Kickstart-les5

Kickstart-les5
1 / 17
next
Slide 1: Slide
TechniekVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 5

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Items in this lesson

Kickstart-les5

Slide 1 - Slide

Het MAG lasapparaat
In dit hoofdstuk leer je de onderdelen kennen van het MAG lasapparaat.

Slide 2 - Slide

Welke onderdelen kennen we van het MAG lasapparaat?

Slide 3 - Mind map

Het MAG lasapparaat
Het mag lasapparaat bestaat uit:
1. de stroombron (lastransformator, trafo);        (behandeld les 4)
2. het draadaanvoermechanisme;                         (behandeld les 4)
3. het slangenpakket;                                                   (behandeld les 4)
4. de lastoorts (ook laspistool genoemd);
5. een gascilinder (ook wel gasfles genoemd);
6. een reduceerventiel (gasdrukregelaarventiel en een doorstroommeter).

Slide 4 - Slide

Het MAG lasapparaat
Een lastoorts (of laspistool): Dit is de handgreep waar je mee last. Op de lastoorts zit de aan-uitschakelaar. Met deze schakelaar begin je met lassen. De rol met de lasdraad begint te draaien en de stroom die je nodig hebt wordt ingeschakeld. Samen noemen we dat "het lasproces". Met deze schakelaar stop je ook weer met lassen.
Een gascilinder (of gasfles) met het beschermgas:  Dat is bij MAG-lassen meestal een mengsel van twee verschillende gassen. Voor staal wordt bijvoorbeeld vaak 80% argon (Ar) en 20% kooldioxide (CO2) gebruikt.
Een reduceerventiel (of drukregelaar): Deze brengt de hoge gasdruk vanuit de cilinder terug te brengen naar een lagere werkdruk. En je kunt de hoeveelheid gas ermee instellen dat uit je laspistool komt. Van 200 bar naar 12 tot 15 liter per minuut. 

Slide 5 - Slide

Het MAG lasapparaat
De lastoorts
In het mondstuk van de lastoorts komt de stroom op de lasdraad. Dat gebeurt met een contactbuisje, dat van koper is gemaakt. Het contactbuisje moet passen 
bij de diameter van de lasdraad.
Vlak voor het contactbuisje zit de gasverdeler. 
Die verdeelt het beschermgas gelijkmatig langs het contactbuisje naar het 
gasmondstuk toe.
Rond het contactbuisje zit een gasmondstuk. 
Daardoor stroomt het beschermgas. Dat zorgt ervoor dat er 
geen lucht kan komen bij de plek waar je aan het lassen bent.

Slide 6 - Slide

Het MAG lasapparaat
Koeling
Maar het beschermgas doet nog iets anders.
Door de stroom en door de warmte die de lasboog en het smeltbad uitstralen, wordt het voorstuk van de lastoorts heel heet. Zó heet, dat het gekoeld moet worden. Dat gebeurt ook door het beschermgas.
Maar soms koelt het beschermgas niet genoeg, bijvoorbeeld:
• als je veel achter elkaar last;
• als je met een grotere stroomsterkte last.
• Je hebt dan meer koeling nodig. Daarvoor wordt dan een koelvloeistof (water met toevoegingen) gebruikt. Het lasapparaat pompt die koelvloeistof rond in een gesloten circuit.

Slide 7 - Slide

Het MAG lasapparaat
Schakelaar.
In de handgreep van de lastoorts zit de schakelaar. De schakelaar kun je in twee standen zetten:
• een continu-stand (4-takt)
Als je de schakelaar indrukt, dan staat het lasapparaat aan.
Als je de schakelaar loslaat, blijft het apparaat uit zichzelf aanstaan.
Druk je schakelaar nog een keer in, dan gaat het lasapparaat weer uit.
• een schakel-stand of een hecht-stand (2-takt)
Als je de schakelaar indrukt, dan staat het lasapparaat aan.
Als je nu wilt blijven lassen, dan moet je de schakelaar blijven vasthouden. 
Laat je de schakelaar los, dan gaat het apparaat uit.

Slide 8 - Slide

Het MAG lasapparaat
De gascilinder
In de gascilinder (of gasfles) zit het beschermgas.
Dat kan één soort gas zijn. Of het kan een mengsel zijn van twee of drie soorten gas.
Later leer je er meer over.

Het reduceerventiel
Het beschermgas zit onder hoge druk in de gascilinder.
Om er veilig mee te kunnen werken moet die druk lager worden.
Dat gebeurt met het reduceerventiel.

Slide 9 - Slide

Het MAG lasapparaat
De MAG-lasboog
Bij het MAG-lassen zijn er verschillende manieren waarop de lasdraad afsmelt. 
De draad wordt vloeibaar er ontstaan druppels. Hoe de druppel afsmelt hangt vooral af van de lasstroom die wordt bepaald door:
• de snelheid waarmee de draad naar buiten komt uit de toorts
• de boogspanning 
De belangrijkste vormen van druppelovergang zijn:
• sproeiboog (ook wel openboog genoemd)
• kortsluitboog

Slide 10 - Slide

Het MAG lasapparaat
Sproeibooglassen
Het sproeibooglassen gebeurt met een hoge stroom en een hoge boogspanning
Kenmerken van de sproeiboog:
• je hoort geen geknetter maar een soort zoemend geluid.
Wat las je met een sproeiboog?
Met een sproeiboog las je:
• gesloten (dichte) lasnaden.
• onder de hand of schuin onder de hand.
• dik materiaal

Slide 11 - Slide

Het MAG lasapparaat
Kortsluitbooglassen
Het kortsluitbooglassen gebeurt met een lage stroom en een lage boogspanning
Kenmerken van de kortsluitboog
• kortsluitbooglassen geeft een kleiner smeltbad dat snel stolt.
• je hoort het kortsluiten. Dat is een knetterend geluid

Wat las je met een kortsluitboog?
Met een kortsluitboog las je:
• open naden en doorlassingen.
• In positie, bijvoorbeeld van boven naar beneden of boven je hoofd
• dunnere materialen

Slide 12 - Slide

 Vragen
Beantwoord de vragen om te controleren of je de theorie goed hebt begrepen.

Veel succes!

Slide 13 - Slide

Het laspistool (lastoorts) bestaat uit een aantal onderdelen. Welke zijn dat?

Slide 14 - Open question

Wat is het doel van het reduceerventiel?

Slide 15 - Open question

Welke 2 boogtypen ken je bij het MAG-lassen?
Schrijf ook op waar je ze voor gebruikt.

Slide 16 - Open question

Het MAG lasapparaat
Afronding
In dit hoofdstuk heb je de onderdelen van het MAG lasapparaat leren kennen:
• de lastoorts (ook laspistool genoemd)
• de gascilinder (ook wel gasfles genoemd)
• het reduceerventiel (gasdrukregelaarventiel en een doorstroommeter)
En je hebt de belangrijkste boogtypen geleerd bij het MAG-lassen:
• kortsluitboog
• sproeiboog

Slide 17 - Slide