschat: woorden met meerdere betekenissen
GIDS NEDERLANDS
INFORMATIE VOOR LESSEN NEDERLANDS
1 / 46
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3
This lesson contains 46 slides, with interactive quizzes and text slides.
Lesson duration is: 20 min
Report this lesson
Items in this lesson
GIDS NEDERLANDS
INFORMATIE VOOR LESSEN NEDERLANDS
Slide 1 - Slide
DOEL
- je kunt woorden met meerdere betekenissen herkennen en begrijpen
- je kunt de juiste betekenis van een woord met meerdere betekenissen opzoeken in een woordenboek.
Woorden met meerdere betekenissen
Slide 2 - Slide
Bekijk de fragment uit het
Van Dale-woordenboek
Slide 3 - Slide
Wat betekent: Hopelijk kun je het passen, want ik heb geen wisselgeld.
_______
A
zo voegen of schikken als je dat wenst
B
nauwkeurig acht slaan
C
op zijn plaats zijn = betamen, voegen
D
het geld precies afpassen; niet te veel en niet te weinig
Slide 4 - Quiz
Wat betekent: 'Moet ik alweer stofzuigen? Daar pas ik voor!', zei Silke boos.
____
A
op de juiste maat afmeten
B
zo voegen of schikken als je dat wenst: iets niet willen doen
C
zo voegen of schikken als je dat wenst: je beurt voorbij laten gaan
D
niet buiten het kader vallen
Slide 5 - Quiz
Wat betekent: Het is jouw beurt, ik laat mijn beurt voorbij gaan, dus ik pas.
____
A
op de juiste maat afmeten
B
zo voegen of schikken als je dat wenst: iets niet willen doen
C
zo voegen of schikken als je dat wenst: je beurt voorbij laten gaan
D
niet buiten het kader vallen
Slide 6 - Quiz
Wat betekent: 'Johan, pass de bal naar Willen', riep de coach vanaf de zijlijn.
_____
A
op de juiste maat afmeten
B
de vereiste maat hebben
C
niet buiten het kader vallen
D
een bal spelen naar een teamgenoot
Slide 7 - Quiz
Woorden met meerdere betekenissen
Sommige woorden hebben meerdere betekenissen.
Daardoor kun je in de war raken.
Lees de tekst goed, want vaak kun je aan de rest van de tekst zien welke betekenis wordt bedoeld.
Slide 8 - Slide
Voorbeeld:
woord met meerdere betekenissen
De juryleden prijzende winnaar:
'Hij heeft uitstekend gezongen en zijn optreden was leuk om naar te kijken.'
<p>Prijzen is hier niet het meervoud van prijs (hoeveel iets kost of iets wat je kunt winnen).</p><p>Prijzen is hier een werkwoord dat betekent: zeggen dat iets of iemand heel goed is (loven, roemen).</p>
Slide 9 - Slide
Woorden met meerdere betekenissen...
...noem je homoniemen.
Bijvoorbeeld:
Arm = lichaamsdeel / weinig geld hebben
Slide 10 - Slide
Woordenboek gebruiken
Kijk goed welke betekenis in de zin past.
Op de eerste dag van mijn stage moest ik me voorstellen aan de afdelingsleider.
Het woordenboek zegt:
<p><span><span>In deze zin betekenis 1 </span></span></p><p><span><span>inleiden</span><span> in een gezelschap</span><span>; </span><span>= </span><span>introduceren</span><span>: </span><span>zich</span><span> voorstellen</span></span></p>
Slide 11 - Slide
Wat betekent het onderstreepte woord in de zin: De mentor bevestigde dat we morgen het laatste uur vrij hebben.
__________
A
leunen, rusten
B
helpen
C
zei dat het klopte
D
maakte vast
Slide 12 - Quiz
Wat betekent het onderstreepte woord in de zin: De conciërge bevestigde het nieuwe prikbord aan de muur.
__________
A
leunen, rusten
B
helpen
C
zei dat het klopte
D
maakte vast
Slide 13 - Quiz
Wat betekent het onderstreepte woord in de zin: Weet jij wat de functie van dat apparaatje is?
______
A
taak, beroep
B
helpen
C
waarvoor iets wordt gebruikt
D
veranderen om iets beter te maken
Slide 14 - Quiz
Wat betekent het onderstreepte woord in de zin: Na vijftien jaar kiest Albert voor een nieuwe functie bij een ander bedrijf.
_______
A
taak, beroep
B
helpen
C
waarvoor iets wordt gebruikt
D
veranderen om iets beter te maken
Slide 15 - Quiz
Wat betekent het onderstreepte woord in de zin: Ik heb zaterdagmiddag minstens zeven broeken gepast.
_______
A
precies afmeten
B
aandoen om te zien of het past of staat
C
aangegeven
D
veranderen om iets beter te maken
Slide 16 - Quiz
Wat betekent het onderstreepte woord in de zin: Heb jij onze presentatie al aangepast?
____________
A
precies afmeten
B
aandoen om te zien of het past of staat
C
aangegeven
D
veranderen om iets beter te maken
Slide 17 - Quiz
Wat betekent het onderstreepte woord in de zin: Het geeft je een prettig gevoel als je andere mensen kunt steunen.
_______
A
leunen, rusten
B
helpen
C
vertrouwen op
D
waarvoor iets wordt gebruikt
Slide 18 - Quiz
Wat betekent het onderstreepte woord in de zin: Deze volle boekenplanken steunen op twee dragers.
________
A
leunen, rusten
B
helpen
C
vertrouwen op
D
waarvoor iets wordt gebruikt
Slide 19 - Quiz
Welk woord past in de zin? Ik heb geen ... hoe ik dat probleem moet oplossen.
A
vreemde
B
idee
C
komende
D
enorm
Slide 20 - Quiz
Welk woord past in de zin? Het raadsel rond de verdwijning van de wisselbeker blijft een ... zaak.
A
vreemde
B
historische
C
komende
D
enorm
Slide 21 - Quiz
Welk woord past in de zin? Weet jij of wij de ... week wiskunde hebben?
A
behoefte
B
historische
C
komende
D
enorm
Slide 22 - Quiz
Welk woord past in de zin? Sarah kijkt graag naar ... films.
A
behoefte
B
historische
C
bevestigen
D
enorm
Slide 23 - Quiz
Welk woord past in de zin? Het aantal files in ons land is ... afgenomen.
A
behoefte
B
mysterieus
C
bevestigen
D
enorm
Slide 24 - Quiz
Noteer de juiste vorm van het woord stichten: De ______ AAP vangt verwaarloosde apen op.
Slide 25 - Open question
Noteer de juiste vorm van het woord mysterieus: Het ontstaan van graancirkels in de polder blijft een _____ .
Slide 26 - Open question
Noteer de juiste vorm van het woord omspringen: Mijn jongste zusje ____ onvoorzichtig met haar wachtwoorden ___ .
Slide 27 - Open question
Noteer de juiste vorm van het woord historisch: Dat is een prachtig boek over de ____ van Harderwijk.
Slide 28 - Open question
Noteer de juiste vorm van het woord aantreffen: Mijn buurman _____ gisteren in zijn woning twee inbrekers ____ .
Slide 29 - Open question
OPDRACHT
In de volgende slides lees je steeds twee woorden .
Ze horen bij een ander woord. Dit woord is een synoniem, ofwel een woord met meerdere betekenissen.
Bijvoorbeeld: Welk woord past hierbij?
lichaamsdeel - berooid
Antwoord: arm
Slide 30 - Slide
Welk woord past hier bij?
zitmeubel - geldinstelling
Slide 31 - Open question
Welk woord past hier bij?
koning - vrieskou
Slide 32 - Open question
Welk woord past hier bij?
metaal - iemand die iets koopt
Slide 33 - Open question
Welk woord past hier bij?
hoofdsteun - zoenen
Slide 34 - Open question
Welk woord past hier bij?
een examen niet halen - vallen, dalen
Slide 35 - Open question
Welk woord past hier bij?
adellijke personen - spitten
Slide 36 - Open question
Welk woord past hier bij?
beker - hoofd
Slide 37 - Open question
Welk woord past hier bij?
keer - eten
Slide 38 - Open question
Welk woord past hier bij?
kledingstuk - dier
Slide 39 - Open question
Welk woord past hier bij?
einde - burcht/kasteel
Slide 40 - Open question
Welk woord past hier bij?
zojuist - keurig
Slide 41 - Open question
Welk woord past hier bij?
lamp - niet zwaar
Slide 42 - Open question
GELEERD?
- je kunt woorden met meerdere betekenissen herkennen en begrijpen
- je kunt de juiste betekenis van een woord met meerdere betekenissen opzoeken in een woordenboek.
Woorden met meerdere betekenissen
Slide 43 - Slide
Schrijf één ding op wat je deze les hebt geleerd en niet meer vergeet.
Slide 44 - Open question
Stel één vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.