Biotoopstudie_Nisrine

Thema 01 - BIOTOOPSTUDIE

1 / 96
next
Slide 1: Slide
New lesson editorNatuurwetenschappenSecundair onderwijsA-stroomLeerjaar 1

This lesson contains 96 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 100 min
Report this lesson

Items in this lesson

Thema 01 - BIOTOOPSTUDIE

Biotoop

= Een leefgebied waarin bepaalde organismen voorkomen. 

Organismen

= Levende wezens




   Dieren                Planten                  Bacteriën               Schimmels

(A)biotische factoren

Biotisch:  Van biologische afsprong (levende natuur)

Abiotisch: Van de niet levende natuur

Levensgemeenschap

  • Alle organismen in een biotoop

  • Hebben elkaar nodig!

Voedsel, bescherming, voortplanting

Wat is een biotoop?

A

Alle levende factoren

B

Alle niet-levende factoren

C

Een plaats waar levende wezens leven.

D

De verscheidenheid aan levende organismen.

Sleepvraag

WEGBERM

WEIDE

BOS

DUINEN

Wat zijn biotische factoren?

A

Alle levende factoren

B

Alle niet-levende factoren

C

Een plaats waar planten en dieren samenleven

D

De verscheidenheid aan levende organismen.

Wat zijn abiotische factoren?

A

Alle levende factoren

B

Alle niet-levende factoren

C

Een plaats waar planten en dieren samenleven

D

De verscheidenheid aan levende organismen.

Bekijk het biotoop. 

Geef 2 voorbeelden van biotische factoren. 

Bekijk het biotoop. 

Geef 2 voorbeelden van 

biotische factoren. 

Bekijk het biotoop. 

Geef 2 voorbeelden van abiotische factoren. 

Bekijk het biotoop. 

Geef 2 voorbeelden van 

abiotische factoren. 

Wat is een levensgemeenschap?

A

Een konijn in het bos.

B

Alle organismen in een biotoop.

C

De levenloze natuur in een biotoop.

D

Mensen in een biotoop.

Bekijk het landschap. Geef 2 voorbeelden van 

menselijke landschapselementen. 

Geef 2 voorbeelden van 

menselijke landschaps-

elementen.

Op deze foto 

zie ik vooral ...

A

menselijke landschapselementen

B

natuurlijke landschapselementen

C

Geen van beide

D

Zowel menselijke als natuurlijke elementen

Drag and Drop

Dier in zijn biotoop

Sleep de juiste dieren

naar de juiste biotopen

Deel 2

Waar denk je aan bij de woorden: "Survival of the fittest"?


Aanpassingen aan ABIOTISCHE factoren

Aanpassingen

A) Invloed van licht en schaduw



Aanpassingen

A) Invloed van licht en schaduw

groeien naar het licht.

bladeren niet even groot.


Aanpassingen

A) Invloed van licht en schaduw

groeien naar het licht.

bladeren niet even groot.

B) Aan droogte / vochtigheidsgraad (bij planten)



Aanpassingen

A) Invloed van licht en schaduw

groeien naar het licht.

bladeren niet even groot.

B) Aan droogte / vochtigheidsgraad (bij planten) 

Klein bladoppervlak

Waslaag 

Diepe/grote wortels

 

Aanpassingen

B) Aan droogte / vochtigheidsgraad 

Bij reptielen 

Schilden en schubben van hoornstof 

Bij amfibieën

Slijmlaagje op de huid

zomerslaap

 


Aanpassingen aan BIOTISCHE factoren

OPDRACHT

Zet de foto's in de juiste kolom. 

  • Plaats de vrouwelijke dieren LINKS

  • Plaats de mannelijke dieren RECHTS 


VROUWELIJK

MANNELIJK

Biotische aanpassingen

 Kleur

Mannetjes: Zeer veel kleur

Vrouwtjes: Weinig kleur

Biotische aanpassingen

Kleur

  1. Paringskleuren zijn er om vrouwtjes voor zich te winnen. 

Pagina 45 

Pagina 45 

Biotische aanpassingen

Kleur

  1. Paringskleuren om vrouwtjes voor zich te winnen. 

  2. Signaal - of waarschuwingskleuren: Felle kleuren om vijanden te verjagen. 

Pagina 46

Pagina 46

Biotische aanpassingen

Kleur

  1. Paringskleuren om vrouwtjes voor zich te winnen. 

  2. Signaal - of waarschuwingskleuren: Felle kleuren om vijanden te verjagen. 

  3. Camouflage- of schutkleuren: Kleuren die overeenkomen met de achtergrond. Zo vallen de dieren minder op. 

Survival of the fittest(?)


Survival of the fittest

= Alleen het best aangepaste nageslacht zal overleven en zich voortplanten.

Waarom passen organismen zich aan? 


= Om te overleven en zich voort te planten! 


HOOFDSTUK 2 


Leerdoelen

Je kan al 

  • Invloeden van (a)biotische factoren.

  • Het belang van aanpassingen aan (a)biotische factoren.

Je leert nu 

  • Voedselrelaties 

Levensgemeenschap

Wat is een levensgemeenschap? 

Levensgemeenschap

  • Alle organismen in een biotoop

  • Hebben elkaar nodig!

Bescherming, voortplanting

Relaties

  • Wanneer organismen afhankelijk* zijn van elkaar 

  • Wanneer organismen elkaar beïnvloeden 

= Relaties tussen organismen



*afhankelijk = elkaar nodig hebben 

Voedselrelaties

= Relaties tussen organismen waarbij de ene soort als voedsel dient voor de andere soort. 

Voedselketen

Modellen of schematische voorstellingen

= De voedselrelaties laten zien a.d.h.v. pijlen 


                   = 'wordt opgegeten door' 

SLA                      SLAK                   MEREL                       KAT

Maak een voedselketen





Maak een voedselketen





Voedselweb

= Verschillende voedselketens staan met elkaar in verbinding. 

Voedselkringloop

= Een gesloten voedselketen. 

Sleep de juiste benaming naar elke voedselrelatie. Een begrip blijft over. 

VOEDSELKETEN

VOEDSELWEB

VOEDSELKRINGLOOP

Wat betekent de pijl in een voedselketen?

A

Eet op

B

Wordt gegeten door

C

Eet niets

D

Maakt zelf zijn eten

Wat zijn producenten?

A

Organismen die zelf hun voedsel kunnen maken.

B

Organismen die zich met andere organismen voeden.

C

Dieren die dood afval afbreken.

D

Bacteriën / schimmels die mineralen maken.

Wat zijn reducenten?

A

Organismen die zelf hun voedsel kunnen maken.

B

Organismen die zich met andere organismen voeden.

C

Dieren die dood afval afbreken.

D

Bacteriën / schimmels die mineralen maken.

Wat zijn consumenten?

A

Organismen die zelf hun voedsel kunnen maken.

B

Organismen die zich met andere organismen voeden.

C

Dieren die dood afval afbreken.

D

Bacteriën / schimmels die mineralen maken.

Wat zijn opruimers?

A

Planten die zelf hun voedsel kunnen maken.

B

Dieren die dood afval afbreken.

C

Dieren die op zoek gaan naar voedsel.

D

Bacteriën / schimmels die mineralen maken.

Producenten

Planten: 

Fotosynthese --> energierijk voedsel 

Water en mineralen uit de grond

Een schaap

A

Herbivoor

B

Carnivoor

C

Anders

D

Omnivoor

Een leeuw

A

Herbivoor

B

Carnivoor

C

Anders

D

Omnivoor

Een varken

A

Herbivoor

B

Carnivoor

C

Anders

D

Omnivoor

Een mens

A

Herbivoor

B

Carnivoor

C

Anders

D

Omnivoor

Een vlieg

A

Herbivoor

B

Carnivoor

C

Anders

D

Omnivoor

Wie staat er aan de BASIS van een voedselpiramide?

A

Een producent

B

Een consument

C

Een opruimer

D

Een reducent

BIODIVERSITEIT


Leerdoelen

Je kan al 

  • (a)biotische factoren en hun invloed

  • voedselrelaties

Je leert nu 

  • Biodiversiteit 

Je leert:

  1. Waarom is biodiversiteit belangrijk voor de mens?

  2.  Welke negatieve invloed heeft de mens op de biodiversiteit?

  3. Welke positieve invloed heeft de mens op de biodiversiteit?

Biodiversiteit

  • De verschillende soorten op aarde houden de natuur in balans.


  • Samen vormen ze een levende en productieve natuur.


  • Dit noemen we BIODIVERSITEIT.


  • Bios= leven

  • Diversiteit = afwisseling, verschil, verscheidenheid

Biodiversiteit op 3 niveaus

Een ecosysteem of oecosysteem is een natuurlijk systeem dat bestaat uit alle organismen die in een bepaald gebied voorkomen, samen met hun abiotische omgeving, en de wisselwerkingen tussen beide.

Veel variatie (verschillen)


Hoeveel verschillende soorten organismen (over heel de wereld) zijn alreeds ontdekt en beschreven?

Hoeveel verschillende soorten organismen (over heel de wereld) zijn alreeds ontdekt en beschreven?

Biodiversiteit

Wetenschappers denken dat er zeker 10 miljoen (of meer) verschillende soorten organismen bestaan. 

Welk land heeft de grootste biodiversiteit?

Het land met de grootste biodiversiteit is Brazilië.

Daar leven minstens 20% van de tot nu beschreven soorten.

Belang van biodiversiteit

A. Het ecologisch evenwicht   

B.  

C.   

Evenwicht

Stabiliteit volgens 3 factoren. 


= Ecologisch evenwicht 

OF 

Schommelend evenwicht. 


P. 65 

Sterke VS zwakke biodiversiteit

  • Vos 

  • dagpauwoog 

Belang van biodiversiteit

A. Het ecologisch evenwicht   

B.  Het tot stand houden van een soort 

C.  

Binnen 1 soort 

Elk individu is uniek. 

Beste aanpassing --> Voortplanten 


P. 67

Belang van biodiversiteit

A. Het ecologisch evenwicht   

B.  Het tot stand houden van een soort 

C.   Voor de mens 

Waarom is biodiversiteit belangrijk voor de mens?

Het belang van de biodiversiteit

Ecologie


vb zuurstofproductie

      dankzij vele 

      soorten planten


Het belang van de biodiversiteit

Economie


vb granen om voeding

       te maken




Het belang van de biodiversiteit

Ontspanning


vb met natuurlijke

      materialen spelen


Het belang van de biodiversiteit

Ontspanning


lage diversiteit?

geen natuurlijke

speelmaterialen


Het belang van de biodiversiteit

Wetenschap


lage diversiteit?

minder kans

op genezing



Het belang van de biodiversiteit

Techniek


vb inspiratie

      voor nieuwe

      uitvindingen

De evolutie van de biodiversiteit

Hoe komt het dat het niet zo goed gaat met de biodiversiteit?