ECP Week 2

ECP Week 2
1 / 18
next
Slide 1: Slide
Pedagogische wetenschappenWOStudiejaar 2

This lesson contains 18 slides, with interactive quizzes and text slide.

Items in this lesson

ECP Week 2

Slide 1 - Slide

Wat is jullie bijgebleven?

Slide 2 - Mind map

1. Wat is het compromise-effect?
A
Mensen kiezen vaker de goedkoopste optie
B
Mensen kiezen vaker de middelste optie tussen twee extremen
C
Mensen kiezen de optie met de meeste informatie
D
Mensen kiezen willekeurig onder tijdsdruk

Slide 3 - Quiz

2. Wat is het decoy-effect?
A
Mensen kiezen het goedkoopst
B
Een extra optie maakt een andere optie aantrekkelijker
C
Mensen kiezen sneller
D
Mensen vermijden middelste opties

Slide 4 - Quiz

3. Welke situatie bevat een decoy?
A
€100 - €150
B
€100 - €150 - €300
C
€150 (3 sterren), €150 (3,5 sterren), €200 (4 sterren)
D
€50,25

Slide 5 - Quiz

4. Welke prijs oogt preciezer?
A
€50
B
€49,99
C
€50,00
D
€100

Slide 6 - Quiz

5. Precieze prijzen leiden volgens het onderzoek tot:
A
sterker compromise-effect
B
Sterker decoy-effect
C
Geen effect
D
Minder keuzes

Slide 7 - Quiz

6. Onder tijdsdruk gebruiken mensen vaker:
A
Complexe analyse
B
Heuristieken
C
Geen strategie
D
Wiskundige berekeningen

Slide 8 - Quiz

7. Wat is anchoring?
A
De goedkoopste prijs kiezen
B
Een referentiepunt gebruiken om te oordelen
C
Altijd afronden
D
Impulsief kopen

Slide 9 - Quiz

8. Welke claim bevat een anchor?
A
"10 gram vet"
B
"Gezond"
C
"10 gram vet - 50% minder dan andere merken"
D
"Nieuw recept"

Slide 10 - Quiz

9. Met anchor wordt een product meestal gezien als:
A
Ongezonder
B
Gelijk
C
Gezonder
D
Duurder

Slide 11 - Quiz

10. Anchoring werkt sterker bij mensen met:
A
Lage betrokkenheid
B
Geen interesse
C
Geen kennis
D
Hoge health orientation

Slide 12 - Quiz

11. Lay rationalism betekent:
A
Hoe rationeel vs emotioneel iemand beslist
B
Hoe impulsief iemand is
C
Hoe snel iemand kiest
D
Hoe rijk iemand is

Slide 13 - Quiz

12. Wanneer is het compromise-effect zwakker?
A
Bij afgeronde prijzen
B
Bij precieze prijzen
C
Zonder prijs
D
Bij weinig opties

Slide 14 - Quiz

13. Waarom werkt een decoy?
A
Het maakt vergelijking makkelijker
B
Het maakt alles duurder
C
Het verwart mensen
D
Het verlaagt prijzen

Slide 15 - Quiz

14. Wat is een voorbeeld van een contrast in anchoring?
A
"10 calorieën"
B
"10 calorieën vs 30 calorieën"
C
"10 calorieën ongeveer"
D
"ongeveer weinig calorieën"

Slide 16 - Quiz

15. Welke uitspraak klopt?
A
Keuzes zijn altijd rationeel
B
Mensen lezen altijd labels
C
Prijsafronding doet niets
D
Context beïnvloedt keuzes sterk

Slide 17 - Quiz

Deze technieken zijn manipulatief en zouden niet gebruikt mogen worden in marketing
eens
oneens

Slide 18 - Poll