Close Reading 'Held op sokken' sessie 1

1 / 30
next
Slide 1: Slide
Begrijpend lezenBasisschoolGroep 3-5

This lesson contains 30 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Sessie 1: 
Doel:
Ik kan een wie-wat-waar schema over de tekst invullen. Ik kan de belangrijkste gebeurtenissen uit het verhaal benoemen.

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

Tekstgerichte vragen

  • Over wie gaat dit  verhaal?
  • Wat gebeurt er in het verhaal?
  • Waar speelt het verhaal zich af?

Slide 4 - Slide

Tekstgerichte vragen
Wat gebeurt er in het begin, in het midden en aan het eind?

Bespreek dit kort met je maatje/buur.

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Slide

Opdracht 1
Overleg samen waar het middenstuk over gaat.  
  • Schrijf de kernwoorden op het werkblad

Hierna bespreken we de kernwoorden na.

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Slide

Opdracht 2
Overleg samen waar het eindstuk over gaat.  
  • Schrijf de kernwoorden op het werkblad

Hierna bespreken we de kernwoorden na.

Slide 20 - Slide

Opdracht 3
Maak drie tekeningen 
  • Wat voor plaatje heb jij in je hoofd bij het begin? 
  • Wat voor plaatje heb jij in je hoofd bij het midden?
  • Wat voor plaatje heb jij in je hoofd bij het eind?

Slide 21 - Slide

Afsluiting

Slide 22 - Slide

Wie zijn de hoofdpersonen in het verhaal?

Slide 23 - Open question

Wat gebeurt er in het verhaal?
(maak hele zinnen met een hoofdletters en punten).

Slide 24 - Open question

Waar speelt het verhaal zich af?

Slide 25 - Open question

Waarom had er één ridder geen baard?
A
Omdat het geen ridder was.
B
De baard was blijven steken in zijn keel.
C
Dat was niet in de mode.
D
De ridder wilde mooi zijn voor de vrouwen.

Slide 26 - Quiz

Er was een ridder in het verhaal die elk toernooi won.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 27 - Quiz

De ridder zonder baard had geen paard, alleen wollen sokken.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 28 - Quiz

Wie vindt de jonkvrouw nu de echte held?
A
De ridder die de draak had gevangen.
B
De ridder die de draak had ontdekt.
C
De ridder die vreemde ridders uit de buurt hield.
D
De ridder die van de draak gehakt had gedraaid.

Slide 29 - Quiz

Ridder Roderik en jonkvrouw Carolina trouwden 7 jaar na het diner.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 30 - Quiz