2.3 Massa en volume

2.3 massa en volume
Neem op tafel:
Rekenmachine + pen
Nask boek op blz. 57
1 / 28
next
Slide 1: Slide
NatuurkundeMiddelbare schoolvmbo t, mavoLeerjaar 2

This lesson contains 28 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

Items in this lesson

2.3 massa en volume
Neem op tafel:
Rekenmachine + pen
Nask boek op blz. 57

Slide 1 - Slide

Wat zijn 2 stofeigenschappen van hout
A
Geur en smaak
B
Hout is een isolator en is brandbaar
C
Hout is goedkoop en duurzaam
D
Hout drijft en is makkelijk te bewerken

Slide 2 - Quiz

Suiker
A
Zuivere stof
B
Mengsel

Slide 3 - Quiz

suiker in water geeft een
A
oplossing
B
suspensie
C
emulsie
D
schuim

Slide 4 - Quiz

Als je aan een stof wilt ruiken dan mag dat gewoon.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 5 - Quiz

Water
Cola
Koolstofdioxide
Stikstof
IJzer
Beton
Vaste stoffen
Gasvormige stoffen
Vloeibare stoffen
Vaste stoffen
Gasvormige stoffen
Vloeibare stoffen

Slide 6 - Drag question

Waar staat de juiste omschrijving
A
A = filter B= filtraat C = residu
B
A = filtraat B = filter C = residu
C
A = filter B = residu C = filtraat
D
A = filtraat B = residu C = filter

Slide 7 - Quiz

Leerdoelen
Je kunt de massa van een hoeveelheid stof bepalen.
• Je kunt het volume van een hoeveelheid vloeistof bepalen.
• Je kunt de eenheden liter (= dm3) en m3 gebruiken.
• Je kunt het volume van een rechthoekig voorwerp en een voorwerp met een onregelmatige vorm berekenen.

Slide 8 - Slide

massa
massa zegt iets over de deeltjes waar een stof uit bestaat.
Hoe zwaar iets weegt in kilogram of gram
Massa meet je met een weegschaal

Slide 9 - Slide

Stoffen hebben een massa.

Slide 10 - Slide

massa bepalen
Hoe dan bij een vloeistof?

Slide 11 - Slide

volume
Volume zegt iets hoeveel ruimte een voorwerp inneemt (inhoud)
De eenheid van volume is liter of kubieke meter
Deze kun je berekenen (lengte x breedte x hoogte)
of bepalen met de onderdompelmethode

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Slide

1 cm³ = 1 ml
1 dm³ = 1 L

Slide 16 - Slide

De eenheid van massa kan zijn...
A
Liter
B
Centimeter
C
Gram

Slide 17 - Quiz

Wat heeft meer massa (in normale toestand)?
1m3verenof1m3lood
A
De veren hebben de grootste massa.
B
Het lood heeft de grootste massa.
C
Beiden hebben een even grote massa.
D
Weet ik niet.

Slide 18 - Quiz

Massa bepaal je met een
A
liniaal
B
geodriehoek
C
weegschaal
D
maatcilinder

Slide 19 - Quiz

Welk symbool hoort bij massa ?
A
M
B
N
C
m
D
G

Slide 20 - Quiz

Welke eenheid hoort bij volume?
A
Uur
B
Liter
C
Kelvin
D
Seconde

Slide 21 - Quiz

Het symbool van volume is
A
V
B
L
C
v
D
dm3

Slide 22 - Quiz

Gaan we nu kijken naar het volume.
Wat is een ander woord voor volume?
A
oppervlakte
B
maat
C
inhoud
D
grootte

Slide 23 - Quiz

De formule voor volume is...
A
l x b x h
B
m/v
C
p x v

Slide 24 - Quiz

beginstand: 15 mL
eindstand: 24 mL
Volume?
A
10 cm3
B
14 cm3
C
9 cm3
D
11 cm3

Slide 25 - Quiz

Slide 26 - Video

Slide 27 - Video

Leerdoelen
Je kunt de massa van een hoeveelheid stof bepalen.
• Je kunt het volume van een hoeveelheid vloeistof bepalen.
• Je kunt de eenheden liter (= dm3) en m3 gebruiken.
• Je kunt het volume van een rechthoekig voorwerp en een voorwerp met een onregelmatige vorm berekenen.
Aan de slag
Wat?
Opdracht 1 t/m 19

Hoe? Fluisterniveau

Klaar?
1. Nakijken
2. Test je zelf maken

Slide 28 - Slide