5.2 Groentesoep MEP

1 / 57
next
Slide 1: Slide
HorecaPraktijkonderwijsLeerjaar 1

This lesson contains 57 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 120 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Horeca jaar 4 periode 1
Groentesoep & planning - week 4

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

JdW-kijkwijzer
Lesopbouw:

  1. Vooraf:
    Startklaar, Voorkennis activeren, Formatief Handelen

  2. Instructie:
    Leerdoelgericht werken, Inclusieve didactiek, Concrete en herkenbare voorbeelden, Formatief Handelen

  3. Toepassing:
    Actieve verwerking, Formatief handelen 

  4. Evaluatie:
    Afsluiting

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

startklaar
start van de les: 
- jas/tas bij kapstok
- jas en haarnetje aan
- handen wassen
- werkbank schoon 


klaar? recept gaan lezen

Slide 5 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

Overzicht Periode 1 J 4
  • Thema: Werkplanning
  • Benodigde lesmaterialen: Werkboek, Receptenboek
Week 1
Week 2
Week 3
Week 4
Week 5
Hygiëne / Kipragout
Fruitsalade verkort lesrooster
Tomatensoep & Roerbakmie
Planning & Groentesoep
Panna Cotta met rood fruit
Week 6
Week 7
Week 8
Week 9
Week 10
Kaas uienbrood
Lasagna
Vis en papilote
Haagsch broodje bal
Toets voorbereiding

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

      Leerdoelen
  1. Ik weet wat mise en place betekent.
  2. Ik kan mise en place maken voor een groentenbouillon.


Slide 8 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.

Wat is mise en place?

Slide 9 - Mind map

2. Voorkennis activeren
De docent activeert relevante voorkennis aan de hand van een terugblik-opdracht, waarbij eventueel een beroep op de thuistalen wordt gedaan. Op deze manier biedt de docent een kapstok om nieuwe stof te verbinden aan de eerder geleerde stof en richting te geven aan het verdere verloop van de les. Tegelijkertijd worden hiermee misconcepties van leerlingen zichtbaar gemaakt, waar de docent vervolgens gericht op in kan spelen.

Mise en place

  • Voorbereidende werkzaamheden zoals
  • Snijden van groenten
  • Koken van soep
  • Aardappels schillen


Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Wat is mise en place?

Slide 11 - Mind map

2. Voorkennis activeren
De docent activeert relevante voorkennis aan de hand van een terugblik-opdracht, waarbij eventueel een beroep op de thuistalen wordt gedaan. Op deze manier biedt de docent een kapstok om nieuwe stof te verbinden aan de eerder geleerde stof en richting te geven aan het verdere verloop van de les. Tegelijkertijd worden hiermee misconcepties van leerlingen zichtbaar gemaakt, waar de docent vervolgens gericht op in kan spelen.

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

timer
20:00

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Wat is een bouillon?

Slide 15 - Mind map

2. Voorkennis activeren
De docent activeert relevante voorkennis aan de hand van een terugblik-opdracht, waarbij eventueel een beroep op de thuistalen wordt gedaan. Op deze manier biedt de docent een kapstok om nieuwe stof te verbinden aan de eerder geleerde stof en richting te geven aan het verdere verloop van de les. Tegelijkertijd worden hiermee misconcepties van leerlingen zichtbaar gemaakt, waar de docent vervolgens gericht op in kan spelen.

Bouillon
Gebruik = soep en saus
Bereiding= groente, kruiden en evt vlees/vis/gevogelte, laten staan op 90graden(tegen de kook)
Boeket = de smaakgever aan bouillon
Per liter=  100g groenten en 10g kruiden




Slide 16 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

Waar kan je allemaal bouillon van maken? Noem er 3.

Slide 17 - Mind map

2. Voorkennis activeren
De docent activeert relevante voorkennis aan de hand van een terugblik-opdracht, waarbij eventueel een beroep op de thuistalen wordt gedaan. Op deze manier biedt de docent een kapstok om nieuwe stof te verbinden aan de eerder geleerde stof en richting te geven aan het verdere verloop van de les. Tegelijkertijd worden hiermee misconcepties van leerlingen zichtbaar gemaakt, waar de docent vervolgens gericht op in kan spelen.

Soepen
  • Gemakkelijk te maken
  • Goed voorgerecht
  • Veelzijdig

Mirepoix
Extra smaakmaker voor véloutésoepen of diverse sauzen
Bestaat uit grof gesneden, licht aangefruite groenten



Slide 18 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

Snijtechnieken
Eminiceren = in plakjes snijden
Belangrijk ==> alle plakjes dezelfde dikte!
Julienne = kleine reepjes
Brunoise = kleine blokjes
Snipperen = Ui in kleine snipper snijden

Slide 19 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

Wanneer kookt mijn water?
  • Alleen damp => tussen de 50-90 graden
  • Kleine bubbeltjes => tussen de 90-100 graden
  • Grote bubbels => 100 graden

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Voorbeelden
warm water                          heet water                         kokend water

Slide 21 - Slide

5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische en concrete voorbeelden die voor leerlingen herkenbaar zijn in hun eigen leefwereld om tot beter begrip te komen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven.

Werkplanning
  • Schrijf per stap het aantal minuten op

Slide 22 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

Werkplanning
  • Tel het aantal minuten op

Slide 23 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

Werkplanning
  • Straks kijken we hoelang je er echt over hebt gedaan

Slide 24 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

Aan de slag
De volgende slides staat stap voor stap wat je moet doen om het gerecht te maken. 
stap 1: kijk goed naar het plaatje
stap 2: lees de tekst

Deze stappen staan ook op je receptblad geschreven

Slide 25 - Slide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet over hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. Hierbij modelleert de docent eerst en laat daarna de leerlingen actief inoefenen. De ondersteuning wordt geleidelijk afgebouwd. De docent zorgt voor afwisseling in oefentypes en maakt gedurende de les het leren zichtbaar. De docent zet bijvoorbeeld in op hardop denken opdrachten en koppelt daar een geïnformeerde vervolgstap aan.

Bouillon maken
  • 1/2 ui
  • Stuk wortel
  • Stuk prei
  • Stuk bleekselderij
  • Stuk bosui
  • Teen knoflook

ingredienten
  • Aanfruiten
  • 300 ml water toevoegen
  • 10 minuten koken

Slide 26 - Slide

This item has no instructions

Materialen
  • Steelpan
  • Soepkom
  • Eetlepel 
  • Bekken 2x
  • bakpapier
  • ovenrek
Materialen
  • Maatbeker
  • snijplank groen
  • pollepel
  • bolzeef

Slide 27 - Slide

This item has no instructions

ingredienten
  • 250 ml water
  • 10 grvermicelli
  • 0,5 stuks bouillonblokje
  • 1 tl lepel olie
  • nootmuskaat, peper en zout

ingredienten
  • 25 gr halal gehakt
  • 0,5 ui
  • 2 takjes peterselie
  • Stuk wortel
  • Stuk prei

Slide 28 - Slide

This item has no instructions

Mise en place

Koude verwerking

Slide 29 - Slide

This item has no instructions

Mise en place

  • We maken mise en place voor een ECHTE lunch
  • Ik geef jullie de spullen, iedereen maakt wat
  • Je mag zelf natuurlijk ook eten

Slide 30 - Slide

This item has no instructions

20 sec handen wassen

Slide 31 - Slide

This item has no instructions

1. Eminiceren
  1. Snij de prei in de lengte door
  2. Leg de prei plat (mag niet rollen)
  3. Hand in kattenklauw
  4. Snijd dunne plakjes van de prei

Slide 32 - Slide

This item has no instructions

2. Wassen
Was je prei in je bolzeef. 

Op deze manier gaan bacteriën en zand weg.

Slide 33 - Slide

This item has no instructions

3. Brunoise
snij brunoise
0,5 cm X 0,5 cm
  1. schillen
  2. rechthoek snijden
  3. plakken
  4. repen
  5. blokjes

Slide 34 - Slide

This item has no instructions

4. Snipperen
  1. Snijd de ui verticaal door
  2. Schil de ui, laat wortels zitten.
  3. Snijd verticaal in
  4. Snijd horizontaal in
  5. Snijd nu van boven naar beneden blokjes

Slide 35 - Slide

This item has no instructions

5. Hakken
  1. Leg je hand op het uiteinde van je mes.
  2. Beweeg je mes snel op en neer.
  3. Beweeg je mes van links naar rechts

Slide 36 - Slide

This item has no instructions

Warme verwerking - soep

Slide 37 - Slide

This item has no instructions

Stap 1
Doe 1 eetlepel olie in de pan. 

Zet het vuur aan op de lage vlam. 

Slide 38 - Slide

This item has no instructions

Stap 2
Doe de soepgroenten in de pan. 

Verwarm de groente tot ze zacht zijn. 

Slide 39 - Slide

This item has no instructions

Stap 3
Doe het water in de pan. Doe het bouillonblokje erin. 

Breng dit aan de kook (grote vlam)

Slide 40 - Slide

This item has no instructions

Stap 4
Als de soep kookt: Voeg de vermicelli toe. 

Roer dit even door. 

Slide 41 - Slide

This item has no instructions

Stap 5
Doe het gehakt in het bekken. 

Doe er zout, peper en nootmuskaat bij. 

Slide 42 - Slide

This item has no instructions

Stap 6
Meng het gehakt 1 hand

Slide 43 - Slide

This item has no instructions

Stap 7
Draai hier 10 gelijke balletjes van in het bekken.

Slide 44 - Slide

This item has no instructions

Stap 8
Doe de gehakballetjes in de soep. 
Was je handen!
Zet een timer voor 10 minuten.
timer
10:00

Slide 45 - Slide

This item has no instructions

Stap 9
Proef de soep.

voeg peper en zout toe, ALLEEN als dit nodig is. 

Slide 46 - Slide

This item has no instructions

Stap 10
schenk de soep met de soeplepel in je soepkom. 
zorg dat de rand schoon blijft. 

Slide 47 - Slide

This item has no instructions

Extra - ingrediënten kaasstengel
1/2 stuks bladerdeeg
0,5 theelepel sesamzaad/maanzaad
1 theelepel geraspte kaas

Slide 48 - Slide

This item has no instructions

Extra - Kaasstengel
  1. Snij je bladerdeeg in  4 repen. 
  2. Smeer in met water
  3. Verdeel je bladerdeeg over je bakpapier
  4. Strooi het zaad en kaas en zaad op je bladerdeeg. 


Slide 49 - Slide

This item has no instructions

afwassen
  1.  eten weg
  2. voorspoelen
  3. afwassen
  4. naspoelen 
  5. drogen
  6. opruimen

Slide 50 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

taken einde van de les
  • vloer (3P)
  • controle (3P)
  • weegtafel (1 a 2P)
  • was (2P)
  •  doekjes (1 a 2P)
  • kruidenkar (1 a 2P)
  • verwarming (1 a 2P)'
  • afwas tafel (1 a 2 P)

Slide 51 - Slide

This item has no instructions

    Begrippen uit deze les
  • mirepoix
  • bouillon
  • heldere soep 
  • kokend water
  • brunoise
  • gelijke 

Slide 52 - Slide

This item has no instructions

      Leerdoelen
  1. Ik weet wat mise en place betekent.
  2. Ik kan mise en place maken voor een groentenbouillon.


Slide 53 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.

Werkplanning
  • Klopt dit met hoelang je er over hebt gedaan?

Slide 54 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

Afsluiting
doelen:

volgende week: 

gedrag: 

Slide 55 - Slide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner.

Slide 56 - Slide

In de slotfase van de les controleert de docent of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen de les, het proces en blikt vooruit. 
Eindslide.

Slide 57 - Slide

This item has no instructions