zeker weten?

zeker weten?

1 / 16
next
Slide 1: Slide
New lesson editorGodsdienstSecundair onderwijsBeroepssecundair onderwijsLeerjaar 6

This lesson contains 16 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Items in this lesson

zeker weten?

Wetenschap onder druk


Tijdens de coronacrisis keek bijna iedereen naar wetenschappers voor antwoorden. Hoe gevaarlijk was het virus? Hoe verspreidde het zich? Hielpen mondmaskers? Wanneer zou er een vaccin zijn? En wanneer konden we opnieuw normaal leven?

Over sommige zaken konden wetenschappers vrij snel betrouwbare informatie geven. Het aantal ziekenhuisopnames en overlijdens kon bijvoorbeeld worden geteld. Ook over virussen en besmettingen bestond al veel wetenschappelijke kennis.

Maar er ontstonden ook nieuwe vragen waarop nog geen duidelijk antwoord bestond. Onderzoekers moesten soms uitspraken doen terwijl het onderzoek nog volop bezig was. Toch moesten overheden beslissingen nemen en wilden mensen weten wat ze moesten doen.

Daardoor botsten twee zaken met elkaar: wetenschap heeft tijd nodig om betrouwbare kennis op te bouwen, terwijl mensen in een crisis juist snel duidelijke antwoorden willen.

Wat is volgens deze tekst het belangrijkste probleem tijdens een crisis?

A

Wetenschappers beschikken nooit over betrouwbare kennis

B

Mensen hebben snelle antwoorden nodig terwijl onderzoek nog bezig kan zijn.

C

Wetenschappers weigeren duidelijke antwoorden te geven.

Niet elke vraag heeft meteen een antwoord


Tijdens de eerste maanden van corona waren sommige gegevens behoorlijk duidelijk. Ziekenhuizen konden bijvoorbeeld registreren hoeveel mensen werden opgenomen. Onderzoekers konden het virus bestuderen en steeds meer leren over de manier waarop het zich verspreidde.

Andere vragen waren veel moeilijker. Over het gebruik van mondmaskers voor het brede publiek bestond aanvankelijk bijvoorbeeld nog onvoldoende onderzoek om heel precieze uitspraken te doen.

Maar mensen konden niet gewoon wachten tot alle onderzoeken afgerond waren. Ze moesten weten of ze een mondmasker moesten dragen, of scholen open konden blijven en welke contacten veilig waren.

Wetenschappers kregen daardoor soms de opdracht om een antwoord te geven terwijl hun eerlijkste antwoord eigenlijk was:

“Op basis van wat we nu weten, denken we dit. Maar verder onderzoek is nodig.”

Dat is minder geruststellend dan een eenvoudig ja of nee.

Wat voor soort uitspraak is dit? Het aantal ziekenhuisopnames kan geteld worden.

A

Dit weten we al behoorlijk goed.

B

Dit is nog een open wetenschappelijke vraag.

C

Hier willen mensen vooral een duidelijk antwoord of zekerheid.

Wat voor soort uitspraak is dit? Hoe groot is het exacte effect van een nieuwe maatregel?

A

Dit weten we al behoorlijk goed.

B

Dit is nog een open wetenschappelijke vraag.

C

Hier willen mensen vooral een duidelijk antwoord of zekerheid.

Wat voor soort uitspraak is dit? Moet ik een mondmasker dragen?

A

Dit weten we al behoorlijk goed.

B

Dit is nog een open wetenschappelijke vraag.

C

Hier willen mensen vooral een duidelijk antwoord of zekerheid.

Wat voor soort uitspraak is dit? Wanneer kunnen we opnieuw normaal leven?

A

Dit weten we al behoorlijk goed.

B

Dit is nog een open wetenschappelijke vraag.

C

Hier willen mensen vooral een duidelijk antwoord of zekerheid.

Hoe wordt wetenschap betrouwbaar?

Een wetenschappelijk onderzoek eindigt niet zodra één onderzoeker een resultaat vindt. Andere wetenschappers moeten kunnen bekijken hoe het onderzoek werd uitgevoerd en of de conclusie past bij de gegevens.

Voor een onderzoek in een wetenschappelijk tijdschrift verschijnt, wordt het vaak nagekeken door andere deskundigen. Dat noemen we peer review.

Daarna kunnen andere onderzoekers dezelfde of een gelijkaardige vraag opnieuw onderzoeken. Soms bevestigen zij het eerste resultaat. Soms vinden zij een fout, ontdekken zij een uitzondering of stellen zij een andere verklaring voor.

Wanneer veel verschillende onderzoeken na verloop van tijd ongeveer in dezelfde richting wijzen, kan er wetenschappelijke consensus ontstaan.

Ook dan staat kennis niet voor altijd vast. Nieuwe gegevens kunnen ervoor zorgen dat een bestaand inzicht wordt aangepast. Dat noemen we voortschrijdend inzicht.

Hoe groeit wetenschappelijke kennis?

Onderzoek wordt uitgevoerd

Resultaten worden beschreven

Andere deskundigen controleren het onderzoek — peer review

Het onderzoek wordt gepubliceerd

Andere onderzoekers onderzoeken dezelfde of verwante vragen

Resultaten worden bevestigd, genuanceerd of tegengesproken

Geleidelijk kan consensus ontstaan

Waar in dit wetenschappelijke proces ontstaat absolute zekerheid?

A

Na peer review

B

Wanneer het onderzoek gepubliceerd is

C

Wanneer er wetenschappelijke consensus ontstaat

D

niet

Hoe zeker is een voorspelling?

Wetenschappers gebruiken vaak modellen. Een model is een vereenvoudigde voorstelling van de werkelijkheid waarmee onderzoekers proberen te begrijpen wat er gebeurt of wat waarschijnlijk zal gebeuren.

Een weersvoorspelling is een herkenbaar voorbeeld. Stel dat het weerbericht zegt dat er morgen 70% kans op regen is.

Dat betekent niet dat het zeker zal regenen. Het betekent dat regen volgens de beschikbare gegevens waarschijnlijker is dan droog weer. Er blijft dus ook een mogelijkheid dat het niet regent.

Toch zeggen mensen na een droge dag soms: “De voorspelling was fout.”

We maken van een kans blijkbaar gemakkelijk een zekerheid. Dat gebeurde ook tijdens corona. Wetenschappelijke voorspellingen werden soms behandeld alsof ze beloften waren over wat precies zou gebeuren.

Maar een wetenschappelijk model geeft geen garantie. Het probeert op basis van de beschikbare gegevens de werkelijkheid zo goed mogelijk in te schatten.

Er wordt 70% kans op regen voorspeld. Het blijft droog. Was de voorspelling fout?

1

ja

2

nee

Wat betekent “70% kans op regen” het best?

A

Het zal bijna zeker regenen.

B

Regen is waarschijnlijker dan droog weer, maar beide zijn mogelijk.

C

De weerman weet het eigenlijk niet.

D

Het zal 70% van de dag regenen.

Waarom willen we zo graag zekerheid?

Onzekerheid is niet alleen moeilijk voor wetenschappers. Ook mensen hebben het vaak moeilijk met een antwoord als:

“We weten het nog niet.”

Wanneer we weten wat ons te wachten staat, hebben we sneller het gevoel dat we controle hebben. In onzekere situaties zoeken mensen daarom naar duidelijke informatie en betrouwbare deskundigen.

Maar betrouwbare kennis neemt niet alle onzekerheid weg.

Een arts kan bijvoorbeeld uitleggen welke behandeling de grootste kans op succes heeft, zonder te kunnen beloven wat er bij één patiënt precies zal gebeuren.

Daar ontstaat een andere vraag: hoe gaan mensen om met situaties waarin niemand volledige zekerheid kan geven?

Misschien zoeken mensen dan niet alleen naar meer informatie, maar ook naar houvast.

Waarom vinden mensen “we weten het nog niet” volgens jou zo moeilijk?

A

Omdat we graag controle hebben.

B

Omdat onzekerheid angst kan veroorzaken.

C

Omdat we willen weten wat we moeten doen.

D

Omdat we van deskundigen verwachten dat zij het antwoord kennen.